Reserveringsruimte is de jaarruimte die je in de afgelopen tien jaar niet hebt gebruikt. Dat bedrag mag je alsnog inleggen op een lijfrenterekening en aftrekken van je inkomen in box 1. In 2026 tellen de jaren 2016 tot en met 2025 mee, tot maximaal € 42.753. Wil je juist eerder bij je geld? Reken dan eerst uit wat lijfrente afkopen je kost.
Hoeveel er bij jou nog openstaat, verschilt per jaar. Hieronder reken je het jaar voor jaar uit, met de regels die in dat jaar golden.
Deze uitleg is informatief en geen fiscaal advies.
Rekentool
Bereken je reserveringsruimte over 2016 tot en met 2025
Je vult per jaar drie gegevens in. De tool rekent elk jaar door met het percentage, de AOW-franchise en de vermenigvuldiger die in dat jaar golden.
- Bruto inkomen van het jaar ervóór. De jaarruimte over 2025 rekent met je inkomen van 2024. Dat staat in je aangifte via Mijn Belastingdienst.
- Factor A. Het bedrag aan pensioen dat je in dat jaar bij je werkgever opbouwde, ook wel pensioenaangroei. Het staat op je pensioenoverzicht. Bouwde je dat jaar geen pensioen op via werk, vul dan 0 in.
- Wat je dat jaar al inlegde. Stortingen op een lijfrenterekening in dat jaar gaan van je ruimte af. Legde je niets in, vul dan 0 in.
Was je inkomen elk jaar ongeveer gelijk? Vul het hier één keer in en zet het in alle jaren tegelijk. Daarna pas je losse jaren aan.
| Jaarruimte over | Bruto inkomen jaar ervoor | Factor A | Al ingelegd | Jaarruimte | Onbenut | Vervalt na |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2016inkomen 2015 | € | € | € | – | – | 2026 |
| 2017inkomen 2016 | € | € | € | – | – | 2027 |
| 2018inkomen 2017 | € | € | € | – | – | 2028 |
| 2019inkomen 2018 | € | € | € | – | – | 2029 |
| 2020inkomen 2019 | € | € | € | – | – | 2030 |
| 2021inkomen 2020 | € | € | € | – | – | 2031 |
| 2022inkomen 2021 | € | € | € | – | – | 2032 |
| 2023inkomen 2022 | € | € | € | – | – | 2033 |
| 2024inkomen 2023 | € | € | € | – | – | 2034 |
| 2025inkomen 2024 | € | € | € | – | – | 2035 |
Onbenutte ruimte per jaar
Schatting met het percentage, de AOW-franchise, het maximale inkomen en de vermenigvuldiger die in elk jaar golden. Bouwde je pensioen op in een regeling die al is overgezet naar de nieuwe pensioenwet, vul dan bij factor A het premiebedrag van je overzicht in en deel dat door 6,27. Aan deze uitkomst kun je geen rechten ontlenen.
Weet je je factor A van een oud jaar niet meer? Vraag het pensioenoverzicht van dat jaar op bij de pensioenuitvoerder van je werkgever destijds. In de uitleg over factor A staat waar dat bedrag precies op dat overzicht staat en wat het betekent.
Betekenis
Wat reserveringsruimte is
Je jaarruimte is het bedrag dat je in één kalenderjaar met belastingvoordeel opzij mag zetten voor later. Laat je dat bedrag liggen, dan is het niet meteen verloren. Het blijft tien jaar staan en in die periode mag je het alsnog inleggen. Die opgespaarde ruimte heet reserveringsruimte.
Beide vormen bestaan naast elkaar. Je mag ze in hetzelfde jaar gebruiken. Voor de basis achter beide begrippen: wat is pensioensparen.
| Jaarruimte | Reserveringsruimte | |
|---|---|---|
| Gaat over | Dit kalenderjaar | De tien jaar hiervoor |
| Berekend met | Je inkomen en factor A van vorig jaar | Per jaar apart, met de regels van dat jaar |
| Maximum in 2026 | € 35.588 | € 42.753 |
| Vervalt | Schuift tien jaar door als reserveringsruimte | Zodra een jaar ouder is dan tien jaar |
| Volgorde | Gebruik dit als tweede | Gebruik dit als eerste |
Samen kom je in 2026 op maximaal € 78.341 aan aftrekbare inleg.
De Belastingdienst adviseert om eerst je reserveringsruimte te gebruiken en pas daarna je jaarruimte van dit jaar. De reden daarvoor is helder: je jaarruimte over 2026 blijft nog tien jaar geldig, terwijl je oudste reserveringsruimte na dit jaar wegvalt.
De jaren
Welke jaren meetellen en wanneer ze vervallen
In 2026 kijk je terug tot en met 2016. Jaarruimte uit 2016 die je niet hebt gebruikt, verdwijnt na 31 december 2026. Elk jaar schuift die grens een jaar op.
| Jaarruimte over | Bruikbaar tot en met |
|---|---|
| 2016 | 2026 |
| 2017 | 2027 |
| 2018 | 2028 |
| 2019 | 2029 |
| 2020 | 2030 |
| 2021 | 2031 |
| 2022 | 2032 |
| 2023 | 2033 |
| 2024 | 2034 |
| 2025 | 2035 |
Tot 1 juli 2023 mocht je zeven jaar terugkijken. De Wet toekomst pensioenen maakte daar tien jaar van, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023. Op een flink deel van de pagina’s over dit onderwerp staat nog zeven jaar. Reken met tien.
Dezelfde wet verlengde de periode waarin je mag storten. Je legt nu in tot vijf jaar na je AOW-leeftijd. Daarvoor stopte dat op je AOW-leeftijd zelf.
Ben je geboren vóór 1 september 1953, dan heb je in 2026 geen jaarruimte meer. Reserveringsruimte kan dan nog wel, meldt de Belastingdienst.
Het maximum
Het maximum per jaar
Naast je eigen opgebouwde ruimte geldt een bovengrens. Dat is het bedrag dat je in één kalenderjaar aan reserveringsruimte mag aftrekken.
| Jaar | Maximale reserveringsruimte |
|---|---|
| 2026 | € 42.753 |
| 2025 | € 42.108 |
| 2024 | € 41.608 |
| 2023 | € 38.000 |
| 2022 en eerder | 17% van je premiegrondslag, met een vast plafond van € 7.587 in 2022 |
Tot en met 2022 was je reserveringsruimte het laagste van drie bedragen: je opgebouwde ruimte, 17% van je premiegrondslag in het jaar van aftrek, en een vast plafond. Zat je binnen tien jaar van je AOW-leeftijd, dan lag dat plafond ongeveer twee keer zo hoog, in 2022 op € 14.978. Sinds 2023 geldt alleen nog het vaste bedrag en is de leeftijdsgrens vervallen.
Let op een verwarring die veel rondgaat. Het bedrag van € 8.065 dat je vaak leest als oud maximum, hoort bij 2023 onder de oude regels. Voor 2022 zelf gold € 7.587.
Kom je boven het maximum uit, dan trek je dit jaar het maximum af en schuift de rest door naar volgend jaar. Dat werkt zolang de jaren waar die ruimte vandaan komt dan nog binnen de tienjaarstermijn vallen.
Oude jaren
Waarom oude jaren minder opleveren dan je verwacht
Veel mensen schatten hun oude jaren te hoog in. Dat zit in het percentage. Tot en met 2022 rekende je met 13,3% van je premiegrondslag, in 2016 en 2017 met 13,8%. Sinds 2023 is dat 30%.
Wat dat doet bij steeds € 60.000 bruto inkomen in het jaar ervóór, zonder pensioenopbouw via een werkgever:
| Jaarruimte over | Percentage | AOW-franchise | Uitkomst |
|---|---|---|---|
| 2016 | 13,8% | € 11.996 | € 6.625 |
| 2020 | 13,3% | € 12.472 | € 6.321 |
| 2022 | 13,3% | € 12.837 | € 6.273 |
| 2023 | 30% | € 13.646 | € 13.906 |
| 2025 | 30% | € 18.475 | € 12.458 |
De zeven jaren tot en met 2022 leveren samen minder op dan de drie jaren daarna. Waardeloos zijn ze niet, want juist die oude jaren vervallen als eerste. Wie in 2026 stort, redt daarmee eerst 2016.
Ook de vermenigvuldiger bij factor A verschilde. In 2016 en 2017 was die 6,5, vanaf 2018 werd het 6,27. Rekentools die één formule op alle jaren loslaten, geven voor die twee jaren een te hoge uitkomst. In de tabel met bedragen per jaar staat welk percentage, welke franchise en welke vermenigvuldiger per jaar gelden.
Belastingvoordeel
Wat je terugkrijgt van de Belastingdienst
Je inleg gaat van je belastbaar inkomen in box 1 af. Wat je terugkrijgt hangt af van het tarief waarin je valt. Bereken je eigen percentage bij het belastingvoordeel van pensioensparen.
| Belastbaar inkomen in 2026 | Tarief | Terug over € 20.000 inleg |
|---|---|---|
| tot € 38.883 | 35,75% | € 7.150 |
| tot € 78.426 | 37,56% | € 7.512 |
| daarboven | 49,50% | € 9.900 |
Dat hoogste tarief verrast mensen, want voor hypotheekrente en de meeste andere aftrekposten geldt in 2026 een plafond van 37,56%. Lijfrentepremie binnen je jaar- en reserveringsruimte valt buiten die tariefsaanpassing, bevestigt de KVK. De aftrek werkt daar tegen je volle tarief.
Daar staat belasting later tegenover. Vanaf je pensioendatum keert het bedrag uit als lijfrente en betaal je daarover inkomstenbelasting, meestal tegen een lager tarief dan nu. Tot die tijd staat het geld vast. Welke aanbieder bij je past, zie je in het overzicht van pensioensparen vergelijken.
Aangifte
Storten en invullen bij je aangifte
Een storting telt mee in het jaar waarin het geld van je rekening is afgeschreven. Wil je de aftrek over 2026, dan moet het bedrag uiterlijk 31 december 2026 zijn overgemaakt. Houd rond de feestdagen een paar werkdagen speling aan.
- Reken je ruimte uit en bepaal welk bedrag je stort
- Maak het geld over voor 31 december van hetzelfde jaar
- Vul de inleg in je aangifte in onder premies voor inkomensvoorzieningen
- Vul daarna per jaar je inkomen en pensioenaangroei in, zodat de Belastingdienst je ruimte vaststelt
Het aangifteprogramma haalt je storting eerst van je oudste openstaande jaar af. Je hoeft dus niet zelf te sturen welk jaar je opmaakt. Twijfel je over een uitkomst, dan rekent het hulpmiddel Lijfrentepremie vanaf 2016 van de Belastingdienst je jaar- en reserveringsruimte officieel uit.
Zzp
Zzp'ers en ondernemers
Zonder pensioenregeling via een werkgever bouw je vrijwel elk jaar ruimte op. Wie een paar magere jaren achter de rug heeft en nu een sterker jaar draait, zet die opgespaarde ruimte in één keer in. Daar is reserveringsruimte voor bedoeld.
Twee punten liggen bij ondernemers anders. Je rekent met je winst uit onderneming vóór de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling, niet met de belastbare winst onderaan je aangifte. En had je tot en met 2022 een oudedagsreserve, dan verlaagde de toename daarvan je jaarruimte in dat jaar. De oudedagsreserve is per 2023 afgeschaft.
Op de pagina over jaarruimte berekenen staat een rekenhulp die je belastbare winst terugrekent naar het bedrag waarmee je hier invult. Wil je eerst weten hoeveel je als ondernemer per maand opzij moet zetten, kijk dan bij pensioen opbouwen als zzp’er.
Waar inleggen
Waar je het bedrag inlegt
De ruimte staat los van waar je het geld neerzet. Je kunt kiezen voor een lijfrentespaarrekening met rente of voor een lijfrentebeleggingsrekening. Bij sparen weet je vooraf wat je krijgt, bij beleggen ligt het verwachte rendement hoger en beweegt de waarde mee met de markt.
Bij sparen bepalen twee dingen het verschil tussen aanbieders: de rente en de kosten. Bij een storting van € 20.000 scheelt een half procent rente over tien jaar ruim € 1.200. Op de ranglijst van aanbieders staan de rentes en kosten naast elkaar.
Weet je niet zeker of je een tekort hebt? Reken dat eerst uit op de pagina over je pensioengat.
Vragen
Vragen over reserveringsruimte
Hoe bereken ik mijn reserveringsruimte?
Wat is reserveringsruimte bij de Belastingdienst?
Wat is de maximale reserveringsruimte in 2026?
Hoeveel jaar mag ik terugkijken?
Ik heb geen jaarruimte, kan ik dan toch reserveringsruimte hebben?
Moet ik het oudste jaar eerst gebruiken?
Wat als mijn reserveringsruimte hoger is dan het maximum?
Is het slim om je reserveringsruimte te gebruiken?
Kan ik reserveringsruimte nog gebruiken na mijn AOW-leeftijd?
Waar vind ik mijn inkomen en factor A van tien jaar geleden?
Heb je je bedrag? Dan is de volgende vraag waar je het neerzet. Zit er ruimte uit 2016 bij, plan de storting dan ruim vóór 31 december, want dat jaar komt niet terug.
Wat een storting uit je reserveringsruimte tot je AOW-leeftijd wordt, zie je op pensioensparen berekenen.
Bedragen en regels gecontroleerd op 23 augustus 2026 bij de Belastingdienst en de KVK. De maximale reserveringsruimte voor 2026 is € 42.753.
