Je kunt geld storten op een pensioenrekening (lijfrente). Een deel daarvan mag je vaak aftrekken in je belastingaangifte. Daardoor betaal je nu minder belasting. De Belastingdienst berekent hoeveel je maximaal mag aftrekken. Dit bedrag heet je jaarruimte.
Bouwde je vorig jaar geen of weinig pensioen op via een werkgever, bijvoorbeeld omdat je zzp’er bent? Dan kun je jaarruimte hebben. Hoeveel je precies mag aftrekken, hangt ook af van je inkomen. Bereken dit daarom altijd voordat je stort.
Wat je belastingvoordeel van pensioensparen is, bereken je in onderstaande rekentool. Weet je nog niet precies hoe zo’n rekening werkt, begin dan bij wat is pensioensparen.
Deze uitleg is informatief en geen fiscaal advies.
De rekentool
Reken je voordeel uit
Vul je jaarloon of winst uit je bedrijf in en hoeveel je wilt storten. De tool rekent met de gewone belastingtarieven, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Andere inkomsten, kortingen en aftrekposten kunnen de echte uitkomst veranderen.
Deze berekening klopt alleen als je het hele bedrag mag aftrekken. Dat mag alleen als je genoeg jaarruimte of reserveringsruimte hebt. Stort je meer dan die ruimte? Dan krijg je over het extra bedrag geen belasting terug. Een eigen woning, alimentatie of andere aftrekposten kunnen de uitkomst ook veranderen.
Zo werkt de aftrek
Nu belasting terug, later belasting betalen
Je krijgt nu belasting terug over je storting. Zolang het geld op je pensioenrekening staat, betaal je geen belasting over de groei van dat geld. Als je later pensioen uit deze rekening ontvangt, betaal je daar wel belasting over. Je betaalt de belasting dus later, niet nooit. Dit heet officieel de omkeerregel.
Bij je belastingaangifte vul je de storting in bij Uitgaven voor inkomensvoorzieningen. De Belastingdienst trekt dit bedrag af van het inkomen waarover je belasting betaalt. Daardoor betaal je nu minder belasting.
In deze video zie je in eenvoudige stappen hoe een lijfrente werkt. Gebruik voor de bedragen en percentages wel deze pagina: die is actueler dan de video.
Wanneer een storting meetelt
Je trekt een storting af in het jaar waarin je betaalt. Betaal je op 30 december 2026? Dan hoort de aftrek bij je aangifte over 2026. Die aangifte kun je vanaf 1 maart 2027 doen. Betaal je pas op 2 januari 2027? Dan hoort de aftrek bij 2027.
Stop je met je bedrijf en zet je stakingswinst of een bestaande oudedagsreserve om in een lijfrente? Dan kan een storting vóór 1 juli van het volgende jaar soms nog meetellen voor het jaar waarin je stopte. Voor een gewone pensioenstorting geldt deze uitzondering niet.
De aftrek is persoonlijk
De pensioenrekening en de aftrek horen bij één persoon. Staat de rekening op jouw naam en betaal jij de storting? Dan trek jij het bedrag af. Je kunt deze aftrek niet aan je partner geven. Heeft je partner een hoger inkomen, dan kan een eigen pensioenrekening op naam van je partner meer belastingvoordeel geven.
Wat je terugkrijgt
Het percentage dat je in 2026 terugkrijgt
Hoeveel je terugkrijgt, hangt af van je inkomen. De Belastingdienst verdeelt inkomens in drie groepen, ook wel belastingschijven genoemd. Hieronder staan de percentages voor 2026 als je de AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt.
| Schijf | Jaarinkomen waarover je belasting betaalt | Tarief |
|---|---|---|
| 1 | tot en met € 38.883 | 35,75% |
| 2 | meer dan € 38.883 tot en met € 78.426 | 37,56% |
| 3 | meer dan € 78.426 | 49,50% |
Waarom je soms extra belasting terugkrijgt
Veel mensen krijgen een extra korting op hun belasting: de algemene heffingskorting. Vanaf een inkomen van € 29.736 wordt die korting normaal steeds kleiner. Door je pensioenstorting telt je inkomen voor de belasting lager. Daardoor kan deze korting weer hoger worden. Je krijgt dan extra belasting terug.
Daardoor kan het percentage dat je echt terugkrijgt hoger zijn dan het percentage in de gewone belastingtabel. In de volgende tabel zie je het totale percentage.
| Je inkomen | Percentage uit de belastingtabel | Extra belasting terug | Wat je terugkrijgt |
|---|---|---|---|
| tot € 29.736 | 35,75% | geen | 35,75% |
| € 29.736 tot € 38.883 | 35,75% | 6,398% | 42,15% |
| € 38.883 tot € 78.426 | 37,56% | 6,398% | 43,96% |
| boven € 78.426 | 49,50% | geen, de korting is al nul | 49,50% |

Een voorbeeld. Je verdient € 45.000 en stort € 5.000. Je belastbaar inkomen zakt naar € 40.000. Je betaalt € 1.878 minder belasting en je algemene heffingskorting stijgt met € 320. Samen krijg je € 2.198 terug, oftewel 43,96% van je inleg. Je storting van € 5.000 kost je netto € 2.802.
Bij een inkomen tussen € 38.883 en € 78.426 krijg je 43,96% terug, niet 37,56%. Dat verschil van ruim zes procentpunt staat op vrijwel geen enkele consumentenpagina.
Wat niet verandert
Wat blijft hetzelfde?
De storting verandert vooral je inkomstenbelasting. Voor drie andere zaken werkt het anders.
Je arbeidskorting blijft gelijk
De arbeidskorting wordt berekend met je loon of winst uit je bedrijf. Een pensioenstorting verandert dat loon of die winst niet. Daarom blijft je arbeidskorting gelijk.
Je storting verlaagt je Zvw-bijdrage niet
Sommige mensen betalen naast hun zorgpremie een extra bijdrage die afhangt van hun inkomen. Dit heet de Zvw-bijdrage. Je pensioenstorting maakt deze bijdrage nu niet lager. Later betaal je de bijdrage mogelijk wel over je pensioenuitkering. Koop je je lijfrente later in één keer af, dan pakt dat voordeel anders uit. Zie lijfrente afkopen.
Je toeslagen kunnen juist omhoog
Voor toeslagen kijkt de overheid naar je toetsingsinkomen. Een aftrekbare pensioenstorting maakt dat inkomen lager. Daardoor kun je soms meer zorgtoeslag, huurtoeslag of kindgebonden budget krijgen. Dit gebeurt vooral als je inkomen dicht bij een toeslaggrens ligt.
Pas je verwachte inkomen ook aan in Mijn toeslagen. Anders wordt het verschil pas later verwerkt bij de definitieve berekening.
Voordeel in box 3
Het tweede voordeel: geen box 3
Geld op een pensioenrekening telt niet mee als gewoon spaargeld of als belegging. Je betaalt er tijdens de opbouw dus geen box 3-belasting over.
Over de eerste € 59.357 aan spaargeld en beleggingen betaal je in 2026 geen box 3-belasting. Met een fiscale partner is dat samen € 118.714. Blijf je onder deze grens? Dan geeft de pensioenrekening geen extra box 3-voordeel. Zit je erboven? Dan kan dat voordeel er wel zijn.
| Soort vermogen | Rendement waarmee de Belastingdienst rekent | Belasting per jaar |
|---|---|---|
| Spaargeld en bankrekeningen | 1,28% | 0,46% van het bedrag |
| Beleggingen en overige bezittingen | 6,00% | 2,16% van het bedrag |
Voor box 3 doet de Belastingdienst alsof je vermogen een bepaald rendement oplevert. Over dat berekende rendement betaal je 36% belasting. Heb je € 50.000 aan beleggingen bóven de vrijstelling? Dan is dat volgens deze voorlopige cijfers ongeveer € 1.080 belasting per jaar. Staat hetzelfde bedrag op een pensioenrekening, dan betaal je daar geen box 3-belasting over.
Bij spaargeld is het verschil kleiner. Over € 50.000 spaargeld boven de vrijstelling is het ongeveer € 230 per jaar. Spaar je vooral? Dan komt het grootste voordeel meestal van de belastingaftrek bij je storting.
Nu tegen straks
Wat de aftrek je later kost
Later betaal je belasting over het geld dat je uit de pensioenrekening ontvangt. Vaak is je belastingpercentage na je AOW lager dan nu. Dat komt doordat je na je AOW geen AOW-premie meer betaalt. Het percentage in de eerste belastingschijf daalt daardoor van 35,75% naar 17,85%.
| Schijf | Jaarinkomen waarover je belasting betaalt | Vóór je AOW | Na je AOW |
|---|---|---|---|
| 1 | tot en met € 38.883 | 35,75% | 17,85% |
| 2 | tot en met € 78.426 | 37,56% | 37,56% |
| 3 | boven € 78.426 | 49,50% | 49,50% |
Let op bij een hoger inkomen na je AOW. Vanaf € 46.002 wordt de ouderenkorting lager. De ouderenkorting is een belastingkorting voor mensen met AOW. Komt je inkomen door de pensioenuitkering boven deze grens? Dan betaal je over dat extra deel meer belasting. Het totale percentage kan dan boven 55% uitkomen.
Vergelijk hieronder hoeveel belasting je nu terugkrijgt met hoeveel je later over de pensioenuitkering betaalt.
Dit is geen winstberekening. De tool vergelijkt alleen de belasting die je nu terugkrijgt met de geschatte inkomstenbelasting en Zvw-bijdrage later. Rendement, kosten, inflatie, beleggingsrisico en toekomstige belastingregels zijn niet meegerekend.
Met de ingevulde voorbeeldbedragen krijg je nu ongeveer 43,96% terug. Later betaal je naar schatting 21,05% inkomstenbelasting en 4,85% Zvw-bijdrage over de uitkering. Het geschatte verschil is daardoor ongeveer € 181 per € 1.000. Dit is geen echte winst: rendement, kosten, inflatie, beleggingsrisico en toekomstige belastingregels zijn niet meegerekend.
Op de pagina lijfrente-uitkering lees je hoe lang de uitkering kan lopen en hoeveel je per maand overhoudt.
De grens
Hoeveel mag je aftrekken?
Je mag alleen aftrekken als je te weinig pensioen opbouwt. Het maximale bedrag dat je dit jaar mag aftrekken heet je jaarruimte. In 2026 is die maximaal € 35.588. Jouw eigen maximum hangt af van je inkomen en van het pensioen dat je via een werkgever opbouwt.
Heb je in de afgelopen tien jaar niet al je jaarruimte gebruikt? Dan mag je een deel vaak later nog gebruiken. Dat heet reserveringsruimte. In 2026 is die maximaal € 42.753. Heb je ruimte uit meerdere jaren? Gebruik dan eerst de oudste, want die vervalt als eerste.
- Bereken je ruimte op jaarruimte berekenen, met de cijfers van elk jaar vanaf 2016.
- Tel oude jaren op via reserveringsruimte.
- Weet je je pensioenopbouw niet? Die vind je terug via factor A op je pensioenoverzicht.
In je aangifte
Zo vul je het in
Je moet de storting zelf invullen in je belastingaangifte. De Belastingdienst doet dit niet automatisch, ook niet als je bank de storting doorgeeft.
- Open je aangifte en ga naar Uitgaven, daarna naar Premies voor lijfrente en andere inkomensvoorzieningen.
- Vul het totaalbedrag in dat je in dat jaar hebt gestort, tot je jaarruimte en reserveringsruimte.
- Bewaar je jaaropgaaf van de aanbieder en de berekening van je ruimte. De Belastingdienst kan die tot vijf jaar terug opvragen.
Niet wachten op je teruggaaf
Stort je elke maand? Dan kun je het belastingvoordeel ook alvast per maand ontvangen. Vraag daarvoor een voorlopige aanslag aan en vul in hoeveel je dat jaar verwacht te storten. Zonder voorlopige aanslag krijg je het voordeel pas na je jaarlijkse aangifte.
Vul liever een voorzichtig bedrag in. Stort je uiteindelijk minder dan je had geschat? Dan moet je een deel terugbetalen. Daar kan belastingrente bijkomen.
Aftrek vergeten
Aftrek vergeten? Dit kun je nog doen
Ben je de aftrek vergeten? Kijk eerst hoe lang geleden je de storting deed. Tot vijf jaar terug kun je meestal je oude aangifte aanpassen. Voor oudere stortingen gelden andere regels.
Tot vijf jaar terug: corrigeer je aangifte
Open de oude aangifte, voeg de storting toe en stuur de aangifte opnieuw in. In 2026 kun je dit doen voor de jaren 2021 tot en met 2025. De Belastingdienst berekent daarna opnieuw hoeveel je terugkrijgt.
Langer dan vijf jaar geleden: voorkom dubbele belasting
Is de storting langer dan vijf jaar geleden? Dan kun je de aftrek niet meer krijgen. Je kunt soms wel voorkomen dat je later nogmaals belasting betaalt over het deel dat je nooit hebt afgetrokken. Dit heet de saldomethode.
Voor stortingen vanaf 2010 kan meestal maximaal € 2.269 per persoon per jaar meetellen, voor al je moderne lijfrenten samen. Voor bepaalde lijfrenteverzekeringen van vóór 14 september 1999 en voor stortingen van vóór 2010 gelden andere regels.
Vraag bij de Belastingdienst een verklaring niet-afgetrokken premies aan. Dit heet ook een saldoverklaring. Stuur een kopie van je polis of rekening mee, plus een overzicht van je stortingen per jaar. Schrijf ook dat je deze bedragen niet alsnog gaat aftrekken. De Belastingdienst kan maximaal acht weken nodig hebben.
Zonder saldoverklaring behandelt de bank of verzekeraar de hele uitkering als belast. Je kunt dan belasting betalen over een storting waarvoor je nooit belastingaftrek kreeg.
Geef de saldoverklaring aan je bank of verzekeraar vóórdat de uitkeringen beginnen. Anders houden zij belasting in over het hele bedrag. Je moet dit dan later via je belastingaangifte herstellen.
Kosten en advies
Advieskosten en bemiddelingskosten
Of je kosten mag aftrekken, hangt af van het moment waarop je ze maakt. De tabel hieronder laat het verschil zien.
| Situatie | Aftrekbaar? | Toelichting |
|---|---|---|
| Advies bij het opbouwen van je lijfrente | Nee | Deze kosten horen bij het opbouwen en zijn niet aftrekbaar |
| Afsluitkosten van een bank of verzekeraar | Nee | Deze kosten horen bij het product en zijn niet aftrekbaar |
| Bemiddeling bij het aankopen van je uitkering | Ja | Kosten voor het regelen van de uitkeringen |
| Advieskosten in die uitkeringsfase | Nee | Alleen de kosten voor het regelen tellen; persoonlijk advies niet |
Volgens de Belastingdienst is € 250 een normaal bedrag voor bemiddeling bij het regelen van de uitkering. Betaal je meer? Dan mag je het extra deel meestal niet aftrekken.
Nederland of Belgie
Nederlands pensioensparen tegenover het Belgische
Zoek je online naar pensioensparen? Dan zie je ook veel Belgische uitleg. België heeft andere regels en bedragen. Betaal je belasting in Nederland, gebruik dan de Nederlandse regels op deze pagina. Waar je die aftrek kunt benutten, zie je in het overzicht van pensioensparen vergelijken.
| Nederland | België | |
|---|---|---|
| Fiscale vorm | Aftrek van je belastbare inkomen | Vaste korting op de belasting |
| Maximum per jaar | € 35.588 jaarruimte, plus reserveringsruimte | € 1.050 of € 1.350 |
| Wat je terugkrijgt | 35,75% tot 49,50%, je eigen tarief | 30% of 25%, een vast percentage |
| Maximaal voordeel | duizenden euro’s per jaar | € 315 of € 337,50 |
| Belasting achteraf | belasting over je latere uitkeringen | meestal 8% op je 60e; start je na je 55e, dan meestal na 10 jaar |
In Nederland hangt het belastingvoordeel af van je inkomen en van hoeveel je mag storten. In België gelden vaste bedragen en vaste percentages.
Voor wie
Voor wie het meeste oplevert
Hoeveel je voordeel is, verschilt per persoon. In de tabel staan vier voorbeelden. Ze zijn berekend met dezelfde regels als de rekentool.
| Situatie | Inleg | Terug | Netto kosten |
|---|---|---|---|
| Zzp’er, winst € 60.000, veel ruimte | € 10.000 | € 4.396 | € 5.604 |
| Werknemer, € 45.000, klein pensioen via werk | € 5.000 | € 2.198 | € 2.802 |
| Manager, € 90.000, aftoppingsgrens geraakt | € 10.000 | € 4.950 | € 5.050 |
| Deeltijd, € 28.000, ruimte beperkt | € 3.000 | € 1.073 | € 1.927 |
Een zzp’er bouwt meestal geen pensioen op via een werkgever. Daardoor mag een zzp’er vaak meer zelf storten en aftrekken. Lees meer bij pensioen opbouwen als zzp’er.
Iemand die in deeltijd werkt, krijgt in dit voorbeeld een lager percentage terug. Een deel van de storting valt namelijk in een lagere belastingschijf. Daardoor is het voordeel 35,75% in plaats van 43,96%.

Wat ik zelf doe
Elke maand pensioenbeleggen bij BrightPensioen
Ik ben zzp’er en beleg voor mijn pensioen op de lange termijn. Iedere maand leg ik automatisch een bedrag in bij BrightPensioen.
Als zzp’er maak ik weinig zakelijke kosten. Mijn winst waarover ik belasting betaal blijft daardoor relatief hoog. Een storting op mijn pensioenrekening levert mij daarom veel belasting terug op. Voor mij is dat ideaal.
De Belastingdienst betaalt zo als het ware mee. Stort ik bijvoorbeeld € 1.000 en krijg ik € 440 terug, dan kost die € 1.000 pensioenopbouw mij nu netto € 560. Later betaal ik wel belasting wanneer het pensioen wordt uitgekeerd.
Meer weten? Bekijk pensioenbeleggen bij BrightPensioen.
Dit is mijn eigen ervaring en geen persoonlijk advies. Je krijgt alleen belasting terug over het bedrag dat je volgens de Belastingdienst mag aftrekken.
Slim verdelen
Kies een gunstig jaar voor je aftrek
Je hoeft je jaarruimte niet altijd meteen te gebruiken. Ongebruikte ruimte blijft maximaal tien jaar beschikbaar. Je kunt dus wachten op een jaar waarin aftrekken meer oplevert. Let wel op: de oudste ruimte vervalt als eerste.
Verdeel je storting rond de inkomensgrens
Verdien je meer dan € 78.426? Dan krijg je over het deel van de storting dat je inkomen tot deze grens verlaagt 49,50% terug. Over het deel daaronder krijg je in dit voorbeeld 43,96% terug. Bij een inkomen van € 85.000 geldt 49,50% over de eerste € 6.574 van je storting.
Verwacht je volgend jaar ook een inkomen boven € 78.426? Dan kan het voordeliger zijn om een deel van je storting naar volgend jaar te schuiven. Zo kan dat deel ook tegen 49,50% aftrekbaar zijn. Controleer wel wanneer je oudste jaarruimte vervalt.
Een storting kan je toeslagen verhogen
Een pensioenstorting verlaagt het inkomen dat meetelt voor toeslagen. Zit je net boven een grens voor zorgtoeslag of huurtoeslag? Dan kun je door de storting soms meer toeslag krijgen. Controleer dit altijd met een proefberekening voor toeslagen.
Een jaar met weinig inkomen
Heb je dit jaar weinig of geen inkomen? Dan levert aftrekken vaak weinig op. Je kunt de ongebruikte ruimte meestal later gebruiken. Doe dat binnen tien jaar, anders vervalt de oudste ruimte.
Vragen
Vragen over het belastingvoordeel
Is lijfrente altijd aftrekbaar?
Nee. Je mag alleen aftrekken als je te weinig pensioen opbouwt en daarom jaarruimte of reserveringsruimte hebt. Dat zijn de officiële namen voor het bedrag dat jij mag aftrekken. Stort je meer dan dit bedrag? Dan krijg je over het extra deel geen belasting terug.
Hoeveel krijg ik terug van mijn inleg?
Dat hangt af van je inkomen en van andere onderdelen van je belastingaangifte. Met de standaardregels van 2026 loopt het percentage in de voorbeelden op van 35,75% tot 49,50%. Vul je eigen bedragen in de rekentool in voor een betere schatting.
Geldt de beperkte aftrek van 37,56% ook voor lijfrente?
Nee. De grens van 37,56% die voor sommige andere aftrekposten geldt, geldt niet voor lijfrente. Bij een hoog inkomen kan het percentage voor een deel van je storting 49,50% zijn.
Wanneer krijg ik het geld op mijn rekening?
Meestal na je belastingaangifte. Stort je in 2026? Dan kun je vanaf 1 maart 2027 aangifte doen. Wil je het voordeel eerder ontvangen, dan kun je een voorlopige aanslag aanvragen. Je krijgt dan meestal elke maand een deel.
Mag ik de aftrek aan mijn partner toerekenen?
Nee. De rekening en de aftrek horen bij de persoon op wiens naam de pensioenrekening staat. Je kunt de aftrek niet aan je partner geven.
Betaal ik straks belasting over het rendement?
Niet apart. Zolang het geld op de pensioenrekening staat, betaal je geen belasting over de groei. Later betaal je belasting over de hele pensioenuitkering: je stortingen én de groei van het geld. Mogelijk betaal je dan ook een Zvw-bijdrage.
Ik ben de aftrek vergeten. Kan ik het nog herstellen?
Tot vijf jaar terug kun je meestal je oude aangifte aanpassen. Is het langer geleden? Vraag dan bij de Belastingdienst naar een saldoverklaring. Daarmee kun je soms voorkomen dat je later belasting betaalt over geld waarvoor je nooit aftrek kreeg.
Levert aftrekken iets op bij een laag inkomen?
Soms weinig of niets. Je kunt alleen belasting terugkrijgen als je ook belasting betaalt. Bij een laag inkomen kan het daarom gunstiger zijn om je ongebruikte ruimte in een later jaar te gebruiken.
Is het slim om in december extra te storten?
Dat kan, vooral als je inkomen elk jaar wisselt. Controleer eerst hoeveel jaarruimte en reserveringsruimte je hebt. Het geld moet uiterlijk op 31 december op de pensioenrekening staan om bij dat jaar te horen.
Waarom vind ik overal bedragen van € 1.050 en 30%?
Die bedragen horen bij de Belgische regels voor pensioensparen. Nederland heeft een andere regeling. In Nederland hangt het voordeel af van je inkomen en van hoeveel je mag aftrekken.
Bronnen
Waar deze cijfers vandaan komen
De bedragen en percentages op deze pagina zijn berekend met de officiële regels voor belastingjaar 2026. De voorbeelden en rekentools gebruiken dezelfde formules.
- Belastingdienst, tarieven en heffingskortingen 2026: schijven, algemene heffingskorting, arbeidskorting, ouderenkorting en box 3.
- Belastingdienst, aftrekken lijfrentepremies: voorwaarden, jaarruimte en reserveringsruimte.
- Belastingdienst, niet-afgetrokken premies: de saldomethode en de saldoverklaring.
- Kennisgroepen Belastingdienst, KG:070:2023:21: aftrek van bemiddelingskosten en het gebruikelijke bedrag van € 250.
- Belastingdienst, inkomensafhankelijke bijdrage Zvw 2026: de bijdrage over pensioen- en lijfrente-uitkeringen.
- FOD Financiën, Belgische regels voor pensioensparen: bedragen en belastingvermindering in 2026.
Wat het nettobedrag na aftrek over de jaren oplevert, reken je door op pensioensparen berekenen.
Laatst gecontroleerd op 23 augustus 2026. Cijfers voor 2026 zijn deels voorlopig; de percentages in box 3 kunnen nog wijzigen.

[…] Benut je eerdere jaren niet volledig, dan telt je reserveringsruimte daar bovenop. Reken beide na met jaarruimte berekenen en reserveringsruimte, en leg die uitkomst naast de tool van de aanbieder voordat je stort. Stort je meer dan je ruimte, dan valt dat deel buiten de aftrek. Hoeveel je terugkrijgt, staat in belastingvoordeel pensioensparen. […]
[…] Bij het uitkeren na je AOW-leeftijd betaal je wel inkomstenbelasting, meestal tegen een lager tarief: 17,85% over inkomen tot € 38.883 (2026). Ongeveer 80% van de gepensioneerden blijft daaronder. Daarnaast telt het saldo op de pensioenrekening niet mee voor de vermogensbelasting in box 3. Hoe die voordelen samen uitpakken, staat in belastingvoordeel van pensioensparen. […]