Sparen of beleggen voor je pensioen? Sparen geeft je een bedrag dat je vooraf kent. Beleggen geeft je kans op meer en kans op minder. Bij € 250 per maand en dertig jaar te gaan scheelt die keuze naar verwachting € 63.162.
Wat de doorslag geeft is niet je leeftijd, maar hoeveel jaar je nog hebt en of je een slecht beursjaar kunt uitzitten. Alle bedragen op deze pagina staan in euro’s van vandaag.

Rekentool
Reken je eigen keuze door
Schuif je leeftijd en je maandbedrag naar jouw situatie. Je ziet daarna wat sparen oplevert, wat beleggen naar verwachting oplevert en hoe ver de uitkomst kan afwijken.
- Je stopleeftijd hangt af van je geboortejaar. Kijk op mijnpensioenoverzicht.nl en zet de schuif daarop.
- Sparen: 3,2% rente bij 2% inflatie.
- Beleggen: 4% per jaar na inflatie en kosten. 7% als het meezit, 0,5% als het tegenzit.
- Dat slechte scenario is een rekenmodel, geen uitkomst die de beurs ooit gaf. Zie wat er historisch gebeurde.
Het verschil
Wat er tijdens de opbouw met je geld gebeurt
Sparen en beleggen voor je pensioen gebeuren allebei op dezelfde soort rekening: een geblokkeerde pensioenrekening, in de wet een lijfrenterekening. De belastingregels zijn identiek. Je inleg is aftrekbaar binnen je jaarruimte, je saldo telt tijdens de opbouw niet mee in box 3, je geld staat vast tot je pensioendatum en je betaalt later belasting over de uitkeringen.
Het verschil zit in wat er met je geld gebeurt zodra het binnen is.
Pensioensparen
De bank zet je geld op een spaarrekening en betaalt rente. Je saldo gaat alleen omhoog. Wat er staat, staat er.
Je krijgt renteJe kiest tussen een rente die je voor een afgesproken looptijd vastlegt en een rente die kan veranderen.
Je kent het eindbedragBij een vaste rente weet je vandaag al welk bedrag er op je pensioendatum staat.
Je hoeft niets te doenGeen risicoprofiel, geen fondsen, niets om bij te houden.
Bij € 250 per maand over dertig jaar: € 108.156, een bedrag dat je vooraf kent.
Pensioenbeleggen
De aanbieder koopt met je inleg stukjes van bedrijven en leningen, meestal via fondsen. De waarde daarvan verandert elke dag.
Je saldo beweegtHet kan omhoog en omlaag, ook jarenlang achter elkaar.
Je eindbedrag staat niet vastWat er op je pensioendatum staat, weet je pas op je pensioendatum.
Een beheerder doet het werkDe aanbieder kiest en spreidt de beleggingen. Je hoeft zelf geen aandelen uit te zoeken.
Levert naar verwachting veel meer op. Bij € 250 per maand over dertig jaar: € 171.318, oftewel € 63.162 meer dan sparen.
Twee minuten uitleg over het verschil tussen sparen en beleggen, van de beleggingsexpert van ASN Bank. Handig als je hier nog nooit iets over gelezen hebt.
blauw is sparengroen is beleggen
| Onderdeel | Pensioensparen | Pensioenbeleggen |
|---|---|---|
| Wat je krijgt | Rente | Beleggingsrendement |
| Weet je het eindbedrag? | Ja, bij een vaste rente | Nee, nooit vooraf |
| Kan je saldo dalen? | Nee | Ja, tijdelijk of langdurig |
| Verwacht rendement | Lager en voorspelbaar | Hoger en onzeker |
| Bescherming | Depositogarantie tot € 100.000 per bank | Afgescheiden vermogen, geen dekking tegen koersverlies |
| Kosten | Meestal alleen openingskosten | Openingskosten plus beheer- en fondskosten per jaar |
| Bescherming tegen inflatie | Alleen als de rente hoger is dan de inflatie | Op lange termijn meestal wel, zonder garantie |
| Aftrek van je inleg | Zelfde regels | Zelfde regels |
| Box 3 tijdens opbouw | Vrijgesteld | Vrijgesteld |
| Belasting bij uitkeren | Inkomstenbelasting | Inkomstenbelasting |
In euro’s
Wat de keuze in euro’s scheelt
Onderstaande tabel gaat over € 250 per maand. De bedragen staan in euro’s van vandaag, dus de inflatie is er al af. Sparen rekent met een vaste rente van 3,2%, de hoogste die op dit moment te vinden is in ons overzicht van aanbieders. Beleggen rekent met 4% per jaar na inflatie en kosten.
blauw is sparengroen is beleggen
| Looptijd | Wat je zelf inlegt | Sparen | Beleggen, verwacht | Verschil |
|---|---|---|---|---|
| 10 jaar | € 30.000 | € 31.847 | € 36.674 | € 4.827 |
| 15 jaar | € 45.000 | € 49.253 | € 61.164 | € 11.911 |
| 20 jaar | € 60.000 | € 67.728 | € 90.960 | € 23.232 |
| 25 jaar | € 75.000 | € 87.339 | € 127.212 | € 39.873 |
| 30 jaar | € 90.000 | € 108.156 | € 171.318 | € 63.162 |
| 35 jaar | € 105.000 | € 130.251 | € 224.979 | € 94.728 |
| 40 jaar | € 120.000 | € 153.705 | € 290.266 | € 136.561 |
Het verschil groeit niet gelijkmatig mee met de tijd, het versnelt. Tussen tien en twintig jaar komt er € 18.405 aan verschil bij, tussen dertig en veertig jaar € 73.399. Dat komt doordat rendement in latere jaren ook rendement oplevert over eerder behaald rendement, en die stapel wordt elk jaar hoger.
Bij tien jaar is de winst van beleggen ongeveer één jaarinleg. Bij veertig jaar is het meer dan je in al die jaren zelf hebt gestort.
Wat een bedrag ineens doet in plaats van maandelijks
Stort je € 10.000 in één keer, dan is dat na tien jaar € 11.267 bij sparen en € 14.802 bij beleggen. Na twintig jaar € 12.694 tegen € 21.911, na dertig jaar € 14.303 tegen € 32.434. Bij een bedrag ineens telt de looptijd nog zwaarder, omdat het hele bedrag vanaf dag één meegroeit.
Het kantelpunt
Wanneer wint beleggen, en wanneer niet
Vrijwel elke pagina over dit onderwerp zegt dat beleggen op lange termijn meer oplevert. Dat klopt voor het verwachte scenario. Het is geen belofte, en het wordt met een langere looptijd ook geen belofte.
Aanbieders zijn wettelijk verplicht om drie bedragen te tonen bij een pensioenprojectie: een verwacht scenario, een slechtweerscenario en een goedweerscenario. Diezelfde drie staan hieronder, naast wat sparen doet.
blauw is sparengroen is beleggen
| Looptijd | Sparen | Beleggen, slecht weer | Beleggen, verwacht | Beleggen, goed weer |
|---|---|---|---|---|
| 10 jaar | € 31.847 | € 30.754 | € 36.674 | € 42.763 |
| 20 jaar | € 67.728 | € 63.081 | € 90.960 | € 126.884 |
| 30 jaar | € 108.156 | € 97.062 | € 171.318 | € 292.363 |
| 40 jaar | € 153.705 | € 132.780 | € 290.266 | € 617.886 |
Kijk naar de derde kolom. In het slechtweerscenario haalt beleggen de vaste spaarrente op geen enkele looptijd in. Het gat wordt zelfs groter: € 1.092 na tien jaar, € 20.925 na veertig jaar.
Wat een lange looptijd wél doet, is de kans op zo’n uitkomst verkleinen en de winst in het verwachte scenario vergroten. Bij tien jaar staat € 4.827 winst tegenover € 1.092 verlies, een verhouding van ruim vier tegen één. Bij dertig jaar is dat € 63.162 tegenover € 11.094, bijna zes tegen één. Vanaf ongeveer vijftien jaar vinden de meeste mensen die verhouding scheef genoeg om het risico te nemen.
Is dat slechtweerscenario ooit voorgekomen?
Terechte vraag, want 0,5% per jaar boven inflatie klinkt somber. Het antwoord in het kort: voor een wereldwijd gespreide portefeuille is het sinds 1900 niet gebeurd, voor beleggers in één land wél.
| Periode | Wat er gebeurde | Rendement per jaar |
|---|---|---|
| Wereldwijde aandelen, 1900 tot 2021 | Twee wereldoorlogen, de jaren dertig, meerdere beurskrachs | 5,3% boven inflatie |
| MSCI World, 2000 tot 2010 | Het uiteenspatten van de internetzeepbel en de kredietcrisis, achter elkaar | circa 0,2%, vóór inflatie |
| Japanse aandelen, 1990 tot 2020 | Na de grootste zeepbel uit de financiële geschiedenis dertig jaar stilstand | 0,8% per jaar, vóór inflatie |
De middelste rij laat zien dat tien magere jaren gewoon voorkomen. De onderste rij is het schrikbeeld dat elke belegger kent: wie in 1989 alles in Japanse aandelen stopte, stond dertig jaar later ongeveer stil. Wat daar aan voorafging was een waardering die zo extreem was dat vergelijkbare situaties zeldzaam zijn, en het gold voor één land. Een portefeuille die over duizenden bedrijven in tientallen landen is verdeeld heeft zo’n dertig jaar sinds 1900 niet meegemaakt.
Waarom staat dat scenario dan toch in de tabel? Omdat aanbieders wettelijk verplicht zijn een pessimistische uitkomst te tonen naast de verwachte, en omdat die uitkomst uit een model komt en niet uit de geschiedenis. Modellen kijken naar wat mogelijk is, niet alleen naar wat toevallig gebeurd is. Dat is een verstandige gewoonte: de geschiedenis heeft maar één keer plaatsgevonden en niemand weet of de komende dertig jaar erop lijken.
Lees de tabel daarom zo: het verwachte scenario is waar je op mag rekenen, het goedweerscenario laat zien hoe scheef het kan uitpakken en het slechtweerscenario is de ondergrens waar je je nog prettig bij moet voelen. Voel je je daar niet prettig bij, dan is dat een geldige reden om een deel te sparen.
Het echte risico
Wat een beursklap vlak voor je 67e doet
Het grootste risico bij pensioenbeleggen is niet dat het gemiddelde rendement tegenvalt. Het is dat de beurs hard daalt op het moment dat je pot het grootst is, dus vlak voor je pensioendatum. Een daling van 30% raakt in het eerste jaar een paar duizend euro en in het laatste jaar je hele opgebouwde vermogen.
Hetzelfde percentage, drie momenten, bij € 250 per maand over dertig jaar:
| Wanneer de beurs 30% daalt | Eindkapitaal | Wat het je kost |
|---|---|---|
| Geen daling | € 171.318 | € 0 |
| Na 5 jaar | € 158.086 | € 13.232 |
| Na 15 jaar | € 138.272 | € 33.046 |
| In het laatste jaar | € 119.922 | € 51.395 |
Daarom bouwen vrijwel alle aanbieders het risico automatisch af naarmate je doeldatum dichterbij komt. Dat heet risicoafbouw of een lifecycle. Ze verkopen dan geleidelijk aandelen en zetten het geld in obligaties of op een spaardeel. Je hoeft daar zelf niets voor te doen.
Afbouwen kost je verwacht rendement en levert je precies in het slechte scenario iets op. Twee keer dertig jaar, € 250 per maand:
Volledig doorbeleggen tegenover afbouwen in de laatste tien jaar
Bij afbouwen gaat het belegde deel de laatste tien jaar geleidelijk naar een spaarrendement. Zonder daling kost dat € 36.987. Met een daling van 30% in het laatste jaar houd je er € 5.006 aan over.
Dat is de hele gedachte achter risicoafbouw: je ruilt een deel van je verwachte opbrengst voor een minder slechte bodem. Hoe dichter je bij je pensioendatum komt, hoe meer die ruil de moeite waard wordt.
Rabobank vat in ruim twee minuten samen wat er bij beleggen voor je pensioen komt kijken, inclusief het afbouwen van risico richting je pensioendatum.
Na je pensioendatum
De keuze stopt niet op je pensioendatum
Op je pensioendatum koop je met je pot een uitkering. Veel mensen denken dat het beleggen daar ophoudt. Dat hoeft niet. Je kunt kiezen tussen een vaste uitkering en een variabele uitkering, waarbij een deel van je geld belegd blijft terwijl er al uitgekeerd wordt. Dat heet doorbeleggen.
Voor lijfrentekapitaal bestaat die mogelijkheid al langer. Voor pensioenkapitaal uit een premieregeling kan het sinds september 2016, via de Wet verbeterde premieregeling. Aanbieders zijn verplicht je die keuze voor te leggen.
Het effect is groter dan de meeste mensen verwachten, omdat je pot bij twintig jaar uitkeren gemiddeld nog tien jaar aan het werk blijft. Bij een kapitaal van € 100.000 over twintig jaar:
| Vorm van uitkeren | Bruto per maand | Totaal over 20 jaar |
|---|---|---|
| Vaste uitkering, 1% rendement | € 460 | € 110.326 |
| Doorbeleggen, 3% rendement | € 553 | € 132.618 |
| Doorbeleggen, tegenvallend jaar op jaar | € 376 | € 90.248 |
Bij een vaste uitkering weet je twintig jaar lang precies wat er binnenkomt. Bij doorbeleggen ligt het bedrag naar verwachting ruim € 90 per maand hoger, en het kan ook lager uitvallen dan bij een vaste uitkering. De uitkering wordt dan jaarlijks opnieuw vastgesteld.
Dit maakt de keuze tussen sparen en beleggen minder scherp dan hij lijkt. Wie op zijn 55e nog twaalf jaar te gaan heeft, kijkt eigenlijk naar een horizon van twaalf plus twintig jaar. Meer daarover staat op lijfrente uitkering.
Kosten
Wat de kosten van je aanbieder eraf halen
Bij sparen betaal je meestal alleen eenmalige openingskosten, tussen € 35 en € 49 bij de aanbieders in onze vergelijking. De rente die je ziet, is de rente die je krijgt.
Bij beleggen betaal je elk jaar een percentage over je vermogen: beheerkosten van de aanbieder plus de kosten binnen de fondsen. Samen ligt dat in de praktijk tussen ongeveer 0,25% en 1,5% per jaar. Dat percentage klinkt klein en werkt over dertig jaar hard door, omdat je het elk jaar betaalt over een steeds groter bedrag.
| Kosten per jaar | Eindkapitaal na 30 jaar | Wat het je kost |
|---|---|---|
| 0,20% | € 183.551 | vergelijkingspunt |
| 0,50% | € 174.285 | € 9.266 |
| 0,75% | € 166.976 | € 16.575 |
| 1,00% | € 160.023 | € 23.528 |
| 1,50% | € 147.111 | € 36.440 |
Eén procentpunt aan kosten scheelt over dertig jaar ruim € 27.000: bij 0,50% houd je € 174.285 over, bij 1,50% nog € 147.111. Dat is bijna de helft van het verschil dat je met beleggen boven sparen probeert te halen. Let daarom eerst op het kostenpercentage en pas daarna op het rendement uit het verleden.
Bescherming
Hoe je geld beschermd is bij sparen en bij beleggen
De bescherming werkt bij sparen en beleggen op een andere manier, en dat verschil wordt vaak verward met veiligheid.
Sparen: depositogarantie
Gaat je bank failliet, dan krijg je je saldo terug tot € 100.000 per persoon per bank. Deze dekking beschermt je tegen een omvallende bank.
Let op: dat bedrag geldt voor al je rekeningen bij dezelfde bank samen. Staat er ook gewoon spaargeld, dan tellen die bedragen bij elkaar op.
Beleggen: afgescheiden vermogen
Je beleggingen worden bewaard door een apart bewaarbedrijf en horen juridisch niet bij het vermogen van de aanbieder. Gaat de aanbieder failliet, dan vallen ze niet in de boedel.
Deze bescherming werkt zonder maximum, en beschermt je niet tegen een dalende koers. Daalt de beurs, dan daalt je pot.
Kortom: bij sparen loop je risico op de bank, bij beleggen op de markt. Wie meer dan € 100.000 aan pensioenspaargeld bij één bank heeft staan, kan dat over twee banken verdelen. Meer over die grens staat op wat is pensioensparen.
Inflatie
Sparen is niet risicoloos, beleggen is niet altijd risicovoller
Het standaardargument voor beleggen luidt dat spaargeld door inflatie minder waard wordt. Dat argument klopt niet altijd, en op dit moment klopt het minder dan de meeste pagina’s beweren.
Wat telt is de rente min de inflatie. Bij een vaste rente van 3,2% en een inflatie van 2% groeit je koopkracht met 1,2% per jaar. Dat is weinig, en het is positief. Bij een variabele rente van 1,3% en dezelfde inflatie lever je 0,7% per jaar in.
| Situatie | Rente | Bij 2% inflatie | € 10.000 na 20 jaar |
|---|---|---|---|
| Vaste rente, lange looptijd | 3,20% | +1,2% per jaar | € 12.694 |
| Vaste rente, korte looptijd | 2,15% | +0,15% per jaar | € 10.304 |
| Variabele rente | 1,30% | −0,7% per jaar | € 8.694 |
Het echte inflatierisico bij sparen zit dus in een variabele rente die achterblijft, en in een vaste rente die op een ongunstig moment afloopt. Wie nu een lange rente vastzet, houdt zijn koopkracht bij de huidige inflatieverwachting op peil. Dat het CPB voor 2026 en 2027 rekent op een inflatie rond de 3% laat meteen zien hoe wankel die vergelijking is: bij 3% inflatie levert diezelfde 3,2% vrijwel niets meer op.
En andersom: beleggen beschermt je op lange termijn beter tegen inflatie, zonder dat iemand dat kan garanderen. In korte periodes dalen aandelenkoersen en prijzen soms tegelijk de verkeerde kant op.
Allebei
Allebei mag ook, en zo verdeel je het
Je hoeft niet te kiezen. Bij de meeste aanbieders kun je binnen één pensioenrekening een deel sparen en een deel beleggen, of twee rekeningen naast elkaar aanhouden. Je jaarruimte verandert daar niet door: die geldt voor je totale inleg, hoe je die ook verdeelt.
Een verdeling van 50/50 bij € 250 per maand komt na dertig jaar uit op € 139.737, tegen € 108.156 met alleen sparen en € 171.318 met alleen beleggen. Je pakt ongeveer de helft van de winst en de helft van het risico.
Een werkbare vuistregel om te verdelen: zet het deel dat je binnen tien jaar nodig hebt op de spaarrekening en beleg de rest. Voor pensioengeld betekent dat in de praktijk dat het spaardeel groeit naarmate je pensioendatum dichterbij komt, wat neerkomt op dezelfde beweging als de automatische risicoafbouw.
Keuzehulp
Welke vorm past bij jouw situatie?
Vijf vragen over je looptijd, je buffer en je reactie op een daling. Je krijgt een richting te zien, geen advies.
1. Hoeveel jaar heb je nog tot je AOW-leeftijd?
2. Heb je naast dit geld een buffer voor onverwachte uitgaven?
3. Je pot staat een jaar lang 20% lager. Wat doe je?
4. Hoeveel van je vaste lasten later hangt aan dit geld?
5. Wil je zelf iets bijhouden of instellen?
Drie situaties
Drie situaties doorgerekend
Dezelfde rekenregels, drie mensen, drie andere uitkomsten. Alle bedragen in euro’s van vandaag, tot de 67e.
Sanne, 32, legt € 150 per maand in
Vijfendertig jaar te gaan, een buffer van drie maanden en geen zin om iets bij te houden.
Zelfs na een beursdaling van 30% vlak voor haar 67e houdt Sanne € 94.491 over, ruim boven wat sparen haar zou opleveren. Bij deze looptijd is beleggen de logische keuze, mits ze de daling uitzit.
Ruben, 47, legt € 400 per maand in
Twintig jaar te gaan, zzp’er, wisselend inkomen en een buffer die er soms wel en soms niet is.
Ruben wint verwacht € 37.172. Valt de beurs 30% in zijn laatste jaar, dan komt hij op € 101.876 uit en zit hij € 6.490 onder sparen. Precies voor dit geval bestaat risicoafbouw: het laatste stuk richting zijn 67e verkleint de kans dat één slecht jaar twintig jaar inleg terugdraait.
Wilma, 61, legt € 500 per maand in
Zes jaar te gaan, wil haar AOW aanvullen en heeft de uitkering nodig voor haar vaste lasten.
Wilma wint verwacht € 3.221 en kan € 8.935 verliezen ten opzichte van sparen. Bij zes jaar is er geen tijd om te herstellen, en het geld is niet gemist. Sparen met een vaste rente past hier beter. Wat ze wél kan doen: op haar pensioendatum kiezen voor doorbeleggen tijdens de uitkering, want dan gaat de horizon weer twintig jaar mee.
Nadelen
De nadelen van pensioenbeleggen op een rij
Beleggen voor je pensioen kent vijf nadelen die los staan van de vraag of het meer oplevert dan sparen.
Je eindbedrag staat nooit vast
Je kunt niet plannen met een bedrag dat je pas op je pensioendatum kent. Wie zijn vaste lasten erop wil baseren, heeft daar last van.
De kosten lopen door
Beheer- en fondskosten betaal je elk jaar, ook in jaren dat de koersen dalen. Over dertig jaar kan dat tienduizenden euro’s schelen.
Je kunt er niet bij
Dit geldt ook voor sparen: het geld staat vast tot je pensioendatum. Eerder opnemen kost belasting en meestal revisierente.
Je gedrag telt mee
Je geld staat vast, je keuze niet. Na een daling kun je alsnog overstappen naar het spaardeel, en juist dan zet je het papieren verlies om in een echt verlies en mis je het herstel.
Een slecht scenario blijft mogelijk
Ook na dertig jaar kan de uitkomst onder een vaste spaarrente liggen. De kans is klein, nul is hij niet.
Daar staat één nadeel van sparen tegenover dat zwaarder weegt naarmate je jonger bent: een pot die met de inflatie meegroeit en niet harder, levert je later geen extra koopkracht op. Je krijgt dan terug wat je erin stopte, plus het belastingvoordeel.
Omschakelen
Je zit niet vast aan je keuze
De keuze tussen sparen en beleggen voelt zwaarder dan hij is, omdat mensen denken dat ze hem eenmalig maken. Je kunt op drie manieren van gedachten veranderen zonder je fiscale voordeel kwijt te raken.
Binnen dezelfde rekening
Veel aanbieders laten je het spaardeel en het beleggingsdeel zelf verschuiven, of je risicoprofiel aanpassen. Dat kost meestal niets.
Alleen nieuwe stortingen
Je laat staan wat er staat en stuurt je maandinleg vanaf nu de andere kant op. Zo verschuift de verhouding vanzelf.
Overstappen naar een andere aanbieder
Met een waardeoverdracht gaat je kapitaal rechtstreeks naar een andere lijfrenterekening. Er komt geen belasting of revisierente aan te pas.
Let bij een waardeoverdracht wel op een vaste rente die je hebt afgesproken: er zijn banken die kosten rekenen als je die eerder afbreekt. Hoe zo’n overstap precies werkt staat op lijfrente afkopen en overdragen.
Fiscaal of vrij
Pensioenbeleggen of gewoon beleggen?
Je kunt ook zonder pensioenrekening voor later beleggen, op een gewone beleggingsrekening. Je geld blijft dan vrij opneembaar. Je levert er twee belastingvoordelen voor in: de aftrek bij je storting en de vrijstelling in box 3.
Dat tweede voordeel is groter dan mensen denken. Voor beleggingen boven de vrijstelling rekent de Belastingdienst in 2026 met een verondersteld rendement van 6,00%, waarover je 36% betaalt. Dat komt neer op 2,16% van je belegde vermogen per jaar. Op een pensioenrekening betaal je dat niet.
| € 50.000 belegd, 20 jaar | Op een pensioenrekening | Op een vrije rekening |
|---|---|---|
| Aftrek bij je storting | Ja, binnen je jaarruimte | Nee |
| Box 3 tijdens de opbouw | Vrijgesteld | 2,16% per jaar boven de vrijstelling |
| Waarde na 20 jaar bij 4% | € 109.556 | € 70.789 |
| Kun je er tussentijds bij? | Nee | Ja, altijd |
| Belasting bij opnemen | Inkomstenbelasting over de uitkering | Geen, je hebt al betaald |
Blijf je met al je spaargeld en beleggingen onder de vrijstelling van € 59.357 per persoon, dan vervalt dat box 3-voordeel en houd je alleen de aftrek over. De tegenbewijsregeling kan je heffing verder verlagen als je werkelijke rendement lager was.
De keuze komt daarmee neer op: geef je vrijheid op in ruil voor belastingvoordeel, of houd je je geld beschikbaar? Voor geld dat je echt voor later bedoelt, is de pensioenrekening in de meeste gevallen voordeliger. Voor geld dat je misschien eerder nodig hebt, wegen de fiscale voordelen niet op tegen het feit dat je er niet bij kunt. Het volledige rekenwerk staat op belastingvoordeel van pensioensparen.

Wat ik zelf doe
Ik beleg, en dat is een gevolg van mijn looptijd
Ik ben zzp’er, ik ben 30 en heb dus bijna veertig jaar tot mijn AOW. Dat is ruim genoeg tijd om een slecht beursjaar uit te zitten, dus ik beleg mijn pensioengeld bij BrightPensioen en reken zelf met de 4% uit deze pagina. Zou ik binnen vijf jaar stoppen, dan zou ik dezelfde keuze niet maken.
Wat mij bij hen beviel is de kostenvorm: een vast bedrag per jaar in plaats van een percentage over mijn vermogen. Hoe groter de pot wordt, hoe meer dat scheelt. Dat is precies het verschil uit de kostentabel hierboven.
Eerlijk over het lastigste deel: dat was niet de keuze tussen sparen en beleggen, maar beginnen. Ik heb het jaren uitgesteld. Uitstel kostte me volgens diezelfde rekensom meer dan welke keuze tussen sparen en beleggen ook.
Dit is mijn eigen ervaring en geen advies. Vergelijk altijd zelf op kosten en voorwaarden.
Vragen
Veelgestelde vragen over sparen of beleggen voor je pensioen
Is het slim om je pensioen te beleggen?
Dat hangt vooral af van hoeveel jaar je nog hebt. Heb je nog vijftien jaar of meer tot je AOW-leeftijd, dan vinden de meeste mensen het risico de moeite waard. Beleggen levert dan naar verwachting flink meer op, en er is tijd om een slecht beursjaar uit te zitten.
Heb je minder dan vijf jaar te gaan, dan is de winst klein en de mogelijke klap groot. Sparen met een vaste rente past dan beter.
Waarom is pensioensparen niet interessant, hoor je vaak?
Die kritiek gaat over het rendement, niet over de constructie. Bij een variabele rente van rond 1,3% en een inflatie van 2% lever je koopkracht in. Het belastingvoordeel op je inleg is er wel, en dat is bij sparen precies zo groot als bij beleggen.
Zet je een lange rente vast op 3,2%, dan groeit je koopkracht wel. De vraag is dus niet of pensioensparen deugt, maar welke rente je vastlegt en hoe lang je nog hebt.
Wat is een normaal bedrag om te sparen voor je pensioen?
Er is geen normbedrag. Wat je nodig hebt hangt af van je tekort, niet van een vast percentage. Wie op zijn 35e begint en op zijn 67e € 500 extra per maand wil hebben, twintig jaar lang, legt bij 2% rendement ongeveer € 202 per maand in.
Reken je eigen bedrag door op onze pagina over pensioensparen berekenen.
Is € 500.000 genoeg voor je pensioen?
Een kapitaal van € 500.000 levert over twintig jaar ongeveer € 2.299 bruto per maand op, bovenop je AOW. Netto blijft daar bij een alleenstaande ongeveer € 1.640 van over.
Samen met de AOW kom je dan rond € 3.393 netto per maand uit. Voor de meeste huishoudens is dat ruim voldoende, zeker met een afbetaalde woning.
Wat is het verschil tussen pensioensparen en pensioenbeleggen?
Bij pensioensparen krijg je rente en kan je saldo alleen omhoog. Bij pensioenbeleggen wordt je inleg belegd en beweegt de waarde mee met de beurs.
De belastingregels zijn hetzelfde: dezelfde aftrek, dezelfde vrijstelling in box 3, hetzelfde moment waarop je erbij kunt en dezelfde belasting over de uitkering.
Moet ik verstand hebben van beleggen?
Nee. Bij vrijwel alle aanbieders van pensioenbeleggen kiest een beheerder de beleggingen, spreidt hij je geld over honderden bedrijven en bouwt hij het risico af richting je pensioendatum.
Je beantwoordt bij het openen vragen over je doel, je situatie en je houding tegenover risico. Daarna hoef je zelf niets te selecteren of te volgen.
Is het slechtweerscenario in de rekentool realistisch?
Het is een modelscenario, ongeveer de slechtste 5% van de mogelijke uitkomsten, en geen bedrag dat de beurs ooit heeft opgeleverd. Wereldwijd gespreide aandelen deden sinds 1900 gemiddeld 5,3% per jaar boven inflatie, en zo’n magere dertig jaar is voor een gespreide portefeuille niet voorgekomen.
Voor één land kan het wel. Wie in 1990 in Japanse aandelen stapte, stond dertig jaar later ongeveer stil. Aanbieders moeten zo’n pessimistische uitkomst wettelijk laten zien, juist omdat de geschiedenis maar één keer heeft plaatsgevonden.
Kan ik mijn pensioengeld kwijtraken met beleggen?
Je hele inleg verliezen is bij een gespreide portefeuille zeer onwaarschijnlijk. Een deel verliezen kan wel, en tijdelijke dalingen van 20% tot 40% zijn in het verleden regelmatig voorgekomen.
Bij sparen kan je saldo niet dalen. Daar loop je een ander risico: dat de rente de inflatie niet bijhoudt en je koopkracht langzaam afneemt.
Kan ik later nog overstappen van sparen naar beleggen?
Ja. Bij veel aanbieders verschuif je binnen dezelfde rekening, je kunt alleen je nieuwe stortingen omleggen, of je doet een waardeoverdracht naar een andere lijfrenterekening.
Bij een waardeoverdracht komt geen belasting of revisierente kijken. Let wel op eventuele kosten als je een vastgezette rente eerder afbreekt.
Verandert mijn jaarruimte als ik spaar en beleg tegelijk?
Nee. Je jaarruimte en reserveringsruimte gelden voor je totale aftrekbare inleg in een jaar, hoe je die ook verdeelt. Tel je stortingen op alle pensioenrekeningen bij elkaar op.
Hoeveel je mag inleggen bereken je op de pagina over jaarruimte berekenen.
Blijft mijn geld belegd nadat ik met pensioen ga?
Dat mag je zelf kiezen. Naast een vaste uitkering bestaat de variabele uitkering, waarbij een deel belegd blijft tijdens het uitkeren. Dat heet doorbeleggen.
Bij € 100.000 over twintig jaar scheelt dat naar verwachting zo’n € 90 bruto per maand, en de uitkering kan dan ook lager uitvallen dan bij een vaste uitkering.
Verantwoording
Bronnen en cijfers
Alle bedragen op deze pagina staan in euro’s van vandaag. De rendementen zijn reëel: de inflatie is er al af gehaald. Zo vergelijk je koopkracht met koopkracht in plaats van bedragen die over dertig jaar iets anders waard zijn.
| Wat | Waarde | Waar het vandaan komt |
|---|---|---|
| Vaste spaarrente | 3,20% per jaar | Hoogste vaste rente in onze eigen vergelijking van tien aanbieders, augustus 2026 |
| Variabele spaarrente | 1,30% tot 1,60% | Zelfde vergelijking |
| Inflatie | 2,0% per jaar | Langetermijnaanname in de wettelijke scenarioset. Het CPB raamt voor 2026 en 2027 een hogere inflatie, rond 3% |
| Beleggen, verwacht | 4,0% per jaar na inflatie en kosten | Afgeleid van het maximale verwachte aandelenrendement dat de Commissie Parameters voorschrijft, verminderd met inflatie en fondskosten |
| Beleggen, slecht weer | 0,5% per jaar | Modelscenario, ongeveer de slechtste 5% van de uitkomsten. Geen historische uitkomst: wereldwijde aandelen deden sinds 1900 gemiddeld 5,3% boven inflatie |
| Beleggen, goed weer | 7,0% per jaar | Optimistische variant, in lijn met het goedweerscenario |
| Beursdaling in de voorbeelden | 30% | Ordegrootte van eerdere dalingen op wereldwijde aandelenmarkten |
| Box 3 in 2026 | 6,00% verondersteld rendement, 36% heffing | Voorlopige cijfers Belastingdienst. Vrijstelling € 59.357 per persoon |
| Doorbeleggen tijdens uitkeren | Mogelijk sinds 1 september 2016 voor pensioenkapitaal | Wet verbeterde premieregeling |
De rekentool gebruikt precies dezelfde uitgangspunten als de tabellen. Rendement wordt maandelijks samengesteld over je inleg. Er is geen rekening gehouden met kosten van de aanbieder in de hoofdtabellen: die staan apart in de sectie over kosten, zodat je ziet wat ze los van elkaar doen.
Twee dingen die deze cijfers niet doen. Ze voorspellen de beurs niet: een verwacht rendement is een gemiddelde over veel mogelijke uitkomsten, geen prognose voor jouw dertig jaar. En ze houden geen rekening met jouw belastingtarief bij uitkering, dat afhangt van je inkomen na je AOW-leeftijd.
Over de auteur
Dion, zzp’er en maker van deze site
Ik bouw pensioensparenvergelijken.nl omdat ik de informatie die ik voor mijn eigen pensioen zocht nergens bij elkaar vond. Ik ben geen financieel adviseur en verkoop geen pensioenproducten. Wat je hier leest, heb ik nagerekend en met bronvermelding opgeschreven.
Elke pagina in dit cluster krijgt een datum waarop ik de cijfers voor het laatst heb nagelopen. Klopt er iets niet meer, dan hoor ik dat graag.
Laatst gecontroleerd op 23 augustus 2026. Deze pagina geeft algemene informatie en is geen fiscaal, pensioen- of beleggingsadvies. Beleggen brengt kosten en risico’s met zich mee. De waarde van je beleggingen kan stijgen en dalen, en je kunt een deel van je inleg verliezen.

[…] Bekijk ING Pensioenbeleggen bij ING voor de actuele kosten en voorwaarden. Twijfel je nog tussen sparen en beleggen, lees dan eerst sparen of beleggen voor je pensioen. […]
[…] Sparen of beleggen […]
[…] Sparen of beleggen […]