Wat is pensioensparen? De derde pijler uitgelegd in 2026

september 1, 2026

Pensioensparen is zelf geld opzij zetten voor later op een geblokkeerde pensioenrekening bij een bank, verzekeraar of beleggingsinstelling. Je inleg gaat van je belastbaar inkomen af, het geld staat vast tot je AOW-leeftijd en het komt daarna in termijnen naar je toe. Dit is de derde pijler van het Nederlandse pensioenstelsel: het deel dat niemand voor je regelt.

In 2026 mag je tot € 35.588 per jaar inleggen met belastingvoordeel. Hieronder staat wat het oplevert, wat het kost en wanneer het juist niet loont.

Deze uitleg is informatief en geen fiscaal advies.

3e pijlerhet deel van je pensioen dat je zelf regelt
€ 35.588maximale aftrekbare inleg in 2026
AOW-leeftijdeerder opnemen kost 20% revisierente

In het kort

Wat pensioensparen precies is

Je opent een pensioenrekening bij een bank, verzekeraar of beleggingsinstelling. Op die rekening stort je geld dat je pas terugziet vanaf je AOW-leeftijd, en dan gespreid over meerdere jaren. De Belastingdienst geeft je in ruil daarvoor een aftrekpost: je inleg gaat van je inkomen in box 1 af, waardoor je dat jaar minder belasting betaalt. Het saldo telt tijdens de opbouw ook niet mee in box 3.

Die geblokkeerde rekening heet in de wet een lijfrente. Dat woord roept beelden op van een polis uit de jaren negentig, maar het staat gewoon voor: een pot geld die in termijnen wordt uitgekeerd. Bij een bank heet dat een lijfrenterekening of bankspaarrekening, bij een verzekeraar een lijfrenteverzekering.

Wat pensioensparen niet is

  •   Geen gewone spaarrekening. Je kunt er niet bij. Tussentijds opnemen heet afkopen en kost je inkomstenbelasting over het hele bedrag plus 20% revisierente.
  •   Geen pensioenfonds. Je bouwt geen collectief pensioen op en deelt geen risico met anderen. Wat erin gaat plus rendement, min kosten, is wat eruit komt.
  •   Geen belastingvrij geld. Je stelt belasting uit. Over de uitkeringen betaal je later inkomstenbelasting en de bijdrage Zorgverzekeringswet.
  •   Niet hetzelfde als beleggen voor later. Beleg je op een gewone beleggingsrekening, dan is er geen aftrek en valt het vermogen in box 3.

De derde pijler

Waar pensioensparen in het pensioenstelsel zit

Het Nederlandse pensioen rust op drie pijlers. Die drie samen bepalen je inkomen na je AOW-leeftijd. Pensioensparen is de derde.

PijlerWat het isWie het regeltWat je zelf kunt doen
1. AOWBasisinkomen van de overheid vanaf je AOW-leeftijdDe overheid, via de SVBWeinig. De hoogte hangt af van hoeveel jaar je in Nederland woonde
2. WerkgeverspensioenPensioen dat je opbouwt via je werkJe werkgever en de pensioenuitvoerderSoms bijsparen binnen de regeling van je werkgever
3. LijfrentePensioenrekening bij een bank, verzekeraar of beleggingsinstellingJijAlles: aanbieder, bedrag, sparen of beleggen, startdatum

De eerste pijler is voor iedereen gelijk. De tweede pijler verschilt sterk: ongeveer een op de vijf werkenden bouwt daar weinig of niets op, en zzp’ers vallen er helemaal buiten. Dat gat is precies waarvoor de derde pijler bestaat. Hoe groot dat gat bij jou is, reken je door op de pagina over het pensioengat.

De derde pijler is de enige pijler waar niemand namens jou een keuze maakt. Doe je niets, dan gebeurt er niets.

Je hoort ook wel over een vierde pijler: je eigen vermogen, een afbetaald huis of doorwerken na je AOW-leeftijd. Dat valt buiten de fiscale regels van deze pagina, maar telt in de praktijk wel mee als je uitrekent wat je later nodig hebt.

Stap voor stap

Zo werkt een pensioenrekening van storting tot uitkering

De route is bij elke aanbieder hetzelfde. Alleen de kosten, de rente en het beleggingsaanbod verschillen.

Stap 1Je fiscale ruimte bepalen

Je mag niet onbeperkt inleggen. Je jaarruimte hangt af van je inkomen van vorig jaar en van wat je via je werk al opbouwt. Zonder ruimte krijg je geen aftrek.

Stap 2Een rekening openen en storten

Je kiest sparen, beleggen of allebei. Storten kan maandelijks of in één keer, tot je ruimte op is. De rekening staat op jouw naam en is geblokkeerd.

Stap 3De aftrek terugvragen

In je aangifte vul je de inleg in bij premies voor inkomensvoorzieningen. De Belastingdienst betaalt het belastingdeel terug, meestal in het voorjaar erna.

Stap 4Laten uitkeren

Vanaf je AOW-leeftijd, of maximaal vijf jaar later, koop je met het saldo een uitkering. Die loopt minimaal vijf jaar en is belast in box 1.

Stap 3 is de stap die mensen overslaan. De aftrek gaat niet automatisch: als je de inleg niet in je aangifte zet, heb je je geld vastgezet zonder er iets voor terug te krijgen. En de aftrek claimen mag alleen in het jaar waarin je hebt gestort.

Wil je het eerst uitgelegd zien in plaats van lezen, dan loopt deze video van ruim een jaar oud dezelfde route na. De bedragen die erin vallen zijn van dat jaar; de regels zelf staan hierboven met de cijfers van 2026.

De woordenlijst

Pensioensparen, banksparen, lijfrente en pensioenbeleggen: wat is wat

Aanbieders gebruiken voor grotendeels hetzelfde product vijf verschillende namen. Dat maakt vergelijken lastiger dan nodig. Dit is wat de termen betekenen.

TermWat het betekentWaar je het tegenkomt
LijfrenteDe wettelijke term voor een geblokkeerde pot die in termijnen uitkeert. Overkoepelend begrip voor alle vormen hieronder.Belastingdienst, aangifte, voorwaarden
BanksparenLijfrente in de vorm van een bankrekening, met rente en zonder verzekeringselement. Sinds 2008 mogelijk.Banken, vergelijkers
PensioensparenMarketingnaam voor banksparen voor je oude dag. Je krijgt rente over je saldo.ABN AMRO, Knab, ASN, ING
PensioenbeleggenDezelfde geblokkeerde rekening, maar het geld gaat in beleggingsfondsen in plaats van op een spaarsaldo.Brand New Day, BrightPensioen, DEGIRO
LijfrenteverzekeringLijfrente bij een verzekeraar. Er zit een verzekeringselement in, wat gevolgen heeft bij overlijden.Verzekeraars, oudere polissen

Fiscaal zijn ze gelijk: dezelfde jaarruimte, dezelfde aftrek, dezelfde regels bij opnemen. Het verschil zit in het rendement, de kosten en wat er gebeurt als je overlijdt. Wat aanbieders vragen en bieden staat in het overzicht van pensioensparen vergelijken.

Past het bij jou?

Check in vijf vragen of de derde pijler bij je past

Pensioensparen loont niet voor iedereen even hard. De uitkomst hangt af van je fiscale ruimte, je opbouw via werk en of je het geld kunt missen. Beantwoord de vragen en je ziet welke van die drie bij jou de doorslag geeft.

1. Bouw je pensioen op via een werkgever?

2. Heb je jaarruimte over dit jaar?

3. Kun je dit geld missen tot je AOW-leeftijd?

4. Heb je schulden met een hoge rente, anders dan je hypotheek?

5. Hoeveel jaar zitten er nog tussen nu en je AOW-leeftijd?

Beantwoord de vijf vragen. De uitkomst verschijnt hier.

De uitkomst is een richting op basis van je antwoorden, geen persoonlijk advies.

Het belastingvoordeel

Wat je terugkrijgt van de Belastingdienst

De inleg gaat van je inkomen in box 1 af. Hoeveel je terugkrijgt, hangt af van het tarief waartegen die aftrek landt. In 2026 loopt dat van 35,75% in de eerste schijf tot 49,50% boven € 78.426.

Er zit een detail in dat vrijwel nergens genoemd wordt. Doordat je algemene heffingskorting meebeweegt met je inkomen, komt er bovenop het schijftarief nog een stukje bij. Tussen € 38.883 en € 78.426 krijg je daardoor 43,96% terug in plaats van 37,56%. De volledige berekening staat op de pagina over het belastingvoordeel van pensioensparen.

Je inkomen in 2026SchijftariefWat de aftrek echt oplevert
Tot € 29.73635,75%35,75%
€ 29.736 tot € 38.88335,75%42,15%
€ 38.883 tot € 78.42637,56%43,96%
Boven € 78.42649,50%49,50%

Naast de aftrek is er een tweede voordeel dat minder opvalt: het saldo op een pensioenrekening valt in box 1 en dus niet in box 3. Over € 100.000 aan gewoon spaargeld betaal je in box 3 belasting, over € 100.000 op een pensioenrekening niet.

Belangrijk om te weten. Je stelt de belasting uit, je scheldt hem niet kwijt. Over de uitkeringen betaal je later inkomstenbelasting plus 4,85% bijdrage Zorgverzekeringswet. Het voordeel zit in het verschil tussen je tarief nu en je tarief straks, plus het rendement over het bedrag dat je nu niet aan belasting kwijt bent.

Je fiscale ruimte

Hoeveel je in 2026 mag inleggen

Je aftrekbare inleg heet jaarruimte. De rekenregel: neem je bruto-inkomen van vorig jaar, haal de AOW-franchise eraf, neem 30% van wat overblijft en trek daar 6,27 keer je factor A vanaf. Het maximum ligt in 2026 op € 35.588.

  • Factor A is wat je vorig jaar aan pensioen opbouwde via je werkgever. Je vindt hem op je pensioenoverzicht. Zie factor A opzoeken.
  • Zzp’ers hebben geen factor A en rekenen met de winst vóór ondernemersaftrek. Daardoor is hun ruimte doorgaans het grootst. Zie pensioen opbouwen als zzp’er.
  • Niet gebruikte ruimte van de afgelopen tien jaar mag je alsnog inhalen via de reserveringsruimte.
  • Reken je eigen bedrag door met de tool op jaarruimte berekenen.

Leg je meer in dan je ruimte toelaat, dan is dat deel niet aftrekbaar. Het zit dan wel vast op een geblokkeerde rekening. Je kunt dat later terughalen met een saldoverklaring, maar dat is administratief werk dat je liever voorkomt.

Rendement en inflatie

Wat sparen oplevert, en wat inflatie ervan afhaalt

Bij pensioensparen krijg je rente. Bij pensioenbeleggen loopt je saldo mee met de markt. Over dertig jaar maakt dat verschil meer uit dan het belastingvoordeel. Vul je eigen bedrag en startleeftijd in, of bekijk de volledige vergelijking op sparen of beleggen voor je pensioen.

Gerekend met 2% rente bij sparen en 5% gemiddeld rendement bij beleggen, beide na kosten. Beleggen kan ook minder opleveren. De koopkracht is het eindbedrag omgerekend naar geld van nu bij 2% inflatie.

Twee dingen vallen op als je met de getallen speelt. Bij een korte looptijd ligt het verschil tussen sparen en beleggen dicht bij elkaar en weegt het belastingvoordeel zwaarder. Bij een lange looptijd draait dat om: dan bepaalt het rendement vrijwel de hele uitkomst en is de aftrek een bonus.

De koopkrachtregel eronder is de reden dat spaarrente bij een lange looptijd tegenvalt. Krijg je 2% rente terwijl de inflatie ook 2% is, dan groeit je bedrag op papier maar koop je er over dertig jaar evenveel voor als nu. Dat is geen argument tegen pensioensparen, wel tegen alleen sparen bij een looptijd van decennia.

De nadelen

De nadelen van pensioensparen op een rij

Aanbieders zetten het belastingvoordeel vooraan. Dit is de andere kant, en die telt net zo hard mee in je keuze.

Je geld staat vast

Tot je AOW-leeftijd kun je er niet bij. Tussentijds opnemen kost inkomstenbelasting over het hele bedrag plus 20% revisierente. Samen loopt dat op tot ruim de helft.

Je krijgt het niet in één keer

De uitkering loopt minimaal vijf jaar, en twintig jaar als je voor je AOW-leeftijd begint. Een reis of een verbouwing financier je er niet mee.

Later betaal je alsnog

Over elke uitkering betaal je inkomstenbelasting plus 4,85% bijdrage Zvw. Zit je straks in dezelfde schijf als nu, dan blijft er van het voordeel weinig over.

Kosten drukken het rendement

Beleggingsfondsen rekenen jaarlijks een percentage over je hele saldo. Over dertig jaar kan een half procent verschil duizenden euro’s schelen.

De regels veranderen

De jaarruimte, de tarieven en de aftrekregels zijn de afgelopen jaren meermaals aangepast. Je legt geld vast onder regels die over twintig jaar anders kunnen zijn.

Het raakt je toeslagen

De aftrek verlaagt je toetsingsinkomen en kan je toeslagen daardoor verhogen. Bij de uitkering werkt dat later precies andersom.

Wanneer het niet loont

Vier situaties waarin pensioensparen weinig oplevert

Is pensioensparen verstandig? Meestal wel als je een pensioentekort hebt en het geld kunt missen. In deze vier situaties werkt het tegen je.

1. Je hebt geen jaarruimte

Zonder fiscale ruimte is er geen aftrek. Wat je dan inlegt is gewoon geld dat je tot je AOW-leeftijd niet meer kunt gebruiken, zonder dat er iets tegenover staat. Bouw je via je werkgever een volle pensioenregeling op, dan is je ruimte vaak nul. Reken het eerst na op jaarruimte berekenen voordat je een rekening opent.

2. Je hebt een dure lening lopen

Een persoonlijke lening of een creditcardschuld kost al snel 8% tot 14% rente per jaar. Dat is zeker rendement dat je verliest. Een aftrek van 37,56% is eenmalig, terwijl die rente elk jaar terugkomt. Aflossen levert dan meer op dan inleggen.

3. Je hebt geen buffer achter de hand

Zet je je laatste reserve op een geblokkeerde rekening, dan is de kans groot dat je bij de eerste kapotte wasmachine of een maand zonder opdrachten alsnog moet lenen. Zorg eerst voor een vrij opneembare buffer en leg pas daarna geld vast.

4. Je verwacht later een hoger inkomen dan nu

Het voordeel zit in het verschil tussen je tarief nu en je tarief straks. Trek je nu af tegen 35,75% en betaal je straks 37,56% over de uitkering, dan schiet je er per saldo niets mee op. Dat speelt vooral bij starters met een laag inkomen en bij mensen met een fors werkgeverspensioen dat straks bovenop de uitkering komt.

Bij een laag inkomen nu en een goed pensioen straks kan pensioensparen je per saldo geld kosten in plaats van opleveren.

Je geld en de garantie

Kun je je geld kwijtraken met pensioensparen?

Bij sparen loop je geen koersrisico. Er is wel een risico dat vrijwel geen enkele aanbieder benoemt: je pensioenspaarrekening telt mee voor de € 100.000 van de depositogarantie, samen met je gewone spaargeld bij dezelfde bank.

Je pensioenrekening en je gewone spaargeld delen bij dezelfde bank dezelfde garantie van € 100.000. Samen, niet apart.

De Nederlandse depositogarantie beschermt tegoeden tot € 100.000 per persoon per bankvergunning. Voor die grens worden al je rekeningen bij die bank bij elkaar opgeteld: betaalrekening, spaarrekening, deposito én lijfrenterekening. Heb je € 80.000 spaargeld en € 40.000 op je pensioenrekening bij dezelfde bank, dan is € 20.000 niet gedekt.

Let ook op merknamen. De garantie geldt per bankvergunning, niet per merk. SNS, ASN Bank, RegioBank en BLG Wonen vallen onder één vergunning, die van de Volksbank. Spaargeld verdelen over die merken levert dus geen extra bescherming op.

Waar je geld staatWat er beschermtTot welk bedrag
Pensioenspaarrekening bij een bankNederlandse depositogarantie€ 100.000 per persoon per bankvergunning, samen met je andere tegoeden daar
Pensioenbeleggen bij een bank of beleggingsinstellingJe fondsen staan apart van het vermogen van de aanbieder; het beleggerscompensatiestelsel dekt daarnaast tot € 20.000Koersrisico blijft altijd voor jou
Lijfrenteverzekering bij een verzekeraarGeen depositogarantie. Toezicht van DNB en een wettelijke afwikkelingsregelingGeen vast gegarandeerd bedrag

Bij beleggen ligt het anders: je fondsen staan op naam en vallen buiten een faillissement van je aanbieder. Het risico daar zit in de koersen, niet in de aanbieder. Heb je meer dan een ton bij één bank staan, dan spreid je het over aanbieders met verschillende vergunningen. Welke aanbieders er zijn, staat in het overzicht van aanbieders.

Als je overlijdt

Wat er met je pensioenrekening gebeurt als je overlijdt

Hier zit het grootste verschil tussen een bank en een verzekeraar, en het is precies het punt waarop de meeste vergelijkingen zwijgen.

  • Bij een bank of beleggingsinstelling gaat de volle waarde van je rekening naar je erfgenamen. Het blijft jouw geld.
  • Bij veel lijfrenteverzekeringen keert de polis in de opbouwfase 90% van de waarde uit en vervalt 10% aan de verzekeraar. In de uitkeringsfase loopt de uitkering vaak voor 70% door naar je partner en stopt hij helemaal als je geen partner hebt. Kijk dus in je polisvoorwaarden wat er is meeverzekerd.

Je erfgenamen krijgen het bedrag niet als vrij te besteden geld. Ze moeten er een nabestaandenlijfrente van kopen, die net als de gewone uitkering in termijnen loopt. Doen ze dat niet op tijd, dan wordt het hele bedrag ineens belast met 20% revisierente erbovenop.

Wie erftMinimale looptijd van de uitkeringWanneer die start
Je partner5 jaarDirect na overlijden, tenzij er recht op een Anw-uitkering is
Kind jonger dan 305 tot 20 jaar, tot uiterlijk het jaar waarin het kind 30 wordtDirect na overlijden
Kind van 30 of ouder, of een ander familielid20 jaarDirect na overlijden
Een goed doel of een stichtingNiet mogelijkHet bedrag wordt ineens belast, met revisierente

De termijn om dit te regelen loopt tot 31 december van het tweede kalenderjaar na het overlijden. Voor de erfbelasting geldt nog een aandachtspunt: erft je partner het lijfrentekapitaal, dan gaat zijn of haar partnervrijstelling omlaag met de helft van de waarde. Meer over de uitkeringen zelf staat op lijfrente uitkering.

Kijk hier eerst naar

Waarom de tweede pijler meestal gunstiger is dan de derde

Dit staat op vrijwel geen enkele aanbiederspagina, want het levert ze niets op: als je de keuze hebt tussen opbouwen via je werkgever en opbouwen op een eigen rekening, is de werkgeversroute in de regel voordeliger.

  • Je werkgever betaalt mee. In veel regelingen draagt de werkgever het grootste deel van de premie. Op je eigen pensioenrekening leg je alles zelf in.
  • De kosten liggen lager. Collectieve regelingen kopen in bulk in. Individuele producten rekenen per deelnemer kosten over je hele saldo.
  • Je deelt risico’s. Een pensioenfonds regelt doorgaans ook nabestaandenpensioen en dekking bij arbeidsongeschiktheid. Op een lijfrenterekening moet je dat apart regelen.
  • Je hoeft niets zelf te doen. Geen aangifte, geen jaarruimte uitrekenen, geen keuze tussen aanbieders.

Onderzoekers wijzen er al langer op dat dit verschil moeilijk uit te leggen valt aan mensen die op beide manieren kunnen opbouwen. De AFM constateerde daarnaast dat consumenten in de derde pijler tegen drempels aanlopen: onduidelijke kosten, ingewikkelde keuzes en producten die lastig te vergelijken zijn.

Vraag het eerst na op je werk. Heeft je werkgever geen pensioenregeling, vraag dan of hij wil bijdragen aan een individuele regeling. Dat kan en het gebeurt vaker dan mensen denken. Blijkt dat niet mogelijk, dan is de derde pijler de aangewezen route.

Het startmoment

Wanneer je het beste begint met pensioensparen

Hoe eerder je begint, hoe meer jaren je rente of rendement over rendement maakt. Hieronder staan twee routes naast elkaar bij € 200 per maand tot je 67e: sparen tegen 2% rente en beleggen tegen 5% gemiddeld. Allebei kan op dezelfde pensioenrekening, en dat verschil weegt zwaarder dan het startmoment.

StartleeftijdJaren tot 67Wat je zelf inlegtSparen, 2% renteBeleggen, 5% gemiddeld
25 jaar42 jaar€ 100.800€ 157.800€ 342.300
35 jaar32 jaar€ 76.800€ 107.500€ 189.000
45 jaar22 jaar€ 52.800€ 66.300€ 95.900
55 jaar12 jaar€ 28.800€ 32.500€ 39.400
Staafgrafiek: 200 euro per maand tot je 67e levert bij sparen tegen 2% en beleggen tegen 5% sterk verschillende bedragen op per startleeftijd
Bij een korte looptijd liggen sparen en beleggen dicht bij elkaar. Bij veertig jaar loopt het verschil op tot meer dan het dubbele. Beleggen kan ook minder opleveren, en de bedragen zijn voor belasting over de latere uitkering.

Tien jaar later beginnen scheelt bij beleggen bijna de helft van je eindkapitaal en bij sparen ongeveer een derde, terwijl je maar een kwart minder inlegt. Dat verschil komt uit de jaren die je mist, niet uit het bedrag dat je stort.

Ben je al ouder, dan is dat geen reden om het te laten. Bij een korte looptijd verschuift het zwaartepunt alleen van rendement naar belastingvoordeel, en dat voordeel is meteen zichtbaar. Daar komt bij dat je ongebruikte ruimte van de afgelopen tien jaar alsnog mag benutten via de reserveringsruimte, wat vlak voor je pensioen een fors bedrag kan zijn.

Aan de slag

Zo regel je pensioensparen in vier stappen

Stap 1Kijk hoe groot je tekort is

Log in op mijnpensioenoverzicht.nl en zet dat naast wat je nu per maand uitgeeft. De rekentool op de pagina over het pensioengat vertaalt dat verschil naar een bedrag per maand.

Stap 2Bereken je jaarruimte

Zonder ruimte geen aftrek. Pak je inkomen van vorig jaar en je factor A erbij op jaarruimte berekenen, en check meteen je reserveringsruimte.

Stap 3Kies sparen, beleggen of allebei

Bij meer dan vijftien jaar tot je AOW-leeftijd weegt rendement zwaarder dan zekerheid. Bij minder dan vijf jaar geldt het omgekeerde.

Stap 4Vergelijk op kosten, niet op reclame

Zet rente, fondskosten en de voorwaarden voor de uitkeringsfase naast elkaar in het overzicht van aanbieders. Vergeet daarna stap drie niet: de inleg invullen in je aangifte.

Wat ik zelf doe

Ik beleg mijn inleg en houd daarnaast een buffer die ik wel kan opnemen

Ik heb voor beleggen gekozen en niet voor sparen. Mijn reden is de looptijd: ik ben 30, dus er zitten nog bijna veertig jaar tussen nu en mijn AOW-leeftijd. Over die periode heb ik ruim de tijd om een slecht beursjaar uit te zitten. Bij spaarrente weet ik nu al vrij precies wat er straks staat, en na inflatie blijft daar weinig groei van over.

Ik doe dat bij BrightPensioen. Wat ik daarnaast bewust doe: ik houd een aparte buffer aan die niet vaststaat. Als zzp’er heb ik maanden met weinig opdrachten en dus weinig inkomen. Zonder spaargeld daarnaast zou ik in zo’n maand mijn pensioenrekening moeten aanspreken, en dat kan alleen door hem af te kopen. Daar gaat ruim de helft van af aan belasting en boete.

Wat een inleg bij jouw inkomen oplevert, reken je door met de rekentool op hun site: pensioen berekenen bij BrightPensioen.

Dit is mijn eigen keuze en geen advies. Beleggen kan ook minder opleveren dan sparen. Vergelijk altijd zelf op kosten en voorwaarden.

Vragen

Veelgestelde vragen over pensioensparen

Wat is pensioensparen precies?

Pensioensparen is geld opzij zetten op een geblokkeerde rekening bij een bank, verzekeraar of beleggingsinstelling, bedoeld als aanvulling op je AOW en je werkgeverspensioen. In de wet heet zo’n rekening een lijfrente. Je inleg is binnen je jaarruimte aftrekbaar van je inkomen in box 1 en het saldo telt tijdens de opbouw niet mee in box 3.

Vanaf je AOW-leeftijd, of maximaal vijf jaar later, laat je het bedrag in termijnen uitkeren. Over die uitkeringen betaal je dan inkomstenbelasting.

Wat zijn de nadelen van pensioensparen?

Je geld staat vast tot je AOW-leeftijd, je krijgt het daarna in termijnen en niet ineens, en over elke uitkering betaal je inkomstenbelasting plus 4,85% bijdrage Zvw. Tussentijds opnemen kost je 20% revisierente bovenop de belasting.

Daarnaast drukken fondskosten je rendement, veranderen de fiscale regels regelmatig, en verdwijnt het voordeel grotendeels als je straks in dezelfde belastingschijf zit als nu.

Hoe werkt pensioensparen?

Je berekent eerst je jaarruimte, opent een pensioenrekening, stort daarop en vult die inleg in bij je aangifte onder premies voor inkomensvoorzieningen. De Belastingdienst betaalt het belastingdeel terug. Vanaf je AOW-leeftijd koop je met het saldo een uitkering die minimaal vijf jaar loopt.

Kun je geld verliezen met pensioensparen?

Bij sparen loop je geen koersrisico en beschermt de Nederlandse depositogarantie je tot € 100.000 per persoon per bankvergunning. Let op: je pensioenspaarrekening wordt daarvoor opgeteld bij je andere tegoeden bij diezelfde bank.

Bij pensioenbeleggen kunnen de koersen dalen en kan je saldo lager uitvallen dan je inleg. Je fondsen staan wel apart van het vermogen van je aanbieder.

Is pensioensparen verstandig?

Het loont als je een pensioentekort hebt, jaarruimte over hebt en het geld tot je AOW-leeftijd kunt missen. Het loont niet als je jaarruimte nul is, als je een dure lening hebt lopen, als je geen buffer achter de hand hebt, of als je straks een hoger inkomen verwacht dan nu.

Wat is het verschil tussen pensioensparen en pensioenbeleggen?

Fiscaal niets: dezelfde jaarruimte, dezelfde aftrek en dezelfde regels bij opnemen. Het verschil zit in het rendement. Bij sparen krijg je rente en weet je waar je aan toe bent. Bij beleggen loopt je saldo mee met de markt, met kans op meer en kans op minder.

Bij een lange looptijd bepaalt dat verschil het grootste deel van je eindbedrag.

Wat is de derde pijler van het pensioen?

De derde pijler is het pensioen dat je zelf regelt met een lijfrente bij een bank, verzekeraar of beleggingsinstelling. De eerste pijler is de AOW van de overheid, de tweede pijler is het pensioen dat je via je werkgever opbouwt.

Kan ik mijn pensioenspaarrekening tussentijds opnemen?

Ja, aanbieders werken daaraan mee, maar het is fiscaal ongunstig. De hele waarde wordt ineens belast in box 1 en daar komt 20% revisierente bij. Bij een tegoed onder € 5.513 en bij langdurige arbeidsongeschiktheid vervalt die revisierente. Zie lijfrente afkopen.

Wanneer kun je het beste beginnen met pensioensparen?

Zodra je een pensioentekort hebt en het geld kunt missen. Elk jaar dat je eerder begint telt dubbel, omdat je rente over rente maakt. Bij € 200 per maand scheelt beginnen op je 25e in plaats van je 35e ongeveer € 50.000 als je spaart tegen 2%, en ruim € 150.000 als je belegt tegen 5% gemiddeld.

Begin je later, dan blijft het belastingvoordeel overeind en mag je ongebruikte ruimte van de afgelopen tien jaar alsnog inhalen.

Wat gebeurt er met mijn pensioenspaarrekening als ik overlijd?

Bij een bank of beleggingsinstelling gaat de volle waarde naar je erfgenamen. Zij moeten er wel een nabestaandenlijfrente van kopen, uiterlijk op 31 december van het tweede kalenderjaar na je overlijden.

Bij veel lijfrenteverzekeringen ligt dat anders: in de opbouwfase keert de polis vaak 90% uit en vervalt 10% aan de verzekeraar. Controleer je polisvoorwaarden.

Wat een bepaald maandbedrag over de jaren wordt, en wat je moet inleggen voor het pensioen dat je wilt, staat op pensioensparen berekenen.

Verantwoording

Bronnen en cijfers

De bedragen en percentages op deze pagina gelden voor belastingjaar 2026. De rekentools gebruiken dezelfde uitgangspunten.

Laatst gecontroleerd op 23 augustus 2026. Deze pagina geeft algemene informatie en is geen fiscaal of financieel advies.

pensioensparenvergelijken.nl
Logo
Vergelijk items
  • Totaal (0)
Vergelijken
0