Sparen of beleggen voor je pensioen?

Twee lijnen die uit elkaar lopen: een vlakke lijn voor sparen en een stijgende, schommelende lijn met bandbreedte voor beleggen

Sparen of beleggen voor je pensioen? Sparen geeft je een bedrag dat je vooraf kent. Beleggen geeft je kans op meer en kans op minder. Bij € 250 per maand en dertig jaar te gaan scheelt die keuze naar verwachting € 63.162.

Wat de doorslag geeft is niet je leeftijd, maar hoeveel jaar je nog hebt en of je een slecht beursjaar kunt uitzitten. Alle bedragen op deze pagina staan in euro’s van vandaag.

D

Uitgezocht en doorgerekend door Dion

€ 63.162meer met beleggen dan met sparen na 30 jaar, bij € 250 per maand en het verwachte scenario
€ 20.925minder met beleggen dan met sparen na 40 jaar, als het slechtweerscenario uitkomt
15 jaarzoveel tijd wil je minimaal hebben voordat beleggen voor de meeste mensen het risico waard is
€ 27.174wat één procentpunt aan jaarlijkse kosten je kost over 30 jaar
Twee lijnen die uit elkaar lopen: een vlakke lijn voor sparen en een stijgende, schommelende lijn met bandbreedte voor beleggen
Dezelfde inleg, twee wegen. De blauwe lijn is sparen: een rustige, voorspelbare klim. De groene lijn is beleggen: gemiddeld hoger, met een band eromheen die laat zien hoever de uitkomst kan afwijken. Die band wordt breder naarmate je langer doorgaat, naar boven en naar beneden.

Rekentool

Reken je eigen keuze door

Schuif je leeftijd en je maandbedrag naar jouw situatie. Je ziet daarna wat sparen oplevert, wat beleggen naar verwachting oplevert en hoe ver de uitkomst kan afwijken.

Hoe oud ben je nu?38 jaar
Wat leg je per maand in?€ 250
Wanneer wil je stoppen?67 jaar

Als je spaart€ 0
Als je belegt€ 0
Hoe ver kan het afwijken?Slecht weer€ 0Goed weer€ 0
Wat je zelf inlegt€ 0
Sparen€ 0
Beleggen, slecht weer€ 0
Beleggen, verwacht€ 0
Beleggen, goed weer€ 0

  • Je stopleeftijd hangt af van je geboortejaar. Kijk op mijnpensioenoverzicht.nl en zet de schuif daarop.
  • Sparen: 3,2% rente bij 2% inflatie.
  • Beleggen: 4% per jaar na inflatie en kosten. 7% als het meezit, 0,5% als het tegenzit.
  • Dat slechte scenario is een rekenmodel, geen uitkomst die de beurs ooit gaf. Zie wat er historisch gebeurde.

Het verschil

Wat er tijdens de opbouw met je geld gebeurt

Sparen en beleggen voor je pensioen gebeuren allebei op dezelfde soort rekening: een geblokkeerde pensioenrekening, in de wet een lijfrenterekening. De belastingregels zijn identiek. Je inleg is aftrekbaar binnen je jaarruimte, je saldo telt tijdens de opbouw niet mee in box 3, je geld staat vast tot je pensioendatum en je betaalt later belasting over de uitkeringen.

Het verschil zit in wat er met je geld gebeurt zodra het binnen is.

Pensioensparen

De bank zet je geld op een spaarrekening en betaalt rente. Je saldo gaat alleen omhoog. Wat er staat, staat er.

Je krijgt renteJe kiest tussen een rente die je voor een afgesproken looptijd vastlegt en een rente die kan veranderen.

Je kent het eindbedragBij een vaste rente weet je vandaag al welk bedrag er op je pensioendatum staat.

Je hoeft niets te doenGeen risicoprofiel, geen fondsen, niets om bij te houden.

Bij € 250 per maand over dertig jaar: € 108.156, een bedrag dat je vooraf kent.

Pensioenbeleggen

De aanbieder koopt met je inleg stukjes van bedrijven en leningen, meestal via fondsen. De waarde daarvan verandert elke dag.

Je saldo beweegtHet kan omhoog en omlaag, ook jarenlang achter elkaar.

Je eindbedrag staat niet vastWat er op je pensioendatum staat, weet je pas op je pensioendatum.

Een beheerder doet het werkDe aanbieder kiest en spreidt de beleggingen. Je hoeft zelf geen aandelen uit te zoeken.

Levert naar verwachting veel meer op. Bij € 250 per maand over dertig jaar: € 171.318, oftewel € 63.162 meer dan sparen.

Twee minuten uitleg over het verschil tussen sparen en beleggen, van de beleggingsexpert van ASN Bank. Handig als je hier nog nooit iets over gelezen hebt.

Pensioenbeleggen is iets anders dan zelf handelen. Bij vrijwel alle aanbieders leg je geld in en spreidt een beheerder dat over honderden of duizenden bedrijven wereldwijd. Je kiest hooguit een risicoprofiel. Dagelijks koersen volgen hoort er niet bij.

blauw is sparengroen is beleggen

OnderdeelPensioensparenPensioenbeleggen
Wat je krijgtRenteBeleggingsrendement
Weet je het eindbedrag?Ja, bij een vaste renteNee, nooit vooraf
Kan je saldo dalen?NeeJa, tijdelijk of langdurig
Verwacht rendementLager en voorspelbaarHoger en onzeker
BeschermingDepositogarantie tot € 100.000 per bankAfgescheiden vermogen, geen dekking tegen koersverlies
KostenMeestal alleen openingskostenOpeningskosten plus beheer- en fondskosten per jaar
Bescherming tegen inflatieAlleen als de rente hoger is dan de inflatieOp lange termijn meestal wel, zonder garantie
Aftrek van je inlegZelfde regelsZelfde regels
Box 3 tijdens opbouwVrijgesteldVrijgesteld
Belasting bij uitkerenInkomstenbelastingInkomstenbelasting

In euro’s

Wat de keuze in euro’s scheelt

Onderstaande tabel gaat over € 250 per maand. De bedragen staan in euro’s van vandaag, dus de inflatie is er al af. Sparen rekent met een vaste rente van 3,2%, de hoogste die op dit moment te vinden is in ons overzicht van aanbieders. Beleggen rekent met 4% per jaar na inflatie en kosten.

blauw is sparengroen is beleggen

LooptijdWat je zelf inlegtSparenBeleggen, verwachtVerschil
10 jaar€ 30.000€ 31.847€ 36.674€ 4.827
15 jaar€ 45.000€ 49.253€ 61.164€ 11.911
20 jaar€ 60.000€ 67.728€ 90.960€ 23.232
25 jaar€ 75.000€ 87.339€ 127.212€ 39.873
30 jaar€ 90.000€ 108.156€ 171.318€ 63.162
35 jaar€ 105.000€ 130.251€ 224.979€ 94.728
40 jaar€ 120.000€ 153.705€ 290.266€ 136.561

Het verschil groeit niet gelijkmatig mee met de tijd, het versnelt. Tussen tien en twintig jaar komt er € 18.405 aan verschil bij, tussen dertig en veertig jaar € 73.399. Dat komt doordat rendement in latere jaren ook rendement oplevert over eerder behaald rendement, en die stapel wordt elk jaar hoger.

Bij tien jaar is de winst van beleggen ongeveer één jaarinleg. Bij veertig jaar is het meer dan je in al die jaren zelf hebt gestort.

Wat een bedrag ineens doet in plaats van maandelijks

Stort je € 10.000 in één keer, dan is dat na tien jaar € 11.267 bij sparen en € 14.802 bij beleggen. Na twintig jaar € 12.694 tegen € 21.911, na dertig jaar € 14.303 tegen € 32.434. Bij een bedrag ineens telt de looptijd nog zwaarder, omdat het hele bedrag vanaf dag één meegroeit.

Het kantelpunt

Wanneer wint beleggen, en wanneer niet

Vrijwel elke pagina over dit onderwerp zegt dat beleggen op lange termijn meer oplevert. Dat klopt voor het verwachte scenario. Het is geen belofte, en het wordt met een langere looptijd ook geen belofte.

Aanbieders zijn wettelijk verplicht om drie bedragen te tonen bij een pensioenprojectie: een verwacht scenario, een slechtweerscenario en een goedweerscenario. Diezelfde drie staan hieronder, naast wat sparen doet.

blauw is sparengroen is beleggen

LooptijdSparenBeleggen, slecht weerBeleggen, verwachtBeleggen, goed weer
10 jaar€ 31.847€ 30.754€ 36.674€ 42.763
20 jaar€ 67.728€ 63.081€ 90.960€ 126.884
30 jaar€ 108.156€ 97.062€ 171.318€ 292.363
40 jaar€ 153.705€ 132.780€ 290.266€ 617.886

Kijk naar de derde kolom. In het slechtweerscenario haalt beleggen de vaste spaarrente op geen enkele looptijd in. Het gat wordt zelfs groter: € 1.092 na tien jaar, € 20.925 na veertig jaar.

Wat een lange looptijd wél doet, is de kans op zo’n uitkomst verkleinen en de winst in het verwachte scenario vergroten. Bij tien jaar staat € 4.827 winst tegenover € 1.092 verlies, een verhouding van ruim vier tegen één. Bij dertig jaar is dat € 63.162 tegenover € 11.094, bijna zes tegen één. Vanaf ongeveer vijftien jaar vinden de meeste mensen die verhouding scheef genoeg om het risico te nemen.

Tijd schrapt het slechte scenario niet, tijd maakt het onwaarschijnlijker. Dat is het eerlijke antwoord op de vraag vanaf wanneer beleggen wint. Wie je een vast aantal jaren noemt waarna beleggen zeker beter uitpakt, verkoopt je een zekerheid die niet bestaat.

Is dat slechtweerscenario ooit voorgekomen?

Terechte vraag, want 0,5% per jaar boven inflatie klinkt somber. Het antwoord in het kort: voor een wereldwijd gespreide portefeuille is het sinds 1900 niet gebeurd, voor beleggers in één land wél.

PeriodeWat er gebeurdeRendement per jaar
Wereldwijde aandelen, 1900 tot 2021Twee wereldoorlogen, de jaren dertig, meerdere beurskrachs5,3% boven inflatie
MSCI World, 2000 tot 2010Het uiteenspatten van de internetzeepbel en de kredietcrisis, achter elkaarcirca 0,2%, vóór inflatie
Japanse aandelen, 1990 tot 2020Na de grootste zeepbel uit de financiële geschiedenis dertig jaar stilstand0,8% per jaar, vóór inflatie

De middelste rij laat zien dat tien magere jaren gewoon voorkomen. De onderste rij is het schrikbeeld dat elke belegger kent: wie in 1989 alles in Japanse aandelen stopte, stond dertig jaar later ongeveer stil. Wat daar aan voorafging was een waardering die zo extreem was dat vergelijkbare situaties zeldzaam zijn, en het gold voor één land. Een portefeuille die over duizenden bedrijven in tientallen landen is verdeeld heeft zo’n dertig jaar sinds 1900 niet meegemaakt.

Waarom staat dat scenario dan toch in de tabel? Omdat aanbieders wettelijk verplicht zijn een pessimistische uitkomst te tonen naast de verwachte, en omdat die uitkomst uit een model komt en niet uit de geschiedenis. Modellen kijken naar wat mogelijk is, niet alleen naar wat toevallig gebeurd is. Dat is een verstandige gewoonte: de geschiedenis heeft maar één keer plaatsgevonden en niemand weet of de komende dertig jaar erop lijken.

Maandelijks inleggen verzacht een deel van de klap. De drie historische periodes hierboven gaan over één bedrag dat je aan het begin inlegt. Leg je elke maand iets in, dan koop je tijdens een dalende beurs juist goedkoop bij. In het rekenvoorbeeld verderop kost een daling van 30% na vijf jaar € 13.232, en dezelfde daling in het laatste jaar € 51.395. Vroege ellende is voor een maandelijkse inlegger dus veel minder erg dan late.

Lees de tabel daarom zo: het verwachte scenario is waar je op mag rekenen, het goedweerscenario laat zien hoe scheef het kan uitpakken en het slechtweerscenario is de ondergrens waar je je nog prettig bij moet voelen. Voel je je daar niet prettig bij, dan is dat een geldige reden om een deel te sparen.

Het echte risico

Wat een beursklap vlak voor je 67e doet

Het grootste risico bij pensioenbeleggen is niet dat het gemiddelde rendement tegenvalt. Het is dat de beurs hard daalt op het moment dat je pot het grootst is, dus vlak voor je pensioendatum. Een daling van 30% raakt in het eerste jaar een paar duizend euro en in het laatste jaar je hele opgebouwde vermogen.

Hetzelfde percentage, drie momenten, bij € 250 per maand over dertig jaar:

Wanneer de beurs 30% daaltEindkapitaalWat het je kost
Geen daling€ 171.318€ 0
Na 5 jaar€ 158.086€ 13.232
Na 15 jaar€ 138.272€ 33.046
In het laatste jaar€ 119.922€ 51.395

Daarom bouwen vrijwel alle aanbieders het risico automatisch af naarmate je doeldatum dichterbij komt. Dat heet risicoafbouw of een lifecycle. Ze verkopen dan geleidelijk aandelen en zetten het geld in obligaties of op een spaardeel. Je hoeft daar zelf niets voor te doen.

Afbouwen kost je verwacht rendement en levert je precies in het slechte scenario iets op. Twee keer dertig jaar, € 250 per maand:

Volledig doorbeleggen tegenover afbouwen in de laatste tien jaar

Doorbeleggen, geen daling€ 171.318
Afbouwen, geen daling€ 134.331
Doorbeleggen, klap van 30%€ 119.922
Afbouwen, klap van 30%€ 124.928

Bij afbouwen gaat het belegde deel de laatste tien jaar geleidelijk naar een spaarrendement. Zonder daling kost dat € 36.987. Met een daling van 30% in het laatste jaar houd je er € 5.006 aan over.

Dat is de hele gedachte achter risicoafbouw: je ruilt een deel van je verwachte opbrengst voor een minder slechte bodem. Hoe dichter je bij je pensioendatum komt, hoe meer die ruil de moeite waard wordt.

Rabobank vat in ruim twee minuten samen wat er bij beleggen voor je pensioen komt kijken, inclusief het afbouwen van risico richting je pensioendatum.

Controleer je doeldatum. De afbouw is afgestemd op de datum die je bij het openen hebt opgegeven. Wil je later of eerder stoppen dan toen gedacht, geef dat dan door. Anders bouwt de aanbieder je risico af op een moment dat niet meer klopt.

Na je pensioendatum

De keuze stopt niet op je pensioendatum

Op je pensioendatum koop je met je pot een uitkering. Veel mensen denken dat het beleggen daar ophoudt. Dat hoeft niet. Je kunt kiezen tussen een vaste uitkering en een variabele uitkering, waarbij een deel van je geld belegd blijft terwijl er al uitgekeerd wordt. Dat heet doorbeleggen.

Voor lijfrentekapitaal bestaat die mogelijkheid al langer. Voor pensioenkapitaal uit een premieregeling kan het sinds september 2016, via de Wet verbeterde premieregeling. Aanbieders zijn verplicht je die keuze voor te leggen.

Het effect is groter dan de meeste mensen verwachten, omdat je pot bij twintig jaar uitkeren gemiddeld nog tien jaar aan het werk blijft. Bij een kapitaal van € 100.000 over twintig jaar:

Vorm van uitkerenBruto per maandTotaal over 20 jaar
Vaste uitkering, 1% rendement€ 460€ 110.326
Doorbeleggen, 3% rendement€ 553€ 132.618
Doorbeleggen, tegenvallend jaar op jaar€ 376€ 90.248

Bij een vaste uitkering weet je twintig jaar lang precies wat er binnenkomt. Bij doorbeleggen ligt het bedrag naar verwachting ruim € 90 per maand hoger, en het kan ook lager uitvallen dan bij een vaste uitkering. De uitkering wordt dan jaarlijks opnieuw vastgesteld.

Dit maakt de keuze tussen sparen en beleggen minder scherp dan hij lijkt. Wie op zijn 55e nog twaalf jaar te gaan heeft, kijkt eigenlijk naar een horizon van twaalf plus twintig jaar. Meer daarover staat op lijfrente uitkering.

Kosten

Wat de kosten van je aanbieder eraf halen

Bij sparen betaal je meestal alleen eenmalige openingskosten, tussen € 35 en € 49 bij de aanbieders in onze vergelijking. De rente die je ziet, is de rente die je krijgt.

Bij beleggen betaal je elk jaar een percentage over je vermogen: beheerkosten van de aanbieder plus de kosten binnen de fondsen. Samen ligt dat in de praktijk tussen ongeveer 0,25% en 1,5% per jaar. Dat percentage klinkt klein en werkt over dertig jaar hard door, omdat je het elk jaar betaalt over een steeds groter bedrag.

Kosten per jaarEindkapitaal na 30 jaarWat het je kost
0,20%€ 183.551vergelijkingspunt
0,50%€ 174.285€ 9.266
0,75%€ 166.976€ 16.575
1,00%€ 160.023€ 23.528
1,50%€ 147.111€ 36.440

Eén procentpunt aan kosten scheelt over dertig jaar ruim € 27.000: bij 0,50% houd je € 174.285 over, bij 1,50% nog € 147.111. Dat is bijna de helft van het verschil dat je met beleggen boven sparen probeert te halen. Let daarom eerst op het kostenpercentage en pas daarna op het rendement uit het verleden.

Let op de vorm van de kosten. Een deel van de aanbieders rekent een percentage over je vermogen, een ander deel een vast bedrag per jaar. Bij een kleine pot is een percentage voordeliger. Bij een pot boven ongeveer € 25.000 draait dat vaak om.

Bescherming

Hoe je geld beschermd is bij sparen en bij beleggen

De bescherming werkt bij sparen en beleggen op een andere manier, en dat verschil wordt vaak verward met veiligheid.

Sparen: depositogarantie

Gaat je bank failliet, dan krijg je je saldo terug tot € 100.000 per persoon per bank. Deze dekking beschermt je tegen een omvallende bank.

Let op: dat bedrag geldt voor al je rekeningen bij dezelfde bank samen. Staat er ook gewoon spaargeld, dan tellen die bedragen bij elkaar op.

Beleggen: afgescheiden vermogen

Je beleggingen worden bewaard door een apart bewaarbedrijf en horen juridisch niet bij het vermogen van de aanbieder. Gaat de aanbieder failliet, dan vallen ze niet in de boedel.

Deze bescherming werkt zonder maximum, en beschermt je niet tegen een dalende koers. Daalt de beurs, dan daalt je pot.

Kortom: bij sparen loop je risico op de bank, bij beleggen op de markt. Wie meer dan € 100.000 aan pensioenspaargeld bij één bank heeft staan, kan dat over twee banken verdelen. Meer over die grens staat op wat is pensioensparen.

Inflatie

Sparen is niet risicoloos, beleggen is niet altijd risicovoller

Het standaardargument voor beleggen luidt dat spaargeld door inflatie minder waard wordt. Dat argument klopt niet altijd, en op dit moment klopt het minder dan de meeste pagina’s beweren.

Wat telt is de rente min de inflatie. Bij een vaste rente van 3,2% en een inflatie van 2% groeit je koopkracht met 1,2% per jaar. Dat is weinig, en het is positief. Bij een variabele rente van 1,3% en dezelfde inflatie lever je 0,7% per jaar in.

SituatieRenteBij 2% inflatie€ 10.000 na 20 jaar
Vaste rente, lange looptijd3,20%+1,2% per jaar€ 12.694
Vaste rente, korte looptijd2,15%+0,15% per jaar€ 10.304
Variabele rente1,30%−0,7% per jaar€ 8.694

Het echte inflatierisico bij sparen zit dus in een variabele rente die achterblijft, en in een vaste rente die op een ongunstig moment afloopt. Wie nu een lange rente vastzet, houdt zijn koopkracht bij de huidige inflatieverwachting op peil. Dat het CPB voor 2026 en 2027 rekent op een inflatie rond de 3% laat meteen zien hoe wankel die vergelijking is: bij 3% inflatie levert diezelfde 3,2% vrijwel niets meer op.

En andersom: beleggen beschermt je op lange termijn beter tegen inflatie, zonder dat iemand dat kan garanderen. In korte periodes dalen aandelenkoersen en prijzen soms tegelijk de verkeerde kant op.

Allebei

Allebei mag ook, en zo verdeel je het

Je hoeft niet te kiezen. Bij de meeste aanbieders kun je binnen één pensioenrekening een deel sparen en een deel beleggen, of twee rekeningen naast elkaar aanhouden. Je jaarruimte verandert daar niet door: die geldt voor je totale inleg, hoe je die ook verdeelt.

Een verdeling van 50/50 bij € 250 per maand komt na dertig jaar uit op € 139.737, tegen € 108.156 met alleen sparen en € 171.318 met alleen beleggen. Je pakt ongeveer de helft van de winst en de helft van het risico.

Een werkbare vuistregel om te verdelen: zet het deel dat je binnen tien jaar nodig hebt op de spaarrekening en beleg de rest. Voor pensioengeld betekent dat in de praktijk dat het spaardeel groeit naarmate je pensioendatum dichterbij komt, wat neerkomt op dezelfde beweging als de automatische risicoafbouw.

Verdelen is iets anders dan twijfelen. Een verdeling over sparen en beleggen is een geldige eindkeuze, geen tussenstation. Wie de helft belegt en daardoor rustig blijft zitten bij een daling, komt vaak verder dan wie alles belegt en er halverwege uitstapt.

Keuzehulp

Welke vorm past bij jouw situatie?

Vijf vragen over je looptijd, je buffer en je reactie op een daling. Je krijgt een richting te zien, geen advies.

1. Hoeveel jaar heb je nog tot je AOW-leeftijd?

2. Heb je naast dit geld een buffer voor onverwachte uitgaven?

3. Je pot staat een jaar lang 20% lager. Wat doe je?

4. Hoeveel van je vaste lasten later hangt aan dit geld?

5. Wil je zelf iets bijhouden of instellen?

Drie situaties

Drie situaties doorgerekend

Dezelfde rekenregels, drie mensen, drie andere uitkomsten. Alle bedragen in euro’s van vandaag, tot de 67e.

Sanne, 32, legt € 150 per maand in

Vijfendertig jaar te gaan, een buffer van drie maanden en geen zin om iets bij te houden.

€ 63.000wat ze zelf inlegt
€ 78.151met sparen
€ 134.987met beleggen, verwacht
€ 68.819met beleggen, slecht weer

Zelfs na een beursdaling van 30% vlak voor haar 67e houdt Sanne € 94.491 over, ruim boven wat sparen haar zou opleveren. Bij deze looptijd is beleggen de logische keuze, mits ze de daling uitzit.

Ruben, 47, legt € 400 per maand in

Twintig jaar te gaan, zzp’er, wisselend inkomen en een buffer die er soms wel en soms niet is.

€ 96.000wat hij zelf inlegt
€ 108.365met sparen
€ 145.537met beleggen, verwacht
€ 100.930met beleggen, slecht weer

Ruben wint verwacht € 37.172. Valt de beurs 30% in zijn laatste jaar, dan komt hij op € 101.876 uit en zit hij € 6.490 onder sparen. Precies voor dit geval bestaat risicoafbouw: het laatste stuk richting zijn 67e verkleint de kans dat één slecht jaar twintig jaar inleg terugdraait.

Wilma, 61, legt € 500 per maand in

Zes jaar te gaan, wil haar AOW aanvullen en heeft de uitkering nodig voor haar vaste lasten.

€ 36.000wat ze zelf inlegt
€ 37.301met sparen
€ 40.522met beleggen, verwacht
€ 28.366met beleggen na een klap van 30%

Wilma wint verwacht € 3.221 en kan € 8.935 verliezen ten opzichte van sparen. Bij zes jaar is er geen tijd om te herstellen, en het geld is niet gemist. Sparen met een vaste rente past hier beter. Wat ze wél kan doen: op haar pensioendatum kiezen voor doorbeleggen tijdens de uitkering, want dan gaat de horizon weer twintig jaar mee.

Nadelen

De nadelen van pensioenbeleggen op een rij

Beleggen voor je pensioen kent vijf nadelen die los staan van de vraag of het meer oplevert dan sparen.

Je eindbedrag staat nooit vast

Je kunt niet plannen met een bedrag dat je pas op je pensioendatum kent. Wie zijn vaste lasten erop wil baseren, heeft daar last van.

De kosten lopen door

Beheer- en fondskosten betaal je elk jaar, ook in jaren dat de koersen dalen. Over dertig jaar kan dat tienduizenden euro’s schelen.

Je kunt er niet bij

Dit geldt ook voor sparen: het geld staat vast tot je pensioendatum. Eerder opnemen kost belasting en meestal revisierente.

Je gedrag telt mee

Je geld staat vast, je keuze niet. Na een daling kun je alsnog overstappen naar het spaardeel, en juist dan zet je het papieren verlies om in een echt verlies en mis je het herstel.

Een slecht scenario blijft mogelijk

Ook na dertig jaar kan de uitkomst onder een vaste spaarrente liggen. De kans is klein, nul is hij niet.

Daar staat één nadeel van sparen tegenover dat zwaarder weegt naarmate je jonger bent: een pot die met de inflatie meegroeit en niet harder, levert je later geen extra koopkracht op. Je krijgt dan terug wat je erin stopte, plus het belastingvoordeel.

Omschakelen

Je zit niet vast aan je keuze

De keuze tussen sparen en beleggen voelt zwaarder dan hij is, omdat mensen denken dat ze hem eenmalig maken. Je kunt op drie manieren van gedachten veranderen zonder je fiscale voordeel kwijt te raken.

Binnen dezelfde rekening

Veel aanbieders laten je het spaardeel en het beleggingsdeel zelf verschuiven, of je risicoprofiel aanpassen. Dat kost meestal niets.

Alleen nieuwe stortingen

Je laat staan wat er staat en stuurt je maandinleg vanaf nu de andere kant op. Zo verschuift de verhouding vanzelf.

Overstappen naar een andere aanbieder

Met een waardeoverdracht gaat je kapitaal rechtstreeks naar een andere lijfrenterekening. Er komt geen belasting of revisierente aan te pas.

Let bij een waardeoverdracht wel op een vaste rente die je hebt afgesproken: er zijn banken die kosten rekenen als je die eerder afbreekt. Hoe zo’n overstap precies werkt staat op lijfrente afkopen en overdragen.

Fiscaal of vrij

Pensioenbeleggen of gewoon beleggen?

Je kunt ook zonder pensioenrekening voor later beleggen, op een gewone beleggingsrekening. Je geld blijft dan vrij opneembaar. Je levert er twee belastingvoordelen voor in: de aftrek bij je storting en de vrijstelling in box 3.

Dat tweede voordeel is groter dan mensen denken. Voor beleggingen boven de vrijstelling rekent de Belastingdienst in 2026 met een verondersteld rendement van 6,00%, waarover je 36% betaalt. Dat komt neer op 2,16% van je belegde vermogen per jaar. Op een pensioenrekening betaal je dat niet.

€ 50.000 belegd, 20 jaarOp een pensioenrekeningOp een vrije rekening
Aftrek bij je stortingJa, binnen je jaarruimteNee
Box 3 tijdens de opbouwVrijgesteld2,16% per jaar boven de vrijstelling
Waarde na 20 jaar bij 4%€ 109.556€ 70.789
Kun je er tussentijds bij?NeeJa, altijd
Belasting bij opnemenInkomstenbelasting over de uitkeringGeen, je hebt al betaald

Blijf je met al je spaargeld en beleggingen onder de vrijstelling van € 59.357 per persoon, dan vervalt dat box 3-voordeel en houd je alleen de aftrek over. De tegenbewijsregeling kan je heffing verder verlagen als je werkelijke rendement lager was.

De keuze komt daarmee neer op: geef je vrijheid op in ruil voor belastingvoordeel, of houd je je geld beschikbaar? Voor geld dat je echt voor later bedoelt, is de pensioenrekening in de meeste gevallen voordeliger. Voor geld dat je misschien eerder nodig hebt, wegen de fiscale voordelen niet op tegen het feit dat je er niet bij kunt. Het volledige rekenwerk staat op belastingvoordeel van pensioensparen.

Wat ik zelf doe

Ik beleg, en dat is een gevolg van mijn looptijd

Ik ben zzp’er, ik ben 30 en heb dus bijna veertig jaar tot mijn AOW. Dat is ruim genoeg tijd om een slecht beursjaar uit te zitten, dus ik beleg mijn pensioengeld bij BrightPensioen en reken zelf met de 4% uit deze pagina. Zou ik binnen vijf jaar stoppen, dan zou ik dezelfde keuze niet maken.

Wat mij bij hen beviel is de kostenvorm: een vast bedrag per jaar in plaats van een percentage over mijn vermogen. Hoe groter de pot wordt, hoe meer dat scheelt. Dat is precies het verschil uit de kostentabel hierboven.

Eerlijk over het lastigste deel: dat was niet de keuze tussen sparen en beleggen, maar beginnen. Ik heb het jaren uitgesteld. Uitstel kostte me volgens diezelfde rekensom meer dan welke keuze tussen sparen en beleggen ook.

Dit is mijn eigen ervaring en geen advies. Vergelijk altijd zelf op kosten en voorwaarden.

Vragen

Veelgestelde vragen over sparen of beleggen voor je pensioen

Is het slim om je pensioen te beleggen?

Dat hangt vooral af van hoeveel jaar je nog hebt. Heb je nog vijftien jaar of meer tot je AOW-leeftijd, dan vinden de meeste mensen het risico de moeite waard. Beleggen levert dan naar verwachting flink meer op, en er is tijd om een slecht beursjaar uit te zitten.

Heb je minder dan vijf jaar te gaan, dan is de winst klein en de mogelijke klap groot. Sparen met een vaste rente past dan beter.

Waarom is pensioensparen niet interessant, hoor je vaak?

Die kritiek gaat over het rendement, niet over de constructie. Bij een variabele rente van rond 1,3% en een inflatie van 2% lever je koopkracht in. Het belastingvoordeel op je inleg is er wel, en dat is bij sparen precies zo groot als bij beleggen.

Zet je een lange rente vast op 3,2%, dan groeit je koopkracht wel. De vraag is dus niet of pensioensparen deugt, maar welke rente je vastlegt en hoe lang je nog hebt.

Wat is een normaal bedrag om te sparen voor je pensioen?

Er is geen normbedrag. Wat je nodig hebt hangt af van je tekort, niet van een vast percentage. Wie op zijn 35e begint en op zijn 67e € 500 extra per maand wil hebben, twintig jaar lang, legt bij 2% rendement ongeveer € 202 per maand in.

Reken je eigen bedrag door op onze pagina over pensioensparen berekenen.

Is € 500.000 genoeg voor je pensioen?

Een kapitaal van € 500.000 levert over twintig jaar ongeveer € 2.299 bruto per maand op, bovenop je AOW. Netto blijft daar bij een alleenstaande ongeveer € 1.640 van over.

Samen met de AOW kom je dan rond € 3.393 netto per maand uit. Voor de meeste huishoudens is dat ruim voldoende, zeker met een afbetaalde woning.

Wat is het verschil tussen pensioensparen en pensioenbeleggen?

Bij pensioensparen krijg je rente en kan je saldo alleen omhoog. Bij pensioenbeleggen wordt je inleg belegd en beweegt de waarde mee met de beurs.

De belastingregels zijn hetzelfde: dezelfde aftrek, dezelfde vrijstelling in box 3, hetzelfde moment waarop je erbij kunt en dezelfde belasting over de uitkering.

Moet ik verstand hebben van beleggen?

Nee. Bij vrijwel alle aanbieders van pensioenbeleggen kiest een beheerder de beleggingen, spreidt hij je geld over honderden bedrijven en bouwt hij het risico af richting je pensioendatum.

Je beantwoordt bij het openen vragen over je doel, je situatie en je houding tegenover risico. Daarna hoef je zelf niets te selecteren of te volgen.

Is het slechtweerscenario in de rekentool realistisch?

Het is een modelscenario, ongeveer de slechtste 5% van de mogelijke uitkomsten, en geen bedrag dat de beurs ooit heeft opgeleverd. Wereldwijd gespreide aandelen deden sinds 1900 gemiddeld 5,3% per jaar boven inflatie, en zo’n magere dertig jaar is voor een gespreide portefeuille niet voorgekomen.

Voor één land kan het wel. Wie in 1990 in Japanse aandelen stapte, stond dertig jaar later ongeveer stil. Aanbieders moeten zo’n pessimistische uitkomst wettelijk laten zien, juist omdat de geschiedenis maar één keer heeft plaatsgevonden.

Kan ik mijn pensioengeld kwijtraken met beleggen?

Je hele inleg verliezen is bij een gespreide portefeuille zeer onwaarschijnlijk. Een deel verliezen kan wel, en tijdelijke dalingen van 20% tot 40% zijn in het verleden regelmatig voorgekomen.

Bij sparen kan je saldo niet dalen. Daar loop je een ander risico: dat de rente de inflatie niet bijhoudt en je koopkracht langzaam afneemt.

Kan ik later nog overstappen van sparen naar beleggen?

Ja. Bij veel aanbieders verschuif je binnen dezelfde rekening, je kunt alleen je nieuwe stortingen omleggen, of je doet een waardeoverdracht naar een andere lijfrenterekening.

Bij een waardeoverdracht komt geen belasting of revisierente kijken. Let wel op eventuele kosten als je een vastgezette rente eerder afbreekt.

Verandert mijn jaarruimte als ik spaar en beleg tegelijk?

Nee. Je jaarruimte en reserveringsruimte gelden voor je totale aftrekbare inleg in een jaar, hoe je die ook verdeelt. Tel je stortingen op alle pensioenrekeningen bij elkaar op.

Hoeveel je mag inleggen bereken je op de pagina over jaarruimte berekenen.

Blijft mijn geld belegd nadat ik met pensioen ga?

Dat mag je zelf kiezen. Naast een vaste uitkering bestaat de variabele uitkering, waarbij een deel belegd blijft tijdens het uitkeren. Dat heet doorbeleggen.

Bij € 100.000 over twintig jaar scheelt dat naar verwachting zo’n € 90 bruto per maand, en de uitkering kan dan ook lager uitvallen dan bij een vaste uitkering.

Verantwoording

Bronnen en cijfers

Alle bedragen op deze pagina staan in euro’s van vandaag. De rendementen zijn reëel: de inflatie is er al af gehaald. Zo vergelijk je koopkracht met koopkracht in plaats van bedragen die over dertig jaar iets anders waard zijn.

WatWaardeWaar het vandaan komt
Vaste spaarrente3,20% per jaarHoogste vaste rente in onze eigen vergelijking van tien aanbieders, augustus 2026
Variabele spaarrente1,30% tot 1,60%Zelfde vergelijking
Inflatie2,0% per jaarLangetermijnaanname in de wettelijke scenarioset. Het CPB raamt voor 2026 en 2027 een hogere inflatie, rond 3%
Beleggen, verwacht4,0% per jaar na inflatie en kostenAfgeleid van het maximale verwachte aandelenrendement dat de Commissie Parameters voorschrijft, verminderd met inflatie en fondskosten
Beleggen, slecht weer0,5% per jaarModelscenario, ongeveer de slechtste 5% van de uitkomsten. Geen historische uitkomst: wereldwijde aandelen deden sinds 1900 gemiddeld 5,3% boven inflatie
Beleggen, goed weer7,0% per jaarOptimistische variant, in lijn met het goedweerscenario
Beursdaling in de voorbeelden30%Ordegrootte van eerdere dalingen op wereldwijde aandelenmarkten
Box 3 in 20266,00% verondersteld rendement, 36% heffingVoorlopige cijfers Belastingdienst. Vrijstelling € 59.357 per persoon
Doorbeleggen tijdens uitkerenMogelijk sinds 1 september 2016 voor pensioenkapitaalWet verbeterde premieregeling

De rekentool gebruikt precies dezelfde uitgangspunten als de tabellen. Rendement wordt maandelijks samengesteld over je inleg. Er is geen rekening gehouden met kosten van de aanbieder in de hoofdtabellen: die staan apart in de sectie over kosten, zodat je ziet wat ze los van elkaar doen.

Twee dingen die deze cijfers niet doen. Ze voorspellen de beurs niet: een verwacht rendement is een gemiddelde over veel mogelijke uitkomsten, geen prognose voor jouw dertig jaar. En ze houden geen rekening met jouw belastingtarief bij uitkering, dat afhangt van je inkomen na je AOW-leeftijd.

Iets gevonden dat niet klopt? Rentes en fiscale cijfers veranderen. Vind je een bedrag dat achterloopt op de werkelijkheid, laat het weten via de contactpagina, dan passen we het aan en noteren we de datum.

Over de auteur

Dion, zzp’er en maker van deze site

Ik bouw pensioensparenvergelijken.nl omdat ik de informatie die ik voor mijn eigen pensioen zocht nergens bij elkaar vond. Ik ben geen financieel adviseur en verkoop geen pensioenproducten. Wat je hier leest, heb ik nagerekend en met bronvermelding opgeschreven.

Elke pagina in dit cluster krijgt een datum waarop ik de cijfers voor het laatst heb nagelopen. Klopt er iets niet meer, dan hoor ik dat graag.

Laatst gecontroleerd op 23 augustus 2026. Deze pagina geeft algemene informatie en is geen fiscaal, pensioen- of beleggingsadvies. Beleggen brengt kosten en risico’s met zich mee. De waarde van je beleggingen kan stijgen en dalen, en je kunt een deel van je inleg verliezen.

Sparen of beleggen voor je pensioen?
Sparen of beleggen voor je pensioen?

Toon alles Handigst Hoogste Beoordeling Laagste Beoordeling Uw recensie toevoegen
  1. […] Bekijk ING Pensioenbeleggen bij ING voor de actuele kosten en voorwaarden. Twijfel je nog tussen sparen en beleggen, lees dan eerst sparen of beleggen voor je pensioen. […]

pensioensparenvergelijken.nl
Logo
Vergelijk items
  • Totaal (0)
Vergelijken
0