Pensioensparen berekenen gaat twee kanten op: wat je inleg wordt, en wat je moet inleggen voor het pensioen dat je wilt. Wie op zijn 35e € 250 per maand inlegt bij 4% rendement, staat op zijn 67e op ongeveer € 194.000.
Bij een inkomen tussen € 38.884 en € 78.426 kost die inleg netto € 140 per maand, want hij gaat van je belastbaar inkomen af. Reken je eigen bedrag uit met de tool hieronder.
Alle bedragen gelden voor belastingjaar 2026 en staan in euro’s van vandaag.
Rekentool
Reken je eigen bedrag uit
Kies welke kant je op rekent en schuif de twee balkjes naar jouw situatie.
Preciezer rekenen
Je bruto jaarinkomen bepaalt hoeveel belasting je terugkrijgt en hoeveel je fiscaal mag inleggen. Factor A staat op het pensioenoverzicht van je werkgever, meer daarover op factor A. Bouw je geen pensioen op via werk, laat die dan op nul staan.
Alle bedragen staan in euro’s van vandaag. De tool rekent met een AOW-leeftijd van 67, de belastingtarieven en heffingskortingen van 2026 en de AOW-bedragen van 1 juli 2026 voor een alleenstaande. De rendementen zijn na inflatie en kosten: 0,5% bij sparen, 2% bij allebei en 4% bij beleggen. Je eigen uitkomst wijkt af zodra je rendement, je kosten of je inkomen anders lopen.
Twee dingen vallen bijna altijd op. Het maandbedrag valt lager uit dan verwacht als je vroeg begint, en het loopt hard op zodra je later start. Verderop staat wat tien jaar wachten in euro’s kost.
Het doelbedrag
Hoeveel pensioen heb je later nodig?
Zonder doelbedrag heeft de rest van de berekening geen ankerpunt. De bekendste vuistregel: reken op ongeveer 70% van je laatstverdiende bruto inkomen. Bij € 45.000 bruto is dat € 31.500 per jaar, ongeveer € 2.625 bruto per maand, AOW inbegrepen.
Die regel stamt uit de tijd dat vrijwel iedereen veertig jaar bij dezelfde werkgever opbouwde en op zijn 65e een afbetaald huis had. Voor wie nu rekent is het een startpunt. Wie straks nog hypotheeklasten of huur heeft, komt hoger uit.
Preciezer: reken vanaf je uitgaven
Neem je huidige maandlasten, haal eraf wat straks wegvalt en tel erbij op wat erbij komt. Het Nibud gebruikt deze route in de Pensioenschijf-van-vijf.
- Valt meestal weg: pensioenpremie, AOW-premie, woon-werkverkeer en de aflossing als je huis af is.
- Blijft gelijk: boodschappen, verzekeringen, energie en onderhoud.
- Komt erbij: zorgkosten, reizen in de eerste jaren en later hulp in huis.
Kom je op € 2.400 netto per maand uit en krijg je AOW plus werkgeverspensioen, dan is het verschil je tekort. Dat tekort is het bedrag waarmee je verder rekent. Hoe groot dat gat is, reken je uit op pensioengat berekenen.
Welke pot hoort bij het bedrag dat je wilt?
Zoek in de linkerkolom het bedrag dat je later extra per maand wilt hebben. Rechts staat hoe groot je pot op je 67e daarvoor moet zijn. Vuistregel: bij twintig jaar uitkeren heb je ruim 200 keer je maandbedrag nodig. Voor € 500 per maand is dat € 108.721.
| Wat je later extra wilt per maand | Wat er op je 67e moet staan |
|---|---|
| € 250 | € 54.360 |
| € 500 | € 108.721 |
| € 750 | € 163.081 |
| € 1.000 | € 217.441 |
| € 1.500 | € 326.162 |
Bij een kortere of langere uitkering
| Tekort per maand | 15 jaar uitkeren | 20 jaar | 25 jaar |
|---|---|---|---|
| € 250 | € 41.771 | € 54.360 | € 66.335 |
| € 500 | € 83.543 | € 108.721 | € 132.671 |
| € 750 | € 125.314 | € 163.081 | € 199.006 |
| € 1.000 | € 167.086 | € 217.441 | € 265.342 |
| € 1.500 | € 250.629 | € 326.162 | € 398.013 |
Een lijfrente moet minimaal vijf jaar duren als je op of na je AOW-leeftijd begint, en minimaal twintig jaar als je eerder begint. Er zit nog een grens aan: keert je lijfrente meer dan € 27.192 per jaar uit, dan moet de looptijd sowieso minimaal twintig jaar zijn. Bij tien jaar uitkeren speelt dat vanaf een kapitaal van ongeveer € 259.000, bij twintig jaar pas boven ongeveer € 493.000. Bij een korte looptijd heb je minder kapitaal nodig voor hetzelfde maandbedrag, alleen stopt de uitkering ook eerder. Meer daarover op lijfrente uitkering.
De opbouw
Van maandinleg naar pensioenpot
Je legt elke maand hetzelfde bedrag in, over het saldo krijg je rendement, en dat rendement gaat vervolgens zelf ook weer renderen. De uitkomst hangt aan twee knoppen: het aantal jaren en het rendement. In de tabel hieronder legt iedereen € 250 per maand in.
| Startleeftijd | Jaren tot 67 | Sparen (0,5%) | Allebei (2%) | Beleggen (4%) |
|---|---|---|---|---|
| 25 | 42 | € 140.174 | € 197.212 | € 326.294 |
| 30 | 37 | € 121.903 | € 164.197 | € 253.661 |
| 35 | 32 | € 104.083 | € 134.321 | € 194.174 |
| 40 | 27 | € 86.703 | € 107.285 | € 145.455 |
| 45 | 22 | € 69.751 | € 82.821 | € 105.553 |
| 50 | 17 | € 53.219 | € 60.683 | € 72.874 |
| 55 | 12 | € 37.094 | € 40.649 | € 46.109 |
Wie op zijn 25e begint legt in totaal € 126.000 in en houdt bij beleggen € 326.294 over. Wie op zijn 55e begint legt € 36.000 in en houdt € 46.109 over. Het verschil zit in de tijd waarin het rendement kan doorwerken, niet in de inleg.
Wat een ander maandbedrag doet
Het verband tussen inleg en eindbedrag is recht evenredig. Verdubbel je de inleg, dan verdubbelt het eindkapitaal. Bij dertig jaar looptijd:
| Inleg per maand | Totaal ingelegd | Sparen (0,5%) | Allebei (2%) | Beleggen (4%) |
|---|---|---|---|---|
| € 100 | € 36.000 | € 38.832 | € 49.273 | € 69.405 |
| € 150 | € 54.000 | € 58.247 | € 73.909 | € 104.107 |
| € 250 | € 90.000 | € 97.079 | € 123.181 | € 173.512 |
| € 400 | € 144.000 | € 155.326 | € 197.090 | € 277.620 |
| € 500 | € 180.000 | € 194.158 | € 246.363 | € 347.025 |
Bij sparen ligt het eindbedrag na dertig jaar dicht bij de inleg zelf. Dat is wat een rendement van 0,5% na inflatie betekent: je koopkracht blijft ongeveer op peil en groeit nauwelijks.
De uitkering
Wat een pot van € 100.000 per maand oplevert
Een pensioenpot krijg je niet in één keer. Vanaf je AOW-leeftijd koop je er een uitkering van die in termijnen wordt uitbetaald. Over elke termijn betaal je inkomstenbelasting, tegen het lagere tarief dat voor AOW-gerechtigden geldt.
| Looptijd | Bruto per maand | Netto per maand | Effectief tarief |
|---|---|---|---|
| 5 jaar | € 1.709 | € 1.326 | 22,4% |
| 10 jaar | € 876 | € 714 | 18,5% |
| 15 jaar | € 598 | € 492 | 17,8% |
| 20 jaar | € 460 | € 378 | 17,8% |
| 25 jaar | € 377 | € 310 | 17,8% |
Uitgangspunt is een kapitaal van € 100.000, 1% rendement na inflatie tijdens de uitkeerfase en een alleenstaande met AOW als enig ander inkomen. Bij vijf jaar looptijd springt het tarief naar 22,4%, doordat het hogere jaarbedrag je boven € 46.002 tilt en de ouderenkorting begint af te bouwen.
De ouderenkorting bouwt vanaf € 46.002 af met 15 cent per verdiende euro. Een korte looptijd valt daardoor duurder uit dan het schijftarief doet vermoeden.
Heb je naast AOW ook werkgeverspensioen, dan komt je lijfrente-uitkering daarbovenop en valt het tarief hoger uit. De rekentool voor de uitkeerfase rekent dat per situatie uit.
De echte last
Wat € 250 per maand je netto kost
Vrijwel elke rekentool laat de bruto-inleg zien. Wat er echt van je rekening verdwijnt is minder, want de inleg is aftrekbaar. Hoeveel je terugkrijgt hangt af van je inkomen.
| Bruto jaarinkomen | Wat de aftrek oplevert | Netto kosten per maand bij € 250 |
|---|---|---|
| € 30.000 | 36,31% | € 159 |
| € 45.000 | 43,96% | € 140 |
| € 60.000 | 43,96% | € 140 |
| € 95.000 | 49,50% | € 126 |
Die 43,96% verrast de meeste mensen, want het schijftarief is daar 37,56%. Het verschil komt door de algemene heffingskorting. Die bouwt tussen € 29.736 en € 78.426 af met 6,398 cent per euro extra inkomen. Verlaag je je inkomen met een aftrekpost, dan gaat die afbouw terug en krijg je een stuk heffingskorting terug bovenop de schijfteruggave. De volledige uitwerking staat op belastingvoordeel van pensioensparen.
De starttijd
Wat tien jaar later beginnen kost
Uitstel kost geen tijd maar geld, en het bedrag is groter dan de meeste mensen inschatten. Iedereen in de tabel legt € 250 per maand in bij 4% rendement. De laatste kolom laat zien welk maandbedrag nodig is om alsnog op het eindkapitaal van een dertigjarige uit te komen.
| Start op | Eindkapitaal bij € 250 per maand | Nodig per maand voor € 253.661 |
|---|---|---|
| 30 | € 253.661 | € 250 |
| 35 | € 194.174 | € 327 |
| 40 | € 145.455 | € 436 |
| 45 | € 105.553 | € 601 |
| 50 | € 72.874 | € 870 |
Vijf jaar wachten vanaf je dertigste kost € 59.487 aan eindkapitaal, of € 77 extra inleg per maand. Wachten van 30 tot 45 vraagt om meer dan een verdubbeling van je maandbedrag.
Wie later start heeft wel een voordeel: het inkomen ligt meestal hoger, waardoor het aftrektarief hoger uitvalt en de netto last per ingelegde euro lager is. Dat compenseert een deel van het verschil, nooit het hele verschil.
Het rendement
Sparen of beleggen in het eindbedrag
Het rendement is de knop met de grootste uitwerking op lange termijn en tegelijk de knop met de meeste onzekerheid. Op deze pagina staan reële rendementen: wat overblijft nadat inflatie en kosten eraf zijn. Wil je die keuze zelf afwegen, dan rekent sparen of beleggen voor je pensioen hem per looptijd door.
- Sparen, 0,5%. Een variabele rente ligt nu rond 1,6%, vastzetten voor langere tijd kan tot ongeveer 3,2%. Bij 2% inflatie lever je met een variabele rente koopkracht in en houd je met een vaste rente iets over. Hier wordt met 0,5% gerekend, het midden van die twee. Geen negatief jaar.
- Allebei, 2%. Een deel op de spaarrekening, een deel belegd. Minder schommeling dan volledig beleggen.
- Beleggen, 4%. Wereldwijd gespreide aandelen leverden over lange periodes rond 6,5% tot 7% per jaar op. Na 2% inflatie en ongeveer 0,5% kosten blijft daar 4% tot 4,5% van over. Hier wordt de onderkant aangehouden. Een los jaar kan negatief uitpakken.
Het verschil tussen 0,5% en 4% is over dertig jaar bij € 250 per maand € 76.433 aan eindkapitaal. Welke verdeling bij je past hangt af van de jaren die je nog hebt. Wie binnen vijf jaar met pensioen gaat, heeft weinig tijd om een slecht beursjaar op te vangen.
Waarom € 1.000 in 2050 geen € 1.000 van nu is
De meeste rekentools geven nominale bedragen: het getal dat er straks op je rekening staat. Dat oogt groot en zegt weinig over wat je ervoor kunt kopen. Bij 2% inflatie per jaar:
| Over | Wat € 1.000 straks waard is in geld van nu | Koopkrachtverlies |
|---|---|---|
| 10 jaar | € 820 | 18% |
| 20 jaar | € 673 | 33% |
| 30 jaar | € 552 | 45% |
| 35 jaar | € 500 | 50% |
Een pot van € 300.000 over dertig jaar heeft de koopkracht van ongeveer € 166.000 van nu. Daarom staan alle bedragen op deze pagina in euro’s van vandaag.
Wat de kosten van je aanbieder eraf halen
Kosten worden in procenten uitgedrukt en lijken daardoor klein. Over dertig jaar tikken ze door op het hele saldo. Uitgangspunt: € 250 per maand, dertig jaar, 6% brutorendement.
| Kosten per jaar | Eindkapitaal na 30 jaar | Verschil met de goedkoopste |
|---|---|---|
| 0,2% | € 241.733 | — |
| 0,6% | € 224.153 | min € 17.580 |
| 1,2% | € 200.537 | min € 41.196 |
| 1,8% | € 179.834 | min € 61.899 |
Het verschil tussen 0,2% en 1,2% is over dertig jaar € 41.196. Je legde zelf € 90.000 in, dus dat verschil is bijna de helft van je eigen inleg. Wat aanbieders rekenen staat op de vergelijking en op de aanbieders met de hoogste rente.

Wat ik zelf doe
Ik reken met 4% en beleg mijn pensioen bij BrightPensioen
Ik ben zzp’er, ik ben 30 en heb dus bijna veertig jaar tot mijn AOW. Dat is ruim genoeg tijd om een slecht beursjaar uit te zitten, dus ik beleg en reken zelf met de 4% uit deze pagina. Zou ik binnen vijf jaar stoppen, dan zou ik dat niet doen.
Ik zit bij BrightPensioen en ben daar tevreden over. Ze rekenen een vast bedrag per jaar in plaats van een percentage over je vermogen. Hoe groter je pot wordt, hoe meer dat scheelt: dat is precies het verschil dat in de tabel over kosten hierboven staat.
Wat ik zelf het lastigst vond was niet de rekensom, maar beginnen. Ik heb het jaren uitgesteld en dat kost volgens de tabel over uitstel meer dan welke keuze tussen aanbieders ook. Wil je zien wat inleggen bij jouw inkomen oplevert, dan staat op hun site ook een rekentool: pensioen berekenen bij BrightPensioen.
Dit is mijn eigen ervaring en geen advies. Vergelijk altijd zelf op kosten en voorwaarden.
De bovengrens
Je jaarruimte begrenst wat je mag inleggen
De berekening kan uitkomen op € 700 per maand, terwijl je fiscaal maar € 430 mag inleggen. Dat maximum heet jaarruimte en is in 2026 30% van je premiegrondslag, met een plafond van € 35.588 per jaar.
- Premiegrondslag is je inkomen van vorig jaar min de AOW-franchise van € 19.172, met een inkomensplafond van € 137.800.
- Factor A haalt eraf wat je via je werkgever opbouwde. Die staat op je pensioenoverzicht.
- Ongebruikte ruimte van de tien jaar ervoor mag je alsnog benutten via de reserveringsruimte.
Leg je meer in dan je ruimte toestaat, dan is dat deel niet aftrekbaar en zit het bedrag alsnog vast tot je AOW-leeftijd. Dat is de ongunstigste uitkomst van de twee. De volledige rekenregel staat op jaarruimte berekenen.
Voorbeelden
Drie situaties doorgerekend
Dezelfde rekenregels, drie verschillende uitkomsten. Alles in euro’s van vandaag, bij 2% rendement na inflatie.
Sanne, 32, loondienst, € 42.000
Sanne bouwt pensioen op via haar werkgever, factor A € 700. Haar jaarruimte is ongeveer € 2.459 per jaar en daar gebruikt ze bijna driekwart van. Tijd is haar grootste voordeel: verhoogt ze haar inleg elk jaar mee met haar salaris, dan groeit het eindbedrag mee zonder dat het zwaarder voelt.
Marco, 46, zzp’er, winst € 70.000
Marco heeft geen werkgeverspensioen en wil op zijn 67e € 800 per maand extra, twintig jaar lang. Zijn jaarruimte is ongeveer € 15.248, dus hij houdt na deze inleg nog € 8.576 per jaar over. Met zijn reserveringsruimte kan hij eerdere jaren alsnog vullen in een jaar met veel winst.
Jolien, 58, deeltijd, € 34.000
Jolien heeft negen jaar te gaan en € 22.000 op een oude lijfrenterekening staan. Bij zo’n korte looptijd doet het rendement weinig en telt vooral de inleg zelf. Het belastingvoordeel weegt hier zwaarder dan de rente: over negen jaar krijgt ze ongeveer € 13.656 terug van de Belastingdienst.
Hoe korter de looptijd, hoe meer het belastingvoordeel het rendement overneemt als belangrijkste reden om in te leggen.
De valkuilen
Vijf rekenfouten die je uitkomst te mooi maken
Deze vijf kom je in vrijwel elke online berekening tegen. Ze werken allemaal dezelfde kant op.
- Rekenen met nominaal rendement. Een tool die 6% toont zonder inflatie eraf te halen, laat een eindbedrag zien dat over dertig jaar bijna de helft minder koopkracht heeft.
- De kosten weglaten. Servicekosten en fondskosten samen liggen tussen 0,2% en 1,8% per jaar. Weglaten scheelt tienduizenden euro’s aan eindkapitaal.
- De belasting in de uitkeerfase vergeten. Een pot van € 200.000 klinkt als € 920 per maand over twintig jaar. Na belasting blijft daar ongeveer € 749 van over.
- De jaarruimte niet controleren. Een uitkomst van € 600 per maand is niet uitvoerbaar met aftrek als je ruimte € 350 is. Het deel erboven levert geen teruggave op en zit toch vast.
- Uitgaan van een vaste AOW-leeftijd. Die is 67 jaar in 2026 en 2027 en stijgt vanaf 2028 naar 67 jaar en 3 maanden. Voor wie na 2031 aan de beurt is staat hij nog niet vast.
Hoeveel je fiscaal mag inleggen is de grens waar de meeste berekeningen op stuklopen. In deze video rekent LangzaamRijker de jaarruimte en de reserveringsruimte stap voor stap voor.
Vragen
Veelgestelde vragen over pensioensparen berekenen
Hoeveel moet je per maand sparen voor je pensioen?
Dat hangt af van je leeftijd, je tekort en je rendement. Als richtlijn: wie op zijn 35e begint en op zijn 67e € 500 extra per maand wil hebben, twintig jaar lang, legt bij 2% rendement ongeveer € 202 per maand in. Bij een start op je 45e is dat ongeveer € 328.
Reken je eigen bedrag uit met de tool bovenaan deze pagina. Die houdt ook rekening met wat je al hebt staan.
Wat is een goed pensioen per maand?
De vuistregel is 70% van je laatstverdiende bruto inkomen. Bij € 45.000 bruto is dat ongeveer € 2.625 bruto per maand, AOW inbegrepen.
Preciezer is rekenen vanaf je uitgaven. Wie een afbetaald huis heeft komt vaak lager uit dan 70%. Wie nog hypotheeklasten of huur heeft komt hoger uit.
Is € 500.000 genoeg voor je pensioen?
Een kapitaal van € 500.000 levert over twintig jaar ongeveer € 2.299 bruto per maand op. Netto blijft daar bij een alleenstaande met AOW ongeveer € 1.640 van over, bovenop de AOW zelf. Het effectieve tarief is hier 28,7%, hoger dan bij een kleinere pot, doordat de uitkering deels in de tweede schijf valt en de ouderenkorting afbouwt.
Samen met de AOW van € 1.753 netto kom je dan rond € 3.393 netto per maand uit. Voor de meeste huishoudens is dat ruim voldoende, zeker met een afbetaalde woning.
Hoeveel levert pensioensparen op vergeleken met een gewone spaarrekening?
Het verschil zit in drie dingen: de aftrek bij inleg, de vrijstelling in box 3 tijdens de opbouw en de belasting die je later over de uitkering betaalt.
Bij een middeninkomen krijg je 43,96% van je inleg terug. Over de uitkering betaal je later ongeveer 17,8% als je pot rond € 100.000 ligt. Bij een grotere pot loopt dat op, tot bijna 29% bij € 500.000. Dat verschil tussen nu en straks is het voordeel. Daar staat tegenover dat je geld vastzit tot je AOW-leeftijd.
Kan ik mijn pensioensparen tussentijds opnemen?
Tussentijds opnemen heet afkopen. Je betaalt dan inkomstenbelasting over het hele bedrag plus 20% revisierente. Wat dat in euro’s betekent staat op lijfrente afkopen.
Er geldt een uitzondering bij langdurige arbeidsongeschiktheid en bij kleine bedragen onder de afkoopgrens.
Met welk rendement moet ik rekenen?
Op deze pagina wordt gerekend met 0,5% bij sparen, 2% bij een verdeling over allebei en 4% bij beleggen. Dat zijn rendementen na inflatie en kosten.
Rekent een tool met 6% of 7%, dan zijn dat bijna altijd bedragen vóór inflatie. Het eindbedrag lijkt dan hoger dan de koopkracht die je ervoor terugkrijgt.
Hoeveel mag ik maximaal inleggen in 2026?
Je jaarruimte is 30% van je premiegrondslag, met een maximum van € 35.588. De premiegrondslag is je inkomen van vorig jaar min de AOW-franchise van € 19.172, waarbij inkomen boven € 137.800 niet meetelt.
Bouw je pensioen op via je werkgever, dan haalt factor A daar nog een bedrag vanaf. De volledige rekenregel staat op jaarruimte berekenen.
Telt mijn pensioenrekening mee in box 3?
Nee. Het saldo op een lijfrenterekening valt tijdens de opbouw buiten box 3. Je betaalt er dus geen vermogensbelasting over.
Dat is een tweede voordeel naast de aftrek, en het loopt door zolang het geld op de geblokkeerde rekening staat.
Wat gebeurt er met mijn inleg als ik overlijd voor mijn AOW-leeftijd?
Bij een bank of beleggingsinstelling gaat de volle waarde naar je erfgenamen. Zij kopen daar een nabestaandenlijfrente van, uiterlijk op 31 december van het tweede kalenderjaar na je overlijden.
Bij veel lijfrenteverzekeringen ligt dat anders: in de opbouwfase keert de polis vaak 90% uit en vervalt 10% aan de verzekeraar. Controleer je polisvoorwaarden.
Moet ik elk jaar opnieuw rekenen?
Eén keer per jaar is genoeg, het liefst rond je aangifte. Dan staan je inkomen van vorig jaar en je nieuwe factor A vast en kun je je jaarruimte opnieuw bepalen.
Kijk daarnaast opnieuw bij een verandering die telt: een ander inkomen, een baanwissel, een scheiding of het aflossen van je hypotheek.
Verantwoording
Bronnen en cijfers
De bedragen en percentages op deze pagina gelden voor belastingjaar 2026. De rekentool gebruikt dezelfde uitgangspunten als de tabellen.
- Belastingdienst, hoe bereken ik mijn jaarruimte: het percentage van 30%, de franchise en het maximum van € 35.588.
- Belastingdienst, nieuwe regels voor pensioenen: de verruimde aftrek in de derde pijler.
- Sociale Verzekeringsbank, uw AOW-leeftijd: 67 jaar in 2026 en 2027, daarna 67 jaar en 3 maanden.
- Nibud, pensioen opbouwen: de uitgavenmethode achter de Pensioenschijf-van-vijf.
- Wijzer in geldzaken, zelf sparen voor je pensioen: de rekenhulp van het ministerie van Financiën, gebruikt als controle op de uitkomsten.
De belastingtarieven, de algemene heffingskorting en de ouderenkorting van 2026 zijn dezelfde als op belastingvoordeel van pensioensparen en lijfrente uitkering.
Laatst gecontroleerd op 23 augustus 2026. Deze pagina geeft algemene informatie en is geen fiscaal of financieel advies.
Persoonlijke noot
Mijn eigen mening
Een rekentool geeft richting, geen belofte. Ik reken liever met een voorzichtig rendement en een bedrag dat ik jarenlang kan volhouden dan met een optimistisch eindbedrag.
