Lijfrente uitkering: uitkeren, uitstellen of afkopen (2026)

september 1, 2026

Je lijfrente komt vrij en je kiest tussen drie routes: laten uitkeren, uitstellen of afkopen. Een lijfrente-uitkering is een periodieke uitkering uit je opgebouwde kapitaal, belast in box 1. Wat je netto per maand overhoudt hangt vooral af van de looptijd die je kiest en van je overige inkomen. Wat afkoop precies kost en wanneer de boete vervalt, staat op de pagina over lijfrente afkopen.

Hieronder reken je dat bedrag uit met de tarieven van 2026, en zie je per route wat die je kost.

Deze uitleg is informatief en geen fiscaal advies.

De drie routes

Uitkeren, uitstellen of afkopen

Je aanbieder stuurt je een brief zodra je einddatum in zicht komt. Vanaf dat moment heb je drie mogelijkheden, met heel verschillende gevolgen voor je belasting. Bij welke aanbieders je kunt laten uitkeren, staat in het overzicht van pensioensparen vergelijken.

UitkerenUitstellenAfkopen
Wat je doetJe zet je kapitaal om in periodieke uitkeringenJe laat het geld staan en kiest laterJe laat het bedrag in één keer uitbetalen
Wanneer het magVanaf vijf jaar vóór je AOW-leeftijd, met een langere looptijdTot uiterlijk het jaar waarin je vijf jaar ouder bent dan je AOW-leeftijdAltijd, met een fiscale rekening erbij
BelastingPer jaar over het bedrag dat je ontvangtNog niets, het kapitaal blijft buiten box 3In één jaar over de hele waarde
Extra heffingGeenGeen20% revisierente boven € 5.513
Waar je op letDe looptijd bepaalt je tariefJe koersrisico loopt door bij beleggenJe verliest vaak meer dan de helft

De meeste mensen komen uit bij uitkeren. De vraag is dan niet of je uitkeert, maar over hoeveel jaar je het uitsmeert. Dat besluit is bij een kapitaal van € 100.000 al snel duizenden euro’s waard.

Rekentool

Bereken wat je netto per maand overhoudt

Vul je kapitaal, je looptijd en je overige inkomen in. De tool rekent met de schijven, de algemene heffingskorting en de ouderenkorting van 2026, en laat zien wat er na belasting op je rekening staat.

€ 0netto per maand op je rekening
€ 0bruto per maand
€ 0belasting per maand
0,0%gemiddeld tarief over je uitkering

De tool rekent met een vaste rente over de hele looptijd en met de tarieven van 2026. Je aanbieder rekent met zijn eigen tarief op het moment dat je de uitkering vastlegt, dus zie de uitkomst als een richtbedrag. Heffingskortingen kunnen nooit hoger zijn dan de belasting die je verschuldigd bent.

Wat € 100.000 per maand oplevert

Bij een rente van 2,5% ziet het bruto maandbedrag er per looptijd zo uit. Een kortere looptijd geeft meer per maand en duwt je sneller in een hoger tarief.

LooptijdBruto per maandBruto per jaarNetto per maand bij € 26.000 overig inkomen
5 jaar€ 1.775€ 21.297€ 1.315
10 jaar€ 943€ 11.312€ 754
15 jaar€ 667€ 8.001€ 542
20 jaar€ 530€ 6.359€ 431
25 jaar€ 449€ 5.383€ 366

Let op de vijfjaarsvariant. Die keert € 21.297 bruto per jaar uit en tilt je totale inkomen naar € 47.297. Daarmee kom je boven de grens waarboven je ouderenkorting afloopt, en dat kost je extra.

Looptijd

Hoe lang je uitkering moet lopen

De wet schrijft een minimale looptijd voor. Welke regel geldt, hangt af van het moment waarop je begint en van de vraag of je uitkeert via een bank of via een verzekeraar. Het verschil tussen die twee vormen leg ik uit bij wat is pensioensparen.

UitkeringsvormMinimale looptijdMaximum per jaar in 2026Waar je terechtkunt
Oudedagslijfrente via een bankVijf jaar, als je start in of na het jaar van je AOW-leeftijdGeen, mits de looptijd 20 jaar of langer isBank of beleggingsinstelling
Tijdelijke oudedagslijfrenteVijf jaar, met een looptijd korter dan 20 jaar€ 27.192Bank of verzekeraar
Levenslange oudedagslijfrenteTot je overlijdenGeenAlleen een verzekeraar
Start vóór je AOW-leeftijd20 jaar plus het aantal volle jaren dat je jonger bentGeenBank of verzekeraar
Overbruggingslijfrente uit oud kapitaalLoopt tot je AOW-leeftijd of tot je 65e€ 63.288Alleen voor kapitaal van vóór 2006

De regel van 20 jaar plus, uitgelegd

Wil je eerder beginnen dan je AOW-leeftijd, dan moet je uitkering langer lopen. De Belastingdienst rekent met 20 jaar plus het aantal volle jaren dat je bij de eerste uitkering jonger bent dan je AOW-leeftijd.

Een voorbeeld van de Belastingdienst zelf: je bereikt je AOW-leeftijd op 67 jaar en start je uitkering op 63 jaar en 2 maanden. Je bent dan drie volle jaren te vroeg, dus je uitkering loopt minimaal 20 plus 3 is 23 jaar.

Die regel maakt vroeg starten minder aantrekkelijk dan het lijkt. Je maandbedrag wordt lager doordat je het over meer jaren uitsmeert, en je betaalt over de eerste jaren nog het volle tarief inclusief AOW-premie.

Uiterlijk starten

Je uitkering moet uiterlijk beginnen in het jaar waarin je vijf jaar ouder bent dan je AOW-leeftijd. Ben je in 2026 67 jaar geworden, dan is 2031 je laatste jaar. Kom je daar overheen, dan ziet de Belastingdienst je hele kapitaal als afgekocht, met inkomstenbelasting over de volle waarde plus 20% revisierente.

Belasting

Belasting over je lijfrente-uitkering in 2026

Je uitkering telt als inkomen in box 1. Je aanbieder houdt loonheffing in en maakt het restant over. Bij je aangifte wordt het definitief afgerekend.

Je premie was destijds aftrekbaar, dus de belasting komt nu. Het verschil tussen het tarief van toen en het tarief van nu bepaalt of je er per saldo op vooruitgaat. Hoeveel je destijds mocht inleggen lees je op de pagina over jaarruimte berekenen.

De schijven van 2026

Belastbaar inkomenTot je AOW-leeftijdVanaf je AOW-leeftijd
Tot € 38.88335,75%17,85%
€ 38.884 tot € 78.42637,56%37,56%
Vanaf € 78.42749,50%49,50%

Het verschil in de eerste schijf is 17,9 procentpunt. Dat is de AOW-premie, die je vanaf je AOW-leeftijd niet meer betaalt. Op een uitkering van € 6.359 per jaar scheelt dat ruim € 1.300 belasting.

Wat je echt betaalt over de laatste euro

De schijventabel vertelt maar de helft van het verhaal. Je algemene heffingskorting en je ouderenkorting lopen af naarmate je inkomen stijgt, en die afbouw werkt als extra belasting. Aan de inlegkant gebeurt precies het omgekeerde, zoals je ziet bij het belastingvoordeel van pensioensparen. Zo ziet je werkelijke tarief per inkomensklasse eruit voor iemand die de AOW-leeftijd heeft bereikt.

Totaal inkomenSchijftariefAfbouw kortingenWat elke extra euro kost
Tot € 29.73617,85%Geen17,85%
€ 29.736 tot € 38.88317,85%3,20% algemene heffingskorting21,05%
€ 38.883 tot € 46.00237,56%3,20%40,76%
€ 46.002 tot € 59.78237,56%3,20% plus 15,00% ouderenkorting55,76%
€ 59.782 tot € 78.42637,56%3,20%40,76%
Vanaf € 78.42649,50%Geen, de kortingen zijn al nul49,50%

De regel van € 46.002 is de belangrijkste van deze pagina. Daarboven daalt je ouderenkorting van € 2.067 met 15 cent per euro, tot die bij € 59.782 op nul staat. In die zone kost elke extra euro uitkering je 55,8 cent, terwijl je er net onder 40,8 cent kwijt bent.

Twee mensen, hetzelfde kapitaal, een verschil van € 4.000

Beiden hebben € 100.000 en kiezen een looptijd van tien jaar, dus € 11.312 bruto per jaar. Het verschil zit in hun overige inkomen.

Overig inkomen € 22.000Overig inkomen € 45.000
Bruto uitkering per jaar€ 11.312€ 11.312
Extra belasting€ 2.134€ 6.157
Gemiddeld tarief over de uitkering18,9%54,4%
Netto per maand€ 765€ 430

De tweede persoon houdt per maand € 335 minder over uit hetzelfde bedrag. Wie in die situatie zit, wint met een langere looptijd of met uitkeren in een jaar waarin het overige inkomen lager ligt.

Naheffing

De naheffing die veel mensen overvalt

Ontvang je AOW, een werkgeverspensioen en een lijfrente-uitkering, dan houdt elke instantie apart loonheffing in. Elk van hen begint daarbij onderaan in de eerste schijf, want geen van hen kent je totale inkomen.

Bij elkaar opgeteld valt een deel van je inkomen in de tweede schijf. Dat deel is bij niemand ingehouden. Het gevolg is een aanslag achteraf, soms van meer dan duizend euro.

  • Vraag de loonheffingskorting bij één instantie aan. Krijg je hem bij twee of drie, dan wordt dezelfde korting dubbel toegepast en groeit je naheffing verder.
  • Zet hem bij de hoogste uitkering. Meestal is dat je werkgeverspensioen of je AOW, want daar is genoeg belasting om de korting mee te verrekenen.
  • Vraag een voorlopige aanslag aan. Je betaalt dan maandelijks bij, in plaats van in één keer na je aangifte.
  • Reken door wat er bij komt. De rekentool hierboven telt je uitkering bij je overige inkomen op en laat zien wat er werkelijk aan belasting bij hoort.

Uitstellen

Uitstellen: tot wanneer dat mag

Heb je het geld nog niet nodig, dan hoef je niet te beginnen op de einddatum van je polis of rekening. Je kapitaal blijft doorgroeien en valt in de tussentijd niet in box 3.

De grens ligt bij het jaar waarin je vijf jaar ouder bent dan je AOW-leeftijd. Binnen die termijn mag je zelf kiezen wanneer je start.

Wanneer uitstellen je geld oplevert

Werk je nog en zit je in de tweede of derde schijf, dan betaal je nu 37,56% of 49,50%. Wacht je tot na je AOW-leeftijd en kom je dan onder € 38.883 uit, dan zakt je tarief naar 17,85%. Bij een uitkering van € 6.359 per jaar scheelt dat € 1.342 belasting, elk jaar opnieuw.

Uitstellen heeft ook een keerzijde. Bij een beleggingsrekening loopt je koersrisico door tot het moment waarop je de uitkering vastlegt. Bij een spaarrekening ligt je rente vast op het tarief van het moment waarop je omzet, niet op het tarief van vandaag.

Te laat is duur

Start je niet op tijd, dan behandelt de Belastingdienst je lijfrente als afgekocht. Je betaalt inkomstenbelasting over de volledige waarde in één jaar, meestal tegen 49,50%, plus 20% revisierente. Van € 100.000 blijft dan rond de € 30.000 over.

Afkopen

Afkopen: wat het kost

Afkopen betekent dat je het hele bedrag in één keer laat uitbetalen. Dat mag, en het kost je een groot deel van je kapitaal.

Rekenvoorbeeld bij € 40.000

Je hebt de AOW-leeftijd bereikt en ontvangt € 30.000 aan AOW en pensioen. Je koopt een lijfrente van € 40.000 af.

Bedrag
Afkoopsom€ 40.000
Inkomstenbelasting€ 16.618
Revisierente 20%€ 8.000
Wat je overhoudt€ 15.382

Je houdt 38,5% van je kapitaal over. Dat komt doordat de afkoopsom bovenop je inkomen komt en je in één klap door de zone van de aflopende ouderenkorting heen schiet.

Drie situaties waarin afkopen minder kost

  • Kleine lijfrente tot € 5.513. Blijft de waarde in 2026 onder dat bedrag, dan vervalt de revisierente. Je betaalt alleen inkomstenbelasting over het bedrag.
  • Langdurige arbeidsongeschiktheid. Voldoe je aan de voorwaarden, dan geldt in 2026 een vrijstelling van revisierente tot € 51.440. De inkomstenbelasting blijf je verschuldigd. Sinds 2026 mag dit ook in delen en meer dan één keer.
  • Afkoop binnen tien jaar na de start. Dan mag je de tegenbewijsregeling gebruiken. Valt de berekening lager uit dan 20%, dan geldt dat lagere percentage.

Sta je op het punt om af te kopen omdat je nu geld nodig hebt, reken dan eerst een korte looptijd door in de tool hierboven. Vijf jaar uitkeren levert je van € 40.000 ruim € 8.500 bruto per jaar op, zonder revisierente.

Bank of verzekeraar

Bank of verzekeraar: waar het verschil zit

Je bent niet gebonden aan de partij waar je hebt opgebouwd. Je mag je kapitaal overzetten naar een andere aanbieder, en dat kost geen belasting.

Bancaire uitkeringVerzekerde uitkering
LooptijdVaste periode die je zelf kiestOok levenslang mogelijk
Bij overlijdenDe resterende termijnen gaan naar je erfgenamenStopt, tenzij je een partnerdekking meeneemt
HoogteVolgt uit je kapitaal, de rente en de looptijdLager per maand, want de verzekeraar draagt het langlevenrisico
Rente vastzettenBij omzetting, voor de hele looptijdBij omzetting, voor de hele looptijd
RisicoJe kapitaal kan opraken voordat jij dat doetJe uitkering loopt door, hoe oud je ook wordt

De keuze draait om de vraag welk risico je liever draagt. Een bancaire uitkering geeft meer per maand en stopt op de afgesproken datum. Een levenslange uitkering geeft minder per maand en houdt niet op. Welke aanbieders wat bieden, staat op de pagina met de beste aanbieders voor pensioensparen.

Bij overlijden

Wat er gebeurt als je overlijdt

Bij een bancaire uitkering gaat het recht op de nog niet uitgekeerde termijnen over op je erfgenamen. Zij ontvangen de resterende uitkeringen en betalen daarover inkomstenbelasting in het jaar waarin ze het geld krijgen.

Bij een levenslange uitkering via een verzekeraar stopt de betaling op het moment van overlijden. Wil je dat je partner doorbetaald krijgt, dan spreek je dat vooraf af. Je uitkering wordt daardoor lager, want de verzekeraar dekt dan twee levens.

Over een lijfrente-uitkering of pensioenuitkering die je als nabestaande ontvangt, betaal je geen erfbelasting. Wel verlaagt de waarde van die uitkering je partnervrijstelling voor de erfbelasting. Heb je nog kapitaal in de opbouwfase staan, dan kunnen je erfgenamen daar geen doorlopende inleg mee doen, alleen laten uitkeren.

Nieuw in 2026

Wat er in 2026 is veranderd

De Fiscale Verzamelwet 2026 heeft twee dingen aangepast die direct raken aan het moment waarop je uitkering start.

  • Jaarbetaling achteraf is vervallen. Een lijfrenteverzekering mocht de eerste uitkering doen in het jaar van je AOW-leeftijd plus zes. Die route bestaat niet meer. Voor alle lijfrenteproducten geldt nu dezelfde uiterste datum: het jaar waarin je vijf jaar ouder bent dan je AOW-leeftijd.
  • Producten die fiscaal geen lijfrente zijn, worden belast. Denk aan polissen waarin afkoop wel is toegestaan. Die uitkeringen zijn nu belast, met terugwerkende kracht tot 25 april 2025. Twijfel je over je polisvoorwaarden, leg ze dan voor aan je aanbieder.

De bedragen van 2025 en 2026 naast elkaar

20252026
Maximum tijdelijke oudedagslijfrente€ 26.781€ 27.192
Grens afkoop kleine lijfrente€ 5.429€ 5.513
Vrijstelling bij arbeidsongeschiktheid€ 50.664€ 51.440
Ouderenkorting maximaal€ 2.035€ 2.067
Inkomensgrens ouderenkorting€ 45.308€ 46.002
Eerste schijf tot je AOW-leeftijd35,82%35,75%

Veel pagina’s over dit onderwerp noemen nog het maximum van € 26.781 of zelfs € 22.089. Vergelijk het bedrag dat je aanbieder aanhoudt daarom met het jaartal erbij.

Stappenplan

Zo kies je in vijf stappen

Begin minimaal drie maanden voor je einddatum. Aanbieders hebben verwerkingstijd nodig en een gemiste datum kost je de revisierente.

  • Zoek je einddatum en je kapitaal op. Beide staan op je polis of in je online omgeving. Weet je niet meer waar je opbouwt, kijk dan op mijnpensioenoverzicht.nl en in je oude belastingaangiftes.
  • Tel je overige inkomen op. AOW plus werkgeverspensioen plus eventuele andere uitkeringen. Dat bedrag bepaalt je tarief, niet de hoogte van je kapitaal.
  • Bepaal je looptijd met de grens van € 46.002 in het achterhoofd. Reken twee of drie looptijden door in de tool en kijk waar je gemiddelde tarief omslaat.
  • Vraag op dezelfde dag offertes op bij drie aanbieders. Vraag naar het rentetarief, de kosten per uitkering en de behandeling bij overlijden.
  • Geef door bij welke instantie je de loonheffingskorting wilt. Dat voorkomt de naheffing waar veel gepensioneerden mee te maken krijgen.

Wil je weten of je huidige inkomen straks toereikend is, reken dan eerst je pensioengat uit. Bouw je nog op en wil je weten hoeveel je dit jaar mag inleggen, kijk dan bij reserveringsruimte.

Vragen

Veelgestelde vragen

De vragen die het vaakst terugkomen over de uitkeerfase, met de bedragen van 2026.

Hoe kun je het beste je lijfrente laten uitkeren?

Kies de looptijd die je totale inkomen onder € 46.002 houdt, want daarboven daalt je ouderenkorting met 15 cent per euro en kost elke euro uitkering je 55,8% in plaats van 40,8%. Vergelijk daarna pas op rentetarief en op wat er bij overlijden met het restant gebeurt. Bij een bank gaan de resterende termijnen naar je erfgenamen, bij een levenslange verzekering stopt de uitkering.

Wat is de netto uitkering van een lijfrente?

Dat hangt af van je overige inkomen. Uit € 100.000 over tien jaar komt € 11.312 bruto per jaar. Wie daarnaast € 22.000 aan AOW en pensioen ontvangt, houdt daarvan € 765 netto per maand over. Wie € 45.000 aan overig inkomen heeft, houdt uit exact dezelfde uitkering € 430 per maand over. De rekentool op deze pagina rekent jouw situatie door.

Hoeveel belasting betaal je over een lijfrente-uitkering?

Je uitkering valt in box 1. Tot je AOW-leeftijd betaal je 35,75% over de eerste € 38.883 en daarboven 37,56%. Vanaf je AOW-leeftijd is dat eerste tarief 17,85%, want dan betaal je geen AOW-premie meer. Boven € 78.426 geldt 49,50%. Tel daarbij op dat je heffingskortingen afbouwen naarmate je inkomen stijgt.

Mag ik mijn lijfrente vóór mijn AOW-leeftijd laten uitkeren?

Ja, vanaf vijf jaar vóór je AOW-leeftijd. De uitkering moet dan wel langer lopen: 20 jaar plus het aantal volle jaren dat je bij de eerste uitkering jonger bent dan je AOW-leeftijd. Start je op 63 jaar en 2 maanden terwijl je AOW-leeftijd 67 is, dan loopt je uitkering minimaal 23 jaar. Je betaalt over die eerste jaren nog het volle tarief inclusief AOW-premie.

Kan ik mijn lijfrente in één keer laten uitkeren?

Dat kan, en het heet afkopen. Je betaalt inkomstenbelasting over de volledige waarde in één jaar, plus 20% revisierente. Bij een afkoopsom tot € 5.513 in 2026 vervalt die revisierente. Van een afkoopsom van € 40.000 blijft bij een inkomen van € 30.000 ongeveer € 15.400 over.

Hoe lang moet mijn lijfrente-uitkering lopen?

Minimaal vijf jaar als je start in of na het jaar waarin je je AOW-leeftijd bereikt. Bij een looptijd korter dan 20 jaar mag je in 2026 maximaal € 27.192 bruto per jaar ontvangen. Wil je meer per jaar, dan kies je een looptijd van 20 jaar of langer, of je brengt je kapitaal onder bij een verzekeraar in een levenslange uitkering.

Wat gebeurt er als ik te laat begin met uitkeren?

Dan ziet de Belastingdienst je lijfrente als afgekocht. Je betaalt inkomstenbelasting over de volle waarde, vaak tegen 49,50%, plus 20% revisierente. Van € 100.000 blijft dan ongeveer € 30.000 over. De uiterste startdatum is het jaar waarin je vijf jaar ouder bent dan je AOW-leeftijd.

Kan ik voor het uitkeren naar een andere aanbieder?

Ja. Je mag je lijfrentekapitaal overbrengen naar een andere bank of verzekeraar zonder dat je daarover belasting betaalt. Je bent niet gebonden aan de partij waar je hebt opgebouwd. Vraag offertes op dezelfde dag op, want rentetarieven verschillen per week.

Waarom krijg ik een aanslag terwijl er al belasting is ingehouden?

Elke uitkeringsinstantie houdt loonheffing in alsof jouw uitkering je enige inkomen is. Krijg je AOW, pensioen en een lijfrente-uitkering, dan valt een deel van je totale inkomen in de tweede schijf zonder dat iemand daarvoor heeft ingehouden. Vraag de loonheffingskorting bij één instantie aan en vraag zo nodig een voorlopige aanslag.

Wat gebeurt er met mijn lijfrente als ik overlijd?

Bij een bancaire uitkering gaan de resterende termijnen naar je erfgenamen, die er inkomstenbelasting over betalen. Bij een levenslange uitkering via een verzekeraar stopt de betaling, tenzij je vooraf een dekking voor je partner hebt geregeld. Erfbelasting betaal je niet over deze uitkeringen, wel verlaagt de waarde de partnervrijstelling.

Heb je je keuze gemaakt? Geef je aanbieder door welke looptijd je wilt en bij welke instantie de loonheffingskorting loopt. Beide velden staan op hetzelfde formulier en beide bepalen wat er maandelijks binnenkomt.

Wat je moet inleggen om op een bepaald kapitaal uit te komen, staat op pensioensparen berekenen.

Bedragen en regels gecontroleerd op 23 augustus 2026 bij de Belastingdienst en het Belastingplan 2026. Maximum tijdelijke oudedagslijfrente 2026: € 27.192. Grens afkoop kleine lijfrente 2026: € 5.513. Ouderenkorting 2026: € 2.067 tot een verzamelinkomen van € 46.002.

  1. […] einddatum de uitkeringsproducten van meerdere partijen. De keuzes en de fiscale gevolgen staan in lijfrente uitkering. Wil je eerder bij je geld, lees dan lijfrente afkopen, want dat kost belasting plus […]

pensioensparenvergelijken.nl
Logo
Vergelijk items
  • Totaal (0)
Vergelijken
0