Als zzp’er bouw je geen pensioen op via een werkgever. Van de overheid krijg je later alleen AOW: € 1.139 bruto per maand als je samenwoont, € 1.662 als je alleen woont. Wat je daarnaast wil, zet je zelf opzij op een pensioenrekening. De inleg daarop haal je van je winst af, waardoor je een deel terugkrijgt van de Belastingdienst.
Hieronder lees je stap voor stap hoe dat werkt en reken je uit wat het in jouw situatie per maand is.
Deze uitleg is informatief en geen fiscaal advies.
Op deze pagina
De AOW
Wat je later van de overheid krijgt
Iedereen die in Nederland woont of werkt bouwt AOW op, of je nu in loondienst bent of voor jezelf werkt. Je bouwt 2% op per jaar, over de vijftig jaar voor je AOW-leeftijd. Woonde je die hele periode hier, dan krijg je het volledige bedrag. Elk jaar in het buitenland kost je 2%.
Hoeveel je krijgt hangt af van je woonsituatie. Woon je samen of ben je getrouwd, dan krijgen jullie allebei een lager bedrag, samen meer dan een alleenstaande. Dit zijn de bedragen per 1 juli 2026, inclusief het vakantiegeld dat je maandelijks opbouwt en in mei uitbetaald krijgt.
| Jouw situatie | Bruto per maand | Vakantiegeld per maand | Netto per maand |
|---|---|---|---|
| Je woont samen of bent getrouwd, per persoon | € 1.139,39 | € 74,85 | € 1.084,13 |
| Je woont alleen | € 1.662,16 | € 104,78 | € 1.581,55 |
De AOW-leeftijd is 67 jaar in 2026 en 2027. Vanaf 2028 wordt dat 67 jaar en 3 maanden. Ben je jonger dan vijftig, houd er dan rekening mee dat je AOW-datum nog verder kan opschuiven. De leeftijd beweegt mee met hoe oud we gemiddeld worden.
Het tekort
Waarom de AOW voor bijna elke zzp'er te weinig is
Reken je AOW om naar een jaarbedrag, dan kom je uit op ongeveer € 14.600 bruto per persoon als je samenwoont en € 21.200 als je alleen woont. Draai je nu € 60.000 winst, dan valt je inkomen dus met twee derde of meer terug op de dag dat je stopt.
Dat verschil heet een pensioengat. Werknemers hebben dat meestal ook, alleen vullen zij het automatisch aan via hun werkgever. Bij jou gebeurt er niets tenzij je zelf iets regelt. Wil je precies weten hoe groot jouw gat is, reken dat dan uit op de pagina over je pensioengat berekenen.
Een tweede punt speelt mee. Je onderneming verkopen of je hypotheek aflossen levert later ook geld op, alleen weet je vooraf niet hoeveel. Een koper vinden voor een eenmanszaak die om jou draait is lastig. Reken die opbrengst daarom niet mee als basis.
De basis
Zo werkt zelf pensioen opbouwen
Zelf pensioen opbouwen komt neer op drie dingen.
Kom je eerder geld tekort en denk je aan het opnemen van je pensioenpot? Reken dan eerst uit wat lijfrente afkopen je kost aan belasting en revisierente.
1. Je opent een pensioenrekening
Op je eigen naam, bij een bank of beleggingsaanbieder. Het is een spaar- of beleggingsrekening met een slot erop: je kunt er pas bij vanaf je pensioendatum. Welke aanbieders er zijn en wat ze kosten, staat in het overzicht van pensioensparen vergelijken.
2. Je stort en trekt af
Vanaf je privérekening, maandelijks of eens per jaar. In je aangifte haal je dat bedrag van je winst af, waardoor je een deel terugkrijgt.
3. Je krijgt het uitbetaald
Vanaf je AOW-leeftijd, als maandbedrag bovenop je AOW. Daar betaal je dan belasting over, tegen een lager tarief dan nu.
Meer is het niet. De rest van deze pagina gaat over de bedragen: hoeveel je opzij zet, hoeveel je mag aftrekken en waar je de rekening opent. Wil je eerst de begrippen op een rij, lees dan wat is pensioensparen.
Vier woorden die je gaat tegenkomen
| Woord | Wat het betekent |
|---|---|
| Lijfrente | Het officiële woord voor zo’n pensioenrekening met een slot erop. Banken noemen het zelf vaak pensioensparen of pensioenbeleggen. |
| Jaarruimte | Het bedrag dat je dit jaar mag inleggen met belastingvoordeel. Voor jou is dat 30% van je winst boven € 19.172. |
| Factor A | Het pensioen dat je in een jaar via een werkgever opbouwde. Werk je alleen voor jezelf, dan is dit nul en hoef je er niets mee. |
| Derde pijler | Pensioen dat je zelf regelt. De eerste pijler is de AOW, de tweede is pensioen via een werkgever. |
Rekentool
Hoeveel moet je per maand opzij zetten?
Vul in wat je nu verdient en wat je later per maand wil hebben. De tool trekt je AOW eraf, rekent uit hoeveel geld je op je 67e nodig hebt en vertaalt dat naar een maandbedrag. Daaronder zie je wat je er netto voor betaalt en of het binnen je jaarruimte past.
Schatting in euro’s van vandaag. De tool rekent met een AOW-leeftijd van 67 en een uitkering die twintig jaar duurt, met de AOW-bedragen van 1 juli 2026. De rendementen zijn na inflatie en kosten: 0,5% voor sparen, 2% voor een verdeling over allebei en 4% voor beleggen. Hoeveel je terugkrijgt van de Belastingdienst hangt af van je winst. Je eigen uitkomst wijkt af zodra rendement, kosten of je inkomen anders lopen.
Over die percentages: het zijn rendementen ná inflatie, zodat alle bedragen in euro’s van vandaag staan. Sparen levert nu ongeveer 2,5% rente op. Gaat daar 2% inflatie vanaf, dan blijft 0,5% over. Bij beleggen in aandelen lag het rendement over lange periodes rond 7% per jaar. Na inflatie en ongeveer 0,5% kosten reken ik met 4%. Dat zijn aannames, geen zekerheden: kies je voor beleggen, dan kan een jaar ook negatief uitpakken.
Twee dingen vallen bijna altijd op. Begin je jong, dan is het maandbedrag lager dan mensen verwachten. Begin je later, dan loopt het hard op. Wie op zijn 35e met € 250 per maand start, komt bij 4% rendement op ongeveer hetzelfde bedrag uit als iemand die op zijn 50e met € 670 per maand begint.
Twee manieren
Sparen of beleggen: de enige keuze die je echt maakt
Er zijn twee manieren om je pensioenrekening te vullen. Bij pensioensparen krijgt je geld rente. Bij pensioenbeleggen wordt het belegd in fondsen. Het belastingvoordeel is bij allebei precies gelijk, dus dat hoeft je keuze niet te bepalen. Wat dat voordeel in euro’s is, reken je uit bij het belastingvoordeel van pensioensparen.
| Pensioensparen | Pensioenbeleggen | |
|---|---|---|
| Wat er met je geld gebeurt | Het staat op een spaarrekening en krijgt rente | Het wordt belegd in fondsen met aandelen en obligaties |
| Weet je vooraf wat je krijgt? | Ja, als je de rente een aantal jaar vastzet | Nee, de waarde beweegt mee met de beurs |
| Wat het gemiddeld oplevert | Weinig, maar het staat er zeker | Historisch meer, met jaren waarin het daalt |
| Wat het kost | Meestal niets, soms eenmalig € 35 tot € 50 | Ongeveer 0,2% tot 0,8% per jaar |
| Belastingvoordeel | Je inleg is aftrekbaar | Je inleg is aftrekbaar, precies hetzelfde |
| Wanneer het past | Tien jaar of minder tot je AOW | Meer dan tien jaar tot je AOW |
De vuistregel gaat over tijd. Beleggen daalt af en toe, en je hebt jaren nodig om zo’n daling weer in te lopen. Met twintig jaar te gaan heb je die tijd. Met vijf jaar te gaan niet, en dan weegt zekerheid zwaarder.
Je hoeft ook niet te kiezen voor altijd. Veel mensen beleggen zolang hun pensioendatum ver weg is en schuiven het geld daarna stukje bij beetje naar sparen.
Keuzehulp: past sparen of beleggen bij jou?
1. Hoeveel jaar heb je nog tot je AOW-leeftijd?
2. Stel, je pot staat een jaar 20% lager. Wat doe je dan?
Kies je antwoorden, dan zie je welke manier bij je past.
Wil je pensioenbeleggen van begin tot eind uitgelegd horen, dan neemt accountant en belastingadviseur Marga Teulings het in deze video stap voor stap door: hoe de aftrek werkt, wat er met je geld gebeurt en waar mensen de mist in gaan.
Let op
Wat je beter niet als enige oplossing gebruikt
Veel zzp’ers zetten geld op een gewone spaarrekening en noemen dat hun pensioen. Daar zitten drie nadelen aan. Je krijgt niets terug van de Belastingdienst, boven het vrijgestelde bedrag betaal je er elk jaar belasting over in box 3, en de inflatie knabbelt eraan.
Wat inflatie met je spaargeld doet
Rente op een spaarrekening ligt vaak net boven de inflatie. Je saldo groeit dan wel, je koopkracht nauwelijks. Hieronder staat wat € 20.000 na twintig jaar waard is, omgerekend naar wat je er vandaag voor zou kopen.
Sparen: € 22.1002,5% rente, min 2% inflatie
Beleggen: € 43.8004% per jaar, na kosten en inflatie
Beide bedragen zijn in koopkracht van vandaag. Bij sparen komt de heffing in box 3 er nog af, bij een pensioenrekening niet.
Voor later telt alleen wat je met je geld kunt kopen. Daarom rekent de tool hierboven met rendementen ná inflatie.
Houd wel een buffer apart
Een buffer op een gewone spaarrekening blijft nodig. Geld op je pensioenrekening zit vast tot je pensioendatum, dus houd altijd apart wat je nodig hebt om een rustige periode of een kapotte laptop op te vangen. Zes maanden vaste lasten is een gangbare richtlijn.
Jaarruimte
Hoeveel mag je met belastingvoordeel inleggen?
Je mag niet onbeperkt aftrekken. Het maximum heet jaarruimte en werkt zo: neem je winst, haal daar € 19.172 vanaf en neem 30% van wat overblijft. Bij een winst van € 60.000 mag je in 2026 dus € 12.248 inleggen met aftrek.
Reken met je winst vóór de ondernemersaftrek. Bij € 60.000 winst kost de verkeerde grondslag je € 2.600 aan ruimte.
Let op met welk bedrag je rekent. Je gebruikt je winst vóór de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling, niet het bedrag onderaan je aangifte. Dat scheelt bij € 60.000 winst zo’n € 2.600 aan ruimte.
| Stap | Bedrag |
|---|---|
| Je winst | € 60.000 |
| Zelfstandigenaftrek 2026 eraf | − € 1.200 |
| Mkb-winstvrijstelling van 12,7% eraf | − € 7.468 |
| Belastbare winst op je aangifte | € 51.332 |
| Waarmee je de jaarruimte berekent | € 60.000 |
| Jouw jaarruimte: 30% van (60.000 − 19.172) | € 12.248 |
Nog twee dingen. Je jaarruimte over 2026 rekent met je winst van 2025, dus met het jaar ervoor. En heb je eerdere jaren niets ingelegd, dan staat die ruimte nog open. Dat heet reserveringsruimte en gaat tien jaar terug, tot maximaal € 42.753 in 2026.
Wil je het precieze bedrag, gebruik dan de rekenhulp op de pagina over jaarruimte berekenen. Die rekent ook je belastbare winst terug naar het juiste startbedrag.
Belastingvoordeel
Wat het belastingvoordeel oplevert
Je betaalt geen belasting over het bedrag dat je inlegt. Later, als je het uitbetaald krijgt, betaal je die belasting alsnog. Het voordeel zit in het verschil tussen die twee momenten: zodra je AOW hebt, betaal je namelijk geen AOW-premie meer en zakt het tarief in de eerste schijf van 35,75% naar 17,85%.
| Je belastbare winst | Nu terug | Later betalen | Voordeel per euro |
|---|---|---|---|
| Tot € 38.883 | 35,75% | 17,85% | 18 cent |
| € 38.883 tot € 78.426 | 37,56% | 17,85% | 20 cent |
| Boven € 78.426 | 49,50% | 17,85% | 32 cent |
Verdien je meer dan € 78.426, let dan op één detail. Voor de meeste aftrekposten geldt een maximum van 37,56%, alleen geldt dat maximum niet voor pensioeninleg. Jij trekt af tegen 49,50%. Rekentools die op 37,56% blijven steken, laten je voordeel te laag zien.
Er staat iets tegenover. Je komt niet bij dat geld voordat je met pensioen gaat. Haal je het er toch af, dan betaal je belasting over het hele bedrag plus 20% boete, revisierente genoemd.
Verplicht
Moet je dit als zzp'er verplicht regelen?
Voor de meeste zzp’ers niet. Er zijn drie uitzonderingen en één ontwikkeling om in de gaten te houden.
- Je beroep heeft een eigen pensioenfonds. Huisartsen, medisch specialisten, notarissen, apothekers en fysiotherapeuten doen verplicht mee, ook als zelfstandige.
- Je branche heeft een verplichte regeling. In een aantal bedrijfstakken geldt die ook voor zelfstandigen, zoals bij schilders en in de havens. Check op mijnpensioenoverzicht.nl of je ergens al opbouwt.
- Vrijwillig meedoen bij een fonds. Sinds de nieuwe pensioenwet mogen pensioenfondsen zelfstandigen toelaten. Elk fonds beslist daar zelf over, dus het aanbod is beperkt.
- De Zelfstandigenwet. Het kabinet werkt aan een wet met een ondernemerstoets, waarin meetelt of je pensioen en arbeidsongeschiktheid zelf hebt geregeld. De streefdatum is 1 januari 2028 en het voorstel moet nog door beide Kamers.
De verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet BAZ, wordt hier vaak mee verward. Die ging in maart 2026 naar de Tweede Kamer en gaat over ziek worden, niet over pensioen. Invoering wordt niet voor 2030 verwacht.
Veelgemist
Twee dingen die veel zzp'ers missen
Je hebt waarschijnlijk al pensioen staan
Werkte je eerder in loondienst, dan staat er bijna altijd iets. Dat blijft van jou en groeit door. Log in op mijnpensioenoverzicht.nl met je DigiD en kijk welk bedrag je vanaf je AOW-leeftijd krijgt. Tel dat op bij je AOW voordat je gaat rekenen, anders zet je te veel opzij.
Ben je net gestart, dan kun je de regeling van je oude werkgever soms vrijwillig voortzetten, meestal tot tien jaar lang. Je betaalt dan zelf de hele premie, ook het deel dat je werkgever betaalde. Vraag dit binnen negen maanden na je vertrek na, daarna kan het niet meer.
De oudedagsreserve bestaat niet meer
Zoek je op dit onderwerp, dan kom je de fiscale oudedagsreserve of FOR tegen als optie. Die regeling is per 1 januari 2023 afgeschaft. Je bouwt er niets meer mee op, ook al staat het in artikelen van dit jaar nog als mogelijkheid genoemd.
De oudedagsreserve is per 2023 afgeschaft. Dat er nog artikelen uit dit jaar zijn die hem als optie noemen, verandert daar niets aan.
Had je er vóór 2023 al een, dan handel je die af volgens de oude regels: omzetten in een pensioenrekening, of afrekenen met de Belastingdienst als je stopt. Er zat namelijk nooit geld in, alleen uitgestelde belasting.
Waar openen
Waar je zo'n rekening opent
Je opent de rekening op je eigen naam, niet op naam van je bedrijf. Het geld gaat van je privérekening en de aftrek regel je in je aangifte inkomstenbelasting, niet in je boekhouding.
Waar je op let verschilt per manier. Kies je voor sparen, dan draait het om de rente en om hoeveel jaar je die vastzet. Kies je voor beleggen, dan draait het om de kosten die de aanbieder per jaar rekent.
Die kosten staan als een percentage per jaar in de voorwaarden en klinken daardoor klein. Je betaalt ze alleen elk jaar opnieuw, over je hele pot. Leg je dertig jaar lang maandelijks in en betaal je een half procent per jaar meer, dan houd je aan het eind ongeveer 9% minder over. Bij een eindbedrag van € 150.000 is dat ruim € 13.000.
Kijk ook of je zonder kosten kunt stoppen met inleggen of een maand kunt overslaan. Als zzp’er heb je jaren waarin dat uitkomt.
De rentes en kosten van tien aanbieders staan naast elkaar op de ranglijst voor pensioensparen.
Mijn keuze
Wat ik zelf doe
Met meer dan tien jaar tot mijn AOW zou ik beleggen. Over zulke periodes lag het rendement op aandelen historisch ruim boven de spaarrente en boven de inflatie, en een slecht jaar heb je dan de tijd om uit te zitten.
Met tien jaar of minder te gaan zou ik sparen, of het deel dat ik als eerste nodig heb alvast naar sparen verschuiven. Een daling vlak voor je pensioendatum haal je niet meer in.
En in beide gevallen: eerst een buffer van zes maanden vaste lasten opzij, pas daarna inleggen op een rekening waar je niet bij kunt.

Wat ik zelf doe
Ik ben zzp’er en beleg mijn pensioen bij BrightPensioen
Ik val zelf in de eerste groep: meer dan tien jaar tot mijn AOW, dus ik beleg. Dat doe ik bij BrightPensioen en daar ben ik tevreden over. Ze rekenen een vast bedrag per jaar in plaats van een percentage over je vermogen. Hoe groter je pot wordt, hoe meer dat scheelt.
Wil je zien wat inleggen bij jouw inkomen oplevert, dan staat op hun site een rekentool: pensioen berekenen bij BrightPensioen.
Dit is mijn eigen ervaring en geen advies. Vergelijk altijd zelf op kosten en voorwaarden.
Stappenplan
In vier stappen geregeld
Stap 1
Kijk wat je al hebt
Log in op mijnpensioenoverzicht.nl met je DigiD. Daar staat je AOW-datum, je AOW-bedrag en het pensioen van eerdere werkgevers.
Stap 2
Bepaal je maandbedrag
Reken met de tool hierboven uit wat je opzij moet zetten. Tel het pensioen uit stap 1 mee bij wat je al hebt staan.
Stap 3
Kies sparen of beleggen
Meer dan tien jaar te gaan? Dan past beleggen. Minder? Dan sparen. De bedragen achter die vuistregel staan op sparen of beleggen voor je pensioen. Vergelijk daarna de aanbieders op rente of kosten.
Stap 4
Leg in en trek af
Stort vóór 31 december en vul het bedrag in bij je aangifte. Een storting telt mee in het jaar waarin je hem doet.
Draai je een sterk jaar, dan kun je in december eerst naar je winst kijken en daarna beslissen hoeveel je stort. Een vast maandbedrag loopt rustiger, alleen stem je je aftrek dan minder af op je tarief.
Vragen
Vragen over pensioen als zzp'er
Hoeveel moet ik als zzp’er opzij zetten voor mijn pensioen?
Waar moet ik beginnen als ik hier niets van weet?
Is pensioen verplicht voor zzp’ers?
Is mijn inleg aftrekbaar?
Reken ik met mijn omzet of met mijn winst?
Wat gebeurt er met mijn pensioen van vroeger?
Kan ik als zzp’er meedoen bij een pensioenfonds?
Bestaat de oudedagsreserve nog?
Sparen of beleggen?
Kan ik er tussentijds bij?
Wat als ik een jaar weinig verdien?
Tot wanneer mag ik inleggen?
Bronnen
Bronnen en controle
De bedragen op deze pagina komen uit de volgende bronnen, gecontroleerd op 23 augustus 2026.
- AOW-bedragen per 1 juli 2026: SVB
- Het bedrag van € 19.172 dat je van je winst afhaalt: Centraal Aanspreekpunt Pensioenen
- Mkb-winstvrijstelling van 12,7% en zelfstandigenaftrek van € 1.200 in 2026: Belastingdienst en KVK
- Verplichte deelname per beroep of branche en het einde van de oudedagsreserve: Rijksoverheid
- Je definitieve jaarruimte: het hulpmiddel Lijfrentepremie van de Belastingdienst
Wil je de berekening in beide richtingen maken, van inleg naar kapitaal en van gewenst maandbedrag terug naar de inleg, gebruik dan de tool op pensioensparen berekenen.
Cijfers gecontroleerd op 23 augustus 2026. De maximale jaarruimte in 2026 is € 35.588 en de maximale reserveringsruimte € 42.753. Kom je online € 35.589 tegen, dan is dat dezelfde rekensom naar boven afgerond. Deze pagina geeft algemene informatie en geen fiscaal of financieel advies.
